Tussenuitspraak over ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ in de verwijzingszaak waarin het Hof opnieuw moet beoordelen of belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen
Samenvatting zaak In de zaak waarin het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden – na verwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:241) – opnieuw moet beoordelen of belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen, heeft het Hof in een tussenuitspraak met betrekking tot bepaalde ‘nieuwe stukken’ geoordeeld dat het verzoek om beperkte ...
Gerecht oordeelt dat de aan belanghebbende na beëindiging van de arbeidsrelatie door de rechter toegekende schadevergoeding zozeer haar grond vindt in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten moet worden aangemerkt: volledige vergoeding behoort tot het belastbare loon van belanghebbende
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:250) is het volgende aan de orde. Belanghebbende was als onderdirecteur werkzaam bij “Y”, maar is daarna benoemd tot statutair bestuurder. Vervolgens is onderhandeld over de voorwaarden voor een overeenkomst van opdracht tussen Y en belanghebbende als statutair bestuurder. In het proces daarnaartoe zijn de verhoudingen tussen belanghebbende en ...
De Inspecteur heeft nog immer geen beslissing op de bezwaren tegen de aanslagen IB en AVBZ genomen: beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard. Omdat overeenstemming is bereikt over de afwikkeling in de IB, ziet het Gerecht ervan af om de Inspecteur op te dragen alsnog een beslissing te nemen op de bezwaren tegen de aanslagen IB. Wel wordt de Inspecteur opgedragen alsnog uitspraak te doen op de bezwaren tegen de aanslagen AVBZ, waarbij het Gerecht bepaalt dat hoofdstuk VI ALL (verplichtingen ten dienste van de belastingheffing) in casu van toepassing is tot 1 december 2025
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:210) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premie AVBZ voor de jaren 2019 en 2020 opgelegd. De aanslagen IB zijn opgelegd naar een penshonado-tarief van 10% (artikel 23b, lid 1 Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943) en zonder toepassing van aftrek ter voorkoming ...
Belanghebbende is uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen via de verkorte versie van het aangiftebiljet. Zij heeft deze versie ingediend met het verzoek om de uitgebreide versie, maar ontving door fouten bij de Inspecteur een nihil-aanslag en niet het uitgebreide biljet. Gerecht oordeelt dat de daarna opgelegde navorderingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat het hier een samenloop van fouten betreft die evident voortvloeien uit de door de Inspecteur gekozen werkwijze, hetgeen de mogelijkheid tot navordering verhindert. Ook is geen sprake van het niet-doen van de vereiste aangifte, belanghebbende heeft gedaan wat van haar verwacht had mogen worden. En aan toepassing van het bepaalde in artikel 7 lid 4 ALB (verplichting om te verzoeken om een aangifte uit te reiken) wordt in het geheel niet toegekomen omdat die bepaling ziet op het geval waarin niet binnen zes maanden na het ontstaan van de belastingschuld een aangiftebiljet is uitgereikt
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:306) is het volgende aan de orde. In het systeem van de Belastingdienst stond belanghebbende voor de jaren vóór 2017 geregistreerd als een persoon aan wie de uitgebreide versie van het aangiftebiljet diende te worden toegezonden. Maar voor het belastingjaar 2017 is belanghebbende uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen ...
Hoge Raad: Hof heeft juist geoordeeld dat de voorlopige aanslag na de vernietiging van de definitieve aanslag blijft gehandhaafd indien en voor zover deze niet hoger is dan de materiële belastingschuld
Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 17 oktober 2025, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2025:1571) op het tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 3 juni 2022 (ECLI:NL:OGHACMB:2022:57) ingestelde beroep in cassatie betreffende aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting voor het jaar 2010. Kort samengevat en enigszins geparafraseerd, oordeelt de Hoge Raad ...
Door inwoner van Curaçao van het ABP en UWV ontvangen nabetalingen worden voor de heffing van Nederlandse IB in aanmerking genomen op het moment van daadwerkelijke uitbetaling (kasstelsel). Beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet, omdat het financiële nadeel dat kan optreden bij nabetalingen in één jaar is meegenomen in de afweging van de wetgever. Overgangsrecht in de Belastingregeling Nederland Curaçao in casu niet op belanghebbende van toepassing
Samenvatting zaak In deze Nederlandse belastingzaak (ECLI:NL:RBZWB:2025:6476) is het volgende aan de orde. Belanghebbende woont in Curaçao. Hij ontvangt een invaliditeitspensioen van het Nederlandse ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds) en daarnaast een Nederlandse WAO-uitkering van het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen). In 2020 heeft belanghebbende een nabetaling van het ABP ontvangen en in 2021 een nabetaling van het ...
Conclusie AG bij cassatieberoepen tegen de uitspraken waarin het Hof oordeelde dat het onzakelijke deel van de door een BV aan een SPF betaalde licentievergoedingen als verkapte winstuitdeling bij de aandeelhouder en diens echtgenote in aanmerking moet worden genomen. AG geeft Hoge Raad in overweging de cassatieberoepen gegrond te verklaren en de zaken terug te wijzen naar de feitenrechter, met aanwijzingen ter zake van zowel de rechtskundige maatstaf voor verkapt genoten regulier voordeel uit aanmerkelijk belang als de bewijslastverdeling
Samenvatting zaak Op 8 augustus 2025 heeft Advocaat-Generaal (AG) P.J. Wattel conclusie genomen in een tweetal Nederlandse belastingzaken (ECLI:NL:PHR:2025:841 resp. ECLI:NL:PHR:2025:842) waarin beroepen in cassatie zijn ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin het Hof oordeelde – kort samengevat – dat het onzakelijke deel van de door een Nederlandse BV aan een Curaçaose SPF ...
