Gerecht van oordeel dat de in Nederland wonende belanghebbende ten aanzien van de verhuur van de villa’s in Curaçao als belastingplichtige voor de omzetbelasting dient te worden aangemerkt. Geen concrete controleerbare gegevens overgelegd waarmee overtuigend wordt aangetoond dat de Inspecteur is uitgegaan van een onjuiste berekening van de verschuldigde omzetbelasting: naheffingsaanslagen blijven in stand. Wel matiging van de vergrijpboeten met 5%, nu de naheffingsaanslagen op basis van schatting en met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast zijn vastgesteld. Naar het oordeel van het Gerecht is ook geen sprake van een ongerechtvaardigde inbreuk op artikel 8 EVRM: de middels een derden-onderzoek bij Aqualectra verkregen informatie wordt niet buiten beschouwing gelaten. En het Gerecht ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de tijdige mandaatverlening aan de SBAB-medewerker. Dat geen schriftelijk mandaat aanwezig was, vormt een gebrek. Maar gesteld noch gebleken dat belanghebbende hierdoor is benadeeld

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:170) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, woonachtig in Nederland, is eigenaar van onroerende zaken (villa’s), gelegen te Curaçao. In opdracht van de Inspecteur heeft de Stichting Belasting Accountants Bureau (SBAB) een boekenonderzoek ingesteld om te bepalen of en zo ja in hoeverre belanghebbende belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting en/of de omzetbelasting (OB). Aanleiding voor het onderzoek was het bezit van de villa’s ...

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen

Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak is het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) tot het oordeel gekomen dat belanghebbende in de onderhavige jaren 2011 en 2012 over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen (ECLI:NL:GHARL:2026:5188). Het betreft hier de eindbeslissing in een zaak waarin het Hof op 18 november 2025 al een tussenuitspraak had gedaan. In deze zaak moest het Hof – na verwijzing ...

Problemen van belanghebbende met de administratie en de wisselingen van administrateurs vormen volgens het Gerecht geen verschoonbare reden voor overschrijding bezwaartermijn. Hoewel tegen een andere aanslag wel tijdig bezwaar is ingediend, is het toch niet-ontvankelijk omdat belanghebbende – ondanks meerdere uitstelmogelijkheden en verzoeken van de Inspecteur – geen inhoudelijke motivering en bewijsstukken heeft verstrekt. Vergrijpboetes wel met 15% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer één jaar en tien maanden

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2026:114) is het volgende aan de orde. Naar aanleiding van de bevindingen van een boekenonderzoek zijn aan belanghebbende verschillende naheffingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd in de winstbelasting (WB), loonbelasting (LB), AVBZ, AOV/AWW en belasting op bedrijfsomzetten (BBO) over de jaren 2017 tot en met 2020 (hierna: de naheffingsaanslagen). Belanghebbende heeft tegen de naheffingsaanslagen en de vergrijpboetes bezwaarschriften ingediend, en vervolgens enkele beroepschriften tegen uitspraken ...

Gerecht oordeelt dat de verzuimboetes van Afl. 125 per maand wegens te late betaling terecht zijn opgelegd omdat de belasting tijdig betaald moest worden, ook zonder uitnodiging of aanmaning. Nu de verzuimboetes voor elk tijdvak minder bedragen dan Afl. 1.000, volstaat het Gerecht verder met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden

Samenvatting zaak In deze twee vergelijkbare Arubaanse zaken (ECLI:NL:OGEAA:2026:212 en ECLI:NL:OGEAA:2026:213) is het volgende aan de orde (samenvatting op basis van ECLI:NL:OGEAA:2026:212). Belanghebbende is eigenaar van de eenmanszaak en heeft over tijdvakken in 2020 niet binnen de wettelijke termijnen aangiften BBO en BAZV gedaan en ook geen belasting betaald. De Inspecteur heeft om die reden naheffingsaanslagen en verzuimboetes opgelegd. Naar aanleiding van de opgelegde naheffingsaanslagen en verzuimboetes heeft belanghebbende alsnog ...

