Gerecht oordeelt dat de verzuimboetes van Afl. 125 per maand wegens te late betaling terecht zijn opgelegd omdat de belasting tijdig betaald moest worden, ook zonder uitnodiging of aanmaning. Nu de verzuimboetes voor elk tijdvak minder bedragen dan Afl. 1.000, volstaat het Gerecht verder met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden
Samenvatting zaak In deze twee vergelijkbare Arubaanse zaken (ECLI:NL:OGEAA:2026:212 en ECLI:NL:OGEAA:2026:213) is het volgende aan de orde (samenvatting op basis van ECLI:NL:OGEAA:2026:212). Belanghebbende is eigenaar van de eenmanszaak en heeft over tijdvakken in 2020 niet binnen de wettelijke termijnen aangiften BBO en BAZV gedaan en ook geen belasting betaald. De Inspecteur heeft om die reden naheffingsaanslagen en verzuimboetes opgelegd. Naar aanleiding van de opgelegde naheffingsaanslagen en verzuimboetes heeft belanghebbende alsnog ...
Gerecht acht niet aannemelijk dat de boetebeschikkingen niet zijn ontvangen en oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Nu de verzuimboetes voor elk tijdvak minder bedragen dan Afl. 1.000, volstaat het Gerecht verder met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2026:217) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is eigenaar van de eenmanszaak en heeft over tijdvakken in 2020, 2022 en 2023 niet binnen de wettelijke termijnen aangiften BBO/BAVP en BAZV gedaan en ook geen belasting betaald. De Inspecteur heeft om die reden naheffingsaanslagen en verzuimboetes opgelegd. Naar aanleiding van de opgelegde naheffingsaanslagen en verzuimboetes heeft belanghebbende alsnog aangiften ingediend. De Inspecteur heeft de ...
Gerecht oordeelt dat de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen – en niet de Inspecteur der Belastingen – bevoegd is om uitspraken op bezwaar te doen aangaande de heffing van BBO/BAVP en BAZV bij invoer
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2026:201) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft het exclusieve recht om bankbiljetten en munten in Aruba uit te geven. Zij verzorgt de geldsomloop van bankbiljetten en brengt namens het Land Aruba bankbiljetten en munten in omloop. In september 2025 heeft belanghebbende aangifte ten invoer gedaan voor 16 bundels bankbiljetten. Belanghebbende heeft ter zake van deze invoer Belasting op Bedrijfsomzetten (BBO), Belasting Additionele ...
F&B sector Aruba mocht volgens het Gerecht redelijkerwijs uit de brief van de minister afleiden dat recht bestond op aftrek van de bij invoer betaalde BBO en BAZV. Dat de nadien vastgestelde ministeriële regeling dit aftrekrecht beperkte, doet niet af aan het eerder gewekte vertrouwen. Ook openbare uitlatingen van een verantwoordelijke bewindspersoon, zonder formele publicatie als beleidsbesluit, kunnen onder omstandigheden gerechtvaardigd vertrouwen wekken. De ministeriële regeling kon dit vertrouwen wel beëindigen, maar niet met terugwerkende kracht ten nadele van belastingplichtigen
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2026:185) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft over de maand augustus 2023 goederen ingevoerd en ter zake daarvan BBO en BAZV bij invoer betaald. De goederen hebben betrekking op eetwaren en dranken en zijn bestemd om te worden gebruikt voor de restaurants van belanghebbende ter bereiding van maaltijden en het verstrekken van dranken aan haar hotelgasten. Belanghebbende heeft de bij invoer betaalde ...
Gerecht oordeelt dat de Inspecteur bevoegd was om het juiste bedrag aan toeristenheffing nader na te heffen, omdat belanghebbende wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat de eerste naheffingsaanslagen niet aansloten bij de bevindingen van het boekenonderzoek en tot een te laag bedrag waren vastgesteld. Beroep op vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:131) is het volgende aan de orde. Belanghebbende bezit twee onroerende goederen op Aruba, waarvan de exploitatie is uitbesteed aan het bedrijf ‘Y’. De onroerende goederen worden door Y via verschillende platforms ter verhuur aangeboden aan het publiek. In het jaar 2024 heeft er een boekenonderzoek plaats gevonden bij belanghebbende. Dit resulteerde in het concept controlerapport van 4 juni 2024 dat op 12 juni ...