Inspecteur beschikte niet over een voor navordering vereist nieuw feit. Ten tijde van het afgeven van de beschikkingen ‘geen aanslag en/of teruggave’ was het de Inspecteur reeds bekend, dan wel had hij redelijkerwijs bekend kunnen zijn, met het feit dat belanghebbende (meer) (pensioen)inkomsten uit Nederland had. Inspecteur begaat een ambtelijk verzuim: gelet op de door belanghebbende verstrekte informatie had hij voorafgaand aan de beschikkingen een (nader) onderzoek moeten instellen, maar hij doet dit pas ten tijde van de beroepsprocedure
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:167) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is sinds 2016 inwoner van Curaçao en ontvangt in het onderhavige jaar 2018 een ouderdomspensioen van het ABP in Nederland, een lijfrente van een verzekeringsmaatschappij in Nederland en een ouderdomspensioen van een verzekeringsmaatschappij in Nederland. Aan belanghebbende is op 9 november ...
Vereiste aangifte inkomstenbelasting niet gedaan: omkering en verzwaring van de bewijslast. Inspecteur kon er bij zijn schatting in redelijkheid van uitgaan dat ter zake van de consultancywerkzaamheden sprake was van arbeidsinkomen (niet als winst bij de BV), nu belanghebbende in dienstbetrekking stond tot de opdrachtgever
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:162) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is eigenaar van een eenmanszaak (accounting & advisory). De eenmanszaak is op 24 april 2014 in het Handelsregister van Curaçao geregistreerd. Daarnaast is zij directeur en enig aandeelhouder van een accountancy & advisory BV. De BV is op 17 januari 2018 ...
Inwoner van Aruba is belastingplichtig over zijn wereldinkomen, inclusief de WAO-uitkering uit Nederland. De uitkering behoort tevens tot het premie-inkomen voor AOV/AWW en AZV. Beroep op het vertrouwensbeginsel faalt
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:229) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, inwoner van Aruba, heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2015 een bedrag aan periodieke uitkeringen (WAO-uitkering van het UWV in Nederland) aangegeven. De Inspecteur heeft de aanslagen overeenkomstig de aangifte opgelegd. In geschil is of de aanslagen IB ...
Belanghebbende maakt deel ziektekosten aannemelijk, maar deze komen effectief niet voor aftrek als buitengewone lasten in aanmerking omdat de drempel niet wordt overschreden. Verweerschrift door belanghebbende niet voorafgaand aan de zitting ontvangen: vergoeding van de reiskosten die hij voor het bijwonen van de eerste zitting heeft moeten maken. Geen verletkostenvergoeding: niet aannemelijk geworden dat belanghebbende inkomsten heeft gederfd vanwege het bijwonen van de zittingen. Belanghebbende is met pensioen en verricht slechts beperkt werkzaamheden als consultant bij de overheid
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:163) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting (IB) 2019 onder meer een bedrag van NAf 8.745 (voor toepassing van de drempel) aan kosten als buitengewone lasten in aftrek gebracht. Het belastbaar inkomen volgens de aangifte bedraagt NAf 63.699. Bij het vaststellen van de ...
Gerecht van oordeel dat geen sprake is van (ongeoorloofde) discriminatie van belanghebbende door de inkomsten van zijn echtgenote bij hem in aanmerking te nemen. Ingevolge de LTZO ingehouden aanvullende premies ziektekosten vormen geen aftrekbare persoonlijke lasten
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:228) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is ingezetene van Aruba en tot september 2013 werkzaam geweest. Hij ontving een uitkering van het ambtenarenpensioenfonds van Aruba (APFA) en een AOV-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank (SVb). Zijn echtgenote ontving uitsluitend een AOV-uitkering van de SVb. Bij het opleggen van ...
Lening bij in Nederland gevestigde Curaçaose NV kwalificeert als eigenwoningschuld, maar belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hij aan NV jaarlijks meer rente heeft betaald dan het door de inspecteur geaccepteerde bedrag. Het enkele feit dat volgens de overeenkomst 4% rente verschuldigd was, is onvoldoende voor aftrek
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RBZWB:2025:4587) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, inwoner van Nederland, was in 2019 eigenaar en bewoner van een woning in Nederland en heeft (Nederlandse) aangifte IB/PVV voor het jaar 2019 gedaan. Bij het opleggen van een navorderingsaanslag IB/PVV heeft de inspecteur van de Nederlandse belastingdienst de in de ...
Hoge Raad doet cassatieberoep af met toepassing van artikel 81 RO in inkomstenbelastingzaak waarin weliswaar werd geoordeeld dat de paardenmanege met appartementen- en autoverhuur een onderneming vormde maar dat – na de overdracht van de activa aan een gelieerde BV – de achtergebleven schulden tot het privévermogen zijn gaan behoren en dat de rente daarover niet kan worden aangemerkt als (nagekomen) kosten van de onderneming
Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 11 juli 2025, heeft de Hoge Raad het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 27 juli 2023 (ECLI:NL:OGHACMB:2023:182) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2005, 2006, 2008 en 2009 opgelegde aanslagen inkomstenbelasting, afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, ...
Door belanghebbende aan ex-echtgenote na afloop van de 12-jaarstermijn betaalde alimentatie aftrekbaar als persoonlijke last vanwege een morele verplichting. Dat geen sprake is van een rechterlijke toekenning doet daar niet aan af
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:72) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is in 2007 gescheiden van zijn (ex-)echtgenote. In het echtscheidingsvonnis is opgenomen dat hij als bijdrage in de kosten van levensonderhoud aan zijn ex-echtgenote een bedrag van € 3.400,- per maand dient te betalen. Volgens het echtscheidingsconvenant eindigt de alimentatieverplichting na ...