Gerecht acht niet aannemelijk dat de boetebeschikkingen niet zijn ontvangen en oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Nu de verzuimboetes voor elk tijdvak minder bedragen dan Afl. 1.000, volstaat het Gerecht verder met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden

Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2026:217) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is eigenaar van de eenmanszaak en heeft over tijdvakken in 2020, 2022 en 2023 niet binnen de wettelijke termijnen aangiften BBO/BAVP en BAZV gedaan en ook geen belasting betaald. De Inspecteur heeft om die reden naheffingsaanslagen en verzuimboetes opgelegd. Naar aanleiding van de opgelegde naheffingsaanslagen en verzuimboetes heeft belanghebbende alsnog aangiften ingediend. De Inspecteur heeft de ...

Gerecht oordeelt dat de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen – en niet de Inspecteur der Belastingen – bevoegd is om uitspraken op bezwaar te doen aangaande de heffing van BBO/BAVP en BAZV bij invoer

Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2026:201) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft het exclusieve recht om bankbiljetten en munten in Aruba uit te geven. Zij verzorgt de geldsomloop van bankbiljetten en brengt namens het Land Aruba bankbiljetten en munten in omloop. In september 2025 heeft belanghebbende aangifte ten invoer gedaan voor 16 bundels bankbiljetten. Belanghebbende heeft ter zake van deze invoer Belasting op Bedrijfsomzetten (BBO), Belasting Additionele ...

Bezwaar van de in Nederland wonende belanghebbende tegen de aanslag motorrijtuigenbelasting niet-ontvankelijk, omdat de bezwaartermijn van twee maanden ruimschoots is overschreden en de termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar was. Het adres op Bonaire is door belanghebbende zelf als correspondentieadres gebruikt en het feit dat huurders mogelijk post hadden weggegooid, komt voor zijn rekening Overigens overweegt het Gerecht ten overvloede dat de aanslag ook inhoudelijk terecht is opgelegd, omdat belanghebbende niet heeft aangetoond dat hij het houderschap van het motorrijtuig volgens de wettelijke regels had beëindigd

Samenvatting zaak In deze Bonairiaanse zaak (ECLI:NL:OGEABES:2026:198) is het volgende aan de orde. Belanghebbende woont in Nederland, bezit een woning op Bonaire en is sinds 30 mei 2017 houder van de kentekenplaat gekoppeld aan een auto van het merk/type Suzuki Vitara. Ter zake van de auto is door/namens de Heffingsambtenaar van het openbaar lichaam Bonaire met dagtekening 19 december 2018 een aanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) voor het jaar 2018 opgelegd aan ...

Voorontwerp Algemene landsverordening bestuursrecht (Curaçao); gevolgen voor belastingrecht (deel 1) – Prof. dr. A.J.H. van Suilen

In juni 2026 is in Curaçao een voorontwerp voor een eerste tranche van een Algemene landsverordening bestuursrecht (Alb) vastgesteld. De Alb omvat op dit moment geen complete wet, het betreft een zogenoemde aanbouwwet. Zo zijn hoofdstuk 6 (algemene bepalingen over bezwaar en beroep), hoofdstuk 7 (bezwaar) en hoofdstuk 8 (beroep bij de bestuursrechter) vooralsnog niet ingevuld; deze zijn gereserveerd voor toekomstige tranches. Aangezien het belastingrecht een bijzondere vorm van bestuursrecht ...

Belastingdienst CN maakt coulanceregeling bekend voor belastingschuldigen op Saba die een aanmaning hebben ontvangen met een dagtekening tussen januari en juli 2026 (Caribisch Nederland)

De Belastingdienst CN (BCN) heeft kennisgenomen van de beperkte postbezorging op Saba in de afgelopen maanden. Hierdoor hebben sommige burgers mogelijk minder tijd gehad om te reageren op een aanmaning of om een betalingsregeling te treffen. Om hier rekening mee te houden, stelt BCN een coulanceregeling van twee maanden in; de regeling loopt van 1 september tot en met 31 oktober 2026. De openstaande belastingschuld moet uiterlijk 31 oktober 2026 ...