Hoge Raad verklaart het door belanghebbende ingestelde cassatieberoep ongegrond in de Arubaanse zaak over het verrekenen van verschuldigde belastingen met van het Land te vorderen bedragen. In de Landsverordening invordering directe belastingen is tot uitdrukking gebracht dat civielrechtelijke bepalingen niet kunnen dienen als grondslag voor de verrekening van belastingschulden
Op vrijdag 10 april 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:569) op het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (het Hof) van 11 december 2024 (ECLI:NL:OGHACMB:2024:248) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de loonbelasting en in de BBO/BAZV. In deze Arubaanse zaak was in het bijzonder in geschil of belanghebbende haar vorderingen op een overheidsinstantie van het Land Aruba mocht ...
Douane heeft bij invoer aangegeven goederen aangehouden omdat het volgens de Inspecteur goederen betreft die vallen onder het verbod op plastic producten voor eenmalig gebruik. Bezwaar tegen de aanhouding volgens het Gerecht terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen de feitelijke aanhouding van goederen geen bezwaar mogelijk is. Verder acht de belastingrechter zich niet bevoegd te beoordelen of de goederen als verboden moeten worden aangemerkt: beroepschrift doorgeleid naar de bestuursrechter
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:27) is het volgende aan de orde. [LET OP: Mogelijk zal dit ECLI-nummer vervallen en aan deze zaak een nieuws ECLI-nummer worden toegekend, nu dit geen Curaçaose zaak maar een Arubaanse zaak betreft!] Belanghebbende heeft diverse artikelen [bepaalde plastic goederen] voor haar winkel ten invoer aangegeven. Een aantal goederen is door de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen aangehouden. Vervolgens heeft belanghebbende de Inspecteur verzocht ...
Twijfels over tijdstip indiening aangifte BBO/BAZV ten tijde van COVID leidt tot vernietiging van de verzuimboete. De verzuimboete over een andere maand is naar het oordeel van het Gerecht overeenkomstig wet- en regelgeving opgelegd, maar rekening houdend met o.a. de bijzondere omstandigheden in de COVID-periode wordt de boete wel verminderd
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:359) is het volgende aan de orde. Belanghebbende exploiteerde gedurende het jaar 2020 een eenmanszaak. In verband met het niet (tijdig) ontvangen van de aangiften BBO/BAZV zijn aan belanghebbende ambtshalve aanslagen en/of verzuimboetes opgelegd over de tijdvakken april en mei 2020. Geschil In geschil is of de verzuimboete over het tijdvak april 2020 van Afl 125 (na vermindering) terecht is opgelegd alsmede of het ...
De aan de eenmanszaak zonder werknemers opgelegde boetes wegens het niet tijdig doen van aangiften LB en sociale premies, zijn naar het oordeel van het Gerecht uit het oogpunt van normhandhaving passend en geboden. Geen afwezigheid van alle schuld (avas), omdat belanghebbende moet hebben geweten dat ook nihil-aangiften dienen te worden ingediend. Ook geen matiging, omdat de mate van verwijtbaarheid bij verzuimboetes geen rol speelt. Tegen de weigering van de inspecteur om ambtshalve te verminderen staat geen rechtsmiddel open, zodat daartegen geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld. Beroepschrift was overigens tijdig ingediend, na verlenging van de beroepstermijn o.g.v. de Algemene termijnenverordening
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:305) is het volgende aan de orde. Belanghebbende drijft een onderneming in de vorm van een eenmanszaak. Hij heeft geen werknemers in dienst. Toch zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen loonbelasting (LB) en premies AOV/AWW en AZV opgelegd. Tevens zijn verzuimboetes voor het niet tijdig doen van aangifte en voor het niet (tijdig) betalen van de verschuldigde bedragen opgelegd. Geschil Niet in geschil is dat de ...
Gerecht van oordeel dat belanghebbende met haar beroepschrift en het bijgevoegde bezwaarschrift aan de motiveringseis heeft voldaan: verzet gegrond verklaard
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:296) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aan haar opgelegde naheffingsaanslag winstbelasting. De Inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan, waarna belanghebbende pro forma beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van de Inspecteur. De griffier van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld uiterlijk 5 augustus 2024 het beroep te ...
