Inspecteur mag te weinig ingehouden loonbelasting bij werknemer in de IB naheffen
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao oordeelt dat de Inspecteur die de te weinig ingehouden loonbelasting niet bij de werkgever corrigeert maar in de aanslagregeling voor de inkomstenbelasting bij de werknemer corrigeert niet in strijd handelt met de beginselen van behoorlijk bestuur. De Inspecteur is niet gehouden om een naheffing op te leggen aan de werkgever.
Samenvatting zaak: Belanghebbende, X, wonende te Curaçao, is gedurende het jaar 2012 in dienstbetrekking bij werkgever Y en heeft uit dien hoofde loon genoten. Op het loon van een aantal werknemers van Y, waaronder op dat van X, heeft Y door het hanteren van een foute tarieventabel te weinig loonbelasting ingehouden. Het belastbare inkomen van X voor het jaar 2012 is vastgesteld op Naf. 185.798. Na verrekening van de ingehouden loonbelasting van Naf.55.255 is de aanslag door de Inspecteur vastgesteld op Naf. 7.899. Aldus heeft de Inspecteur de ter zake van de looninkomsten te weinig geheven loonbelasting, in de aanslag inkomstenbelasting bij X (de werknemer) gecorrigeerd. In geschil is of de Inspecteur de te weinig ingehouden loonbelasting bij de werkgever had moeten naheffen. X stelt zich op het standpunt dat de aanslag moet worden verminderd naar nihil. De Inspecteur had, aldus X, de niet ingehouden loonbelasting niet bij haar in de inkomstenbelasting moeten begrijpen maar bij de werkgever moeten naheffen. Het is immers niet aan haar, maar aan haar werkgever te wijten dat de loonbelasting niet correct is ingehouden. De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat de aanslag tot een juist bedrag is vastgesteld. De hoogte van het bedrag van de te weinig ingehouden loonbelasting (Naf. 7.899) is tussen partijen niet in geschil.
Het Gerecht overweegt dat de loonbelasting een voorheffing is op de inkomstenbelasting. De Inspecteur heeft, wanneer hij ontdekt dat ter zake van looninkomst en te weinig belasting is ingehouden, volgens de Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) in beginsel de keuze tussen het naheffen van loonbelasting bij de werkgever of het opleggen van een (navorderings)aanslag inkomstenbelasting aan de werknemer. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad (vergelijk Hoge Raad 06-06-1990, ECLI:NL: HR:1990:ZC4310