MAN-PIN vraagt of de minister van Justitie beschikt over vervolgingsbeleid of instructies aan het OM inzake ambtsmisdrijven. Zulks naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak heeft vernietigd (Curaçao)

Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Justitie een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het recente arrest van 10 juli 2026 waarin een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak door de Hoge Raad, in het belang der wet, werd vernietigd (ECLI:NL:HR:2026:1245). Bij brief van gelijke datum (21 juli 2026) werden door de MAN-PIN fractie ook al vragen ...

Gerecht oordeelt dat de door belanghebbende pas in februari 2024 ontvangen naheffingsaanslagen over het jaar 2018 wél tijdig zijn opgelegd. De Inspecteur heeft de verwerking van de aanslagbiljetten op 8 december 2023 in het systeem van de Landsontvanger aannemelijk gemaakt en ter zitting is afgesproken dat dan aannemelijk is dat de aanslagbiljetten binnen drie dagen daarna ter post zijn bezorgd

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:124) is het volgende aan de orde. Naar aanleiding van een bij belanghebbende ingesteld boekenonderzoek zijn op 20 december 2023 naheffingsaanslagen en boetes OB en premies AOV/AWW en BVZ over het jaar 2018 opgelegd. Op 15 maart 2024 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen en op 4 november 2025 heeft belanghebbende vervolgens beroep ingesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar ...

F&B sector Aruba mocht volgens het Gerecht redelijkerwijs uit de brief van de minister afleiden dat recht bestond op aftrek van de bij invoer betaalde BBO en BAZV. Dat de nadien vastgestelde ministeriële regeling dit aftrekrecht beperkte, doet niet af aan het eerder gewekte vertrouwen. Ook openbare uitlatingen van een verantwoordelijke bewindspersoon, zonder formele publicatie als beleidsbesluit, kunnen onder omstandigheden gerechtvaardigd vertrouwen wekken. De ministeriële regeling kon dit vertrouwen wel beëindigen, maar niet met terugwerkende kracht ten nadele van belastingplichtigen

Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2026:185) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft over de maand augustus 2023 goederen ingevoerd en ter zake daarvan BBO en BAZV bij invoer betaald. De goederen hebben betrekking op eetwaren en dranken en zijn bestemd om te worden gebruikt voor de restaurants van belanghebbende ter bereiding van maaltijden en het verstrekken van dranken aan haar hotelgasten. Belanghebbende heeft de bij invoer betaalde ...

Statenlid Camelia-Römer stelt reeks van vragen aan MinFin naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof vernietigt. De zaak betrof de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de Ontvanger

Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Financiën een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2026 op het ingestelde beroep tot cassatie in het belang der wet in de zaak over de vraag of het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (het Hof) als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te ...

Hof Den Bosch oordeelt dat het namens en op naam van de door de KvK ontbonden Curaçaose vennootschap ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk is, omdat het niet door of namens de vereffenaar is ingesteld. Alleen de vereffenaar is bevoegd om de vennootschap na haar ontbinding te vertegenwoordigen. De vennootschap is niet opgehouden te bestaan, omdat de verklaring van de vereffenaar niet juist is en deze ook niet is gepubliceerd in de Landscourant

Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:GHSHE:2026:1454) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, een naamloze vennootschap, heeft haar statutaire zetel in Curaçao en is feitelijk gevestigd in Nederland. Op 25 april 2017 hebben de inspecteur en (onder meer) belanghebbende een vaststellingsovereenkomst (hierna: de VSO) gesloten. De inspecteur van de (Nederlandse) Belastingdienst heeft belanghebbende uitgenodigd, herinnerd en aangemaand om de aangifte vennootschapsbelasting (Vpb) 2017 te doen. Belanghebbende heeft dat niet ...