Belanghebbende is uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen via de verkorte versie van het aangiftebiljet. Zij heeft deze versie ingediend met het verzoek om de uitgebreide versie, maar ontving door fouten bij de Inspecteur een nihil-aanslag en niet het uitgebreide biljet. Gerecht oordeelt dat de daarna opgelegde navorderingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat het hier een samenloop van fouten betreft die evident voortvloeien uit de door de Inspecteur gekozen werkwijze, hetgeen de mogelijkheid tot navordering verhindert. Ook is geen sprake van het niet-doen van de vereiste aangifte, belanghebbende heeft gedaan wat van haar verwacht had mogen worden. En aan toepassing van het bepaalde in artikel 7 lid 4 ALB (verplichting om te verzoeken om een aangifte uit te reiken) wordt in het geheel niet toegekomen omdat die bepaling ziet op het geval waarin niet binnen zes maanden na het ontstaan van de belastingschuld een aangiftebiljet is uitgereikt
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:306) is het volgende aan de orde. In het systeem van de Belastingdienst stond belanghebbende voor de jaren vóór 2017 geregistreerd als een persoon aan wie de uitgebreide versie van het aangiftebiljet diende te worden toegezonden. Maar voor het belastingjaar 2017 is belanghebbende uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen via de verkorte versie van het aangiftebiljet. Daarop heeft belanghebbende een definitieve aangifte inkomstenbelasting 2017 ...
Hoge Raad: Hof heeft juist geoordeeld dat de voorlopige aanslag na de vernietiging van de definitieve aanslag blijft gehandhaafd indien en voor zover deze niet hoger is dan de materiële belastingschuld
Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 17 oktober 2025, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2025:1571) op het tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 3 juni 2022 (ECLI:NL:OGHACMB:2022:57) ingestelde beroep in cassatie betreffende aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting voor het jaar 2010. Kort samengevat en enigszins geparafraseerd, oordeelt de Hoge Raad in het door belanghebbende ingestelde (principale) beroep, dat het oordeel van het Hof juist is ...
Conclusie AG inzake het cassatieberoep tegen de uitspraak van het Hof dat belanghebbende de verschuldigde belastingen niet mocht verrekenen met van het Land te vorderen bedragen. De AG meent dat het cassatieberoep moet worden verworpen en dat ‘poko poko’ dit niet anders maakt. Wel aan te bevelen dat het land Aruba zich zal inzetten voor een soepele toepassing van het nuttige en praktische beleidsmatige verrekeningsbeleid
Op 15 augustus 2025 heeft Advocaat-Generaal (AG) R.J. Koopman conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2025:850) in een Arubaanse zaak waarin het Gerecht en het Hof oordeelden dat belanghebbende de verschuldigde belastingen (loonbelasting en BBO/BAZV) niet mocht verrekenen met door haar van het Land te vorderen bedragen; de verschuldigde belasting was derhalve niet tijdig betaald en de onderhavige naheffingsaanslagen en verzuimboeten werden door het Gerecht en het Hof in stand gelaten (ECLI:NL:OGHACMB:2024:248). De AG ...
Inwoner van Aruba is belastingplichtig over zijn wereldinkomen, inclusief de WAO-uitkering uit Nederland. De uitkering behoort tevens tot het premie-inkomen voor AOV/AWW en AZV. Beroep op het vertrouwensbeginsel faalt
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:229) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, inwoner van Aruba, heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2015 een bedrag aan periodieke uitkeringen (WAO-uitkering van het UWV in Nederland) aangegeven. De Inspecteur heeft de aanslagen overeenkomstig de aangifte opgelegd. In geschil is of de aanslagen IB en premies AOV/AWW en AZV terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd. Belanghebbende stelt ...
Gerecht verklaart zich onbevoegd om te oordelen op het door de kandidaat-minister ingestelde Lar-beroep tegen brieven van de directeur van DIMP over zijn fiscaal gedrag: de verklaring is niet op rechtsgevolg gericht en is derhalve geen voor beroep vatbare beschikking
In deze Arubaanse bestuursrechtelijke (Lar-)zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:127) is het volgende aan de orde. X is kandidaat-minister maar is nog niet voorgedragen voor benoeming vanwege een voor hem ongunstige verklaring van de directeur van het Departamento di Impuesto over het naleven van zijn fiscale verplichtingen. X heeft bezwaar gemaakt en nadien tegen een vergelijkbare verklaring beroep ingesteld. Hij wilde met deze procedure bereiken dat hem alsnog een gunstige verklaring fiscaal gedrag wordt ...