Hoge Raad vernietigt, in het belang der wet, de uitspraak van het Hof. Het Hof had het hoger beroep niet op de grond dat de NV geen belang heeft, niet-ontvankelijk mogen verklaren. De zaak betreft de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de ontvanger

Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 10 juli 2026, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:1245) op het beroep in cassatie in het belang der wet van Advocaat-Generaal P.J. Wattel namens de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (het Hof) van 10 augustus 2023, nr. CUR2022H00249. De Hoge Raad oordeelt dat de ...

Rechtbank oordeelt dat belanghebbende heel 2018 in Nederland woonde en dat hij ook op grond van de tie-breaker van de Belastingregeling Nederland Curaçao als inwoner van Nederland moet worden aangemerkt

In deze Nederlandse belastingzaak (ECLI:NL:RBZWB:2026:5556) is onder meer het volgende aan de orde (summier samengevat en geparafraseerd). Belanghebbende heeft de Nederlandse nationaliteit. In de (Nederlandse) Basisregistratie Personen (BRP) stond hij vanaf 18 mei 2018 ingeschreven op een adres te Curaçao. In de periode van 21 mei 2018 tot en met 31 december 2018 was belanghebbende twee keer op Curaçao. De verblijfsduur op Curaçao bedroeg 6 dagen tot maximaal 14 dagen ...

Vordering Ontvanger tot opheffing van de schorsing van de executie in kort geding toegewezen, maar belanghebbende krijgt nog een termijn van 3 maanden om de gehele schuld te voldoen

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2026:80) is het volgende aan de orde. De Ontvanger van Sint Maarten heeft op 2 april 2026 een verzoekschrift ingediend tot opheffing van de schorsende werking als gevolg van het door X, gedaagde in deze zaak, ingestelde hoger beroep tegen de afwijzende beslissing op het verzet van X tegen de executie van een aantal dwangschriften. Belanghebbende in gelegenheid gesteld betaling te doen Na ...

Gerechtshof oordeelt dat de rechtbank de aan belanghebbende opgelegde informatiebeschikking terecht in stand heeft gelaten. Wat betreft de administratie van de Curaçaose SPF wordt belanghebbende het niet voldoen aan de in artikel 47 AWR genoemde informatieverplichting aangerekend

Samenvatting zaak In deze Nederlandse belastingzaak (ECLI:NL:GHARL:2026:2718) is het volgende aan de orde (summier samengevat en geparafraseerd). Belanghebbende heeft tot december 2004 in Nederland gewoond, daarna vanaf 7 januari 2009 in Curaçao, vervolgens weer in Nederland en in december 2012 is hij geëmigreerd naar Zwitserland. In augustus 2004 is naar Curaçaos recht een Stichting Particulier Fonds opgericht (hierna: de SPF). De SPF houdt aandelen in een drietal buitenlandse vennootschappen (hierna ...

Gerecht van oordeel dat de Inspecteur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Feiten of omstandigheden die kunnen leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zijn gesteld noch gebleken. De bijzondere omstandigheid dat belanghebbende buiten de termijn in bezwaar is gekomen, vormt aanleiding voor verlenging van de redelijke termijn

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:81) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is met dagtekening 30 juni 2021 een naheffingsaanslag winstbelasting (WB) over het jaar 2019 opgelegd. Gelijktijdig is een verzuimboete opgelegd van NAf 2.700. Op 26 februari 2025 heeft belanghebbende tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en ook ambtshalve geen aanleiding gezien de naheffingsaanslag en verzuimboete ...

Beroep wegens het niet tijdig beslissen gegrond: Inspecteur opgedragen alsnog uitspraak te doen op de bezwaren. Het Gerecht acht het niet verschijnen van de Inspecteur, omdat hij de zaak is vergeten, ‘bijzonder kwalijk’ en kwalificeert het optreden van de Inspecteur in deze procedure als (zeer) ernstig onzorgvuldig. De opeenstapeling van vormverzuimen door de Inspecteur vormt aanleiding om vanwege bijzondere omstandigheden artikel 2 lid 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht toe te passen

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:82) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn met dagtekening 30 september 2022 aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ voor het jaar 2019 opgelegd en met dagtekening 29 februari 2024 aanslagen IB en premie AVBZ voor het jaar 2021. Hiertegen heeft belanghebbende op 7 augustus 2024 respectievelijk op 29 mei 2024 bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft belanghebbende op 14 januari ...

Inspecteur is gedeeltelijk aan het bezwaar van belanghebbende tegemoetgekomen en heeft de aanslagen verminderd tot nihil. Door de vermindering ontbreekt het procesbelang, nu het beroep belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. Gerecht merkt overigens op dat verliezen niet bij voor bezwaar vatbare beschikking worden vastgesteld. Een negatief zuiver inkomen kan verrekend worden met de (positieve) zuivere inkomens van de volgende vijf belastingjaren: dat betekent dat in die jaren alsnog de hoogte van het verlies van het onderhavige jaar ter discussie gesteld kan worden

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:83) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW en AVBZ voor het jaar 2021 opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij uitspraken is de Inspecteur gedeeltelijk aan het bezwaar van belanghebbende tegemoetgekomen en heeft hij de aanslagen verminderd [tot nihil, zie hierna]. Belanghebbende heeft vervolgens beroep ingesteld tegen de uitspraken van de Inspecteur. Overwegingen Kort samengevat ...

Bezwaar en beroep beide niet-ontvankelijk omdat zij buiten de wettelijke termijnen zijn ingediend. Gerecht verwerpt stelling dat een procedurele hobbel niet in de weg mag staan aan een vermindering van de aanslagen conform hetgeen daadwerkelijk aan belasting verschuldigd is: de bezwaar- en beroepstermijn zijn van openbare orde. Tegen de weigering van de inspecteur om ambtshalve te verminderen, staat geen rechtsmiddel open

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2026:68) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn op 17 oktober 2019 aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW en AVBZ voor de jaren 2013 en 2014 opgelegd. Gelijktijdig met de aanslag IB voor het jaar 2014 is een verzuimboete opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen op 18 maart 2025 bezwaar gemaakt. Bij uitspraken van 28 maart 2025 (2013) en 8 mei 2025 (2014) ...

Ontwerplandsverordening uitvoering aanbevelingen CFATF-evaluatie bij de Raad van Advies, behelst onder meer een wijziging van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (Curaçao)

De Raad van Advies heeft op 10 juni 2026 een adviesverzoek ontvangen inzake een ontwerplandsverordening tot wijziging van de Algemene landsverordening Landsbelastingen, de Landsverordening aanmeldingsplicht van grensoverschrijdende geldtransporten, de Sanctielandsverordening, het Wetboek van Strafrecht en het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao (Landsverordening ter uitvoering van aanbevelingen CFATF-evaluatie). Dit blijkt uit het statusoverzicht op de website van de Raad. Vanzelfsprekend is het ontwerp in dit stadium nog niet openbaar. Desalniettemin attenderen wij u op ...

Gerecht oordeelt dat de Ontvanger wel degelijk de wettelijke bevoegdheid heeft X als bestuurder aansprakelijk te stellen voor belastingschulden van de vennootschap. Voor aansprakelijkheid van X als bestuurder geldt hier niet de eis dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan kennelijk onbehoorlijk bestuur

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:77) is het volgende aan de orde. X is bestuurder van een Curaçaose vennootschap. Hij is door de Ontvanger aansprakelijk gesteld voor de betaling van openstaande belasting- en premieschulden van de vennootschap. Daarna heeft de Ontvanger voor deze belastingschuld een dwangschrift betekend, gevolgd door een ten laste van de vennootschap gelegd bodembeslag en een derdenbeslag op vorderingen van X op de Sociale Verzekeringsbank (SVB) ...

Gang van zaken vormt gegronde reden voor twijfel aan de juistheid van het standpunt van belanghebbende dat zij het aanslagbiljet nooit heeft ontvangen. Het Gerecht acht aannemelijk dat belanghebbende reeds geruime tijd op de hoogte was van de naheffingsaanslag: bezwaarschrift niet tijdig ingediend, beroep ongegrond

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:71) is het volgende aan de orde. Omdat belanghebbende geen aangifte winstbelasting (WB) heeft gedaan is aan haar op 15 februari 2024 een (taxatieve) naheffingsaanslag WB over onder andere het jaar 2022 opgelegd. Gelijktijdig met de naheffingsaanslag is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000. Op 4 oktober 2024 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag. Met dagtekening 21 juli 2025 heeft de Inspecteur uitspraak ...

Beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Gerecht is van oordeel dat belanghebbende aan het (online) aangiftebiljet/portaal niet het in rechte te honoreren vertrouwen heeft mogen ontlenen dat dient te worden overgegaan tot een hoger (onjuist) bedrag aan teruggaaf

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:72) is het volgende aan de orde. In februari 2023 heeft belanghebbende voorlopige aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan en het op deze voorlopige aangifte verschuldigde bedrag aan winstbelasting betaald. In december 2023 heeft belanghebbende vervolgens de definitieve aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan. Gelet op het aangegeven bedrag van de voorlopige aangifte resulteert deze definitieve aangifte in een door belanghebbende terug ...

Gerecht oordeelt dat de Inspecteur bevoegd was om het juiste bedrag aan toeristenheffing nader na te heffen, omdat belanghebbende wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat de eerste naheffingsaanslagen niet aansloten bij de bevindingen van het boekenonderzoek en tot een te laag bedrag waren vastgesteld. Beroep op vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet

Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:131) is het volgende aan de orde. Belanghebbende bezit twee onroerende goederen op Aruba, waarvan de exploitatie is uitbesteed aan het bedrijf ‘Y’. De onroerende goederen worden door Y via verschillende platforms ter verhuur aangeboden aan het publiek. In het jaar 2024 heeft er een boekenonderzoek plaats gevonden bij belanghebbende. Dit resulteerde in het concept controlerapport van 4 juni 2024 dat op 12 juni ...

Gerecht van oordeel dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de administratieplicht en de bewaarplicht en dat daarmee is voldaan aan de voorwaarden voor omkering en verzwaring van de bewijslast. Gelet op de geconstateerde gebreken in de administratie, de aanwezigheid van niet-verantwoorde inkopen en de toepassing van een op analyse gebaseerde brutowinstmarge, acht het Gerecht de gehanteerde methode van omzetreconstructie niet onredelijk of willekeurig. Verder oordeelt het Gerecht dat de vergrijpboetes wegens (voorwaardelijk) opzet terecht zijn opgelegd, maar matigt deze gezien de toegepaste omkering en verzwaring van de bewijslast en vermindert deze verder wegens overschrijding van de redelijke termijn met bijna elf jaren

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2026:61) is het volgende aan de orde. Bij belanghebbende, die een supermarket exploiteert, is door Stichting Belastingaccountantsbureau (hierna: SBAB) een boekenonderzoek uitgevoerd voor de middelen winstbelasting (WB) en belasting op bedrijfsomzetten (BBO) over de perioden 2008 tot en met 2011. Volgens het door de controlerend ambtenaar opgestelde controlerapport is tijdens het onderzoek gebleken dat op een aantal onderdelen niet is voldaan aan de ...

Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in een Nederlandse zaak waarin belanghebbende stelde dat geen aanmaningskosten in rekening mochten worden gebracht omdat hij niet door middel van een e-mailnotificatie van de naheffingsaanslag op de hoogte is gesteld. In de tot 1 januari 2026 in Nederland geldende wettelijke regeling was geen verplichting voor een bestuursorgaan opgenomen een dergelijke emailnotificatie te verzenden. Verzending van e-mailnotificaties vond destijds slechts plaats indien de belanghebbende de wens daartoe kenbaar had gemaakt

Samenvatting zaak Op 1 mei 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:734) op het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (het Hof) van 19 september 2024 (ECLI:NL:GHDHA:2024:2322) betreffende een door de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting. In deze zaak was in het bijzonder in geschil of terecht aanmaningskosten in rekening zijn gebracht door de ...