Hoger beroep in Arubaanse grondbelastingzaak slaagt om een procedurele reden – schending hoorplicht – maar belanghebbende krijgt inhoudelijk geen gelijk. Het Gerecht heeft volgens het Hof juist geoordeeld dat jaarlijks de aanslag grondbelasting en jaarlijks een dagtekening wordt vastgesteld: de aanslagen zijn geen ‘tweede aanslagen’. En het staat de wetgever vrij om bij Landsverordening het geldende tarief in de loop van een vijfjarig tijdvak te wijzigen. Ook geen (gedeeltelijke) ontheffing van grondbelasting op grond van artikel 35 of artikel 37. Ondersteunende rol extern IT-bedrijf in het proces van de aanslagoplegging leidt niet tot schending van de geheimhoudingsplicht door de Inspecteur
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:118) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is eigenaar van een onroerende zaak. De onroerende zaak betreft twee percelen en een opstal. Aan belanghebbende zijn ter zake van de onroerende zaak aanslagen grondbelasting voor de jaren 2019, 2020 en 2021 opgelegd waartegen belanghebbende bezwaar heeft gemaakt. Ook heeft belanghebbende in maart 2021 (i) een verzoek ingediend om gedeeltelijke ontheffing van de grondbelasting over ...
Wél recht op aftrek als buitengewone lasten van kinderalimentatie voor uitwonende wettige dochter, niet ‘slechts’ kinderaftrek. Naar het oordeel van het Gerecht bestaat voor het onderscheid in behandeling tussen wettige kinderen en natuurlijke kinderen geen redelijke en objectieve rechtvaardiging: dit onderscheid is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod in de Staatsregeling. Gerecht biedt rechtsbescherming door het discriminerend element buiten toepassing te laten
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft onder andere een minderjarige dochter woonachtig in Nederland. In zijn aangifte inkomstenbelasting 2017 heeft hij een bedrag aan betaalde kinderalimentatie ten behoeve van de dochter aangegeven als buitengewone lasten als bedoeld in artikel 16a van de Landsverordening inkomstenbelasting (hierna: de LIB). Het aftrekbaar bedrag aan buitengewone lasten is daarin – na toepassing van de drempel van ...
Hof acht de ontkenning van de ontvangst van de uitspraken op bezwaar evident ongeloofwaardig en oordeelt dat het Gerecht belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft gevonden in haar beroepen
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:71) is het volgende aan de orde. Naar aanleiding van de bevindingen tijdens een boekenonderzoek zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen loonbelasting en premies AOV/AWW en AZV opgelegd. Belanghebbende heeft op 22 januari 2019 pro-forma bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen. De Inspecteur heeft belanghebbende op 14 maart 2019 verzocht haar bezwaarschrift te motiveren, maar motivering van het pro-forma bezwaar is uitgebleven. Op 17 mei 2019 heeft ...
Ook het Hof oordeelt dat belanghebbende niet tot verrekening van verschuldigde belastingen met van het Land te vorderen bedragen mocht overgaan en dat hij de verschuldigde belasting (LB en BBO/BAZV) derhalve niet tijdig heeft betaald: naheffingsaanslagen en verzuimboeten terecht opgelegd
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft voor het Land Aruba diensten verricht waarvoor zij facturen heeft uitgereikt. Het Land Aruba heeft met betrekking tot een aantal facturen niet binnen de betalingstermijn betaald. Belanghebbende heeft de op aangifte verschuldigde loonbelasting voor de aangiftetijdvakken juni, juli, augustus en oktober 2020 en de op aangifte verschuldigde BBO/BAZV over de aangiftetijdvakken juni 2020 en oktober 2020 ...
Hof stelt vast dat belanghebbende in de bezwaarfase ten onrechte op haar verzoek niet is gehoord en door dit gebrek is benadeeld, maar verwerpt de stelling van belanghebbende dat mede door het schenden van de hoorplicht de aanslag grondbelasting moeten worden vernietigd. Inspecteur opgedragen om belanghebbende te horen en uitspraak op bezwaar te doen
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2024:245) is het volgende aan de orde (zie overigens voor een vergelijkbare zaak ook: ECLI:NL:OGHACMB:2024:244). Aan belanghebbende is op 31 mei 2019 ter zake van een onroerende zaak een aanslag grondbelasting voor het jaar 2019 opgelegd. Het vijfjarige tijdvak, als bedoeld in artikel 14, lid 2, Landsverordening grondbelasting (hierna: LGB) loopt van 2017 tot en met 2021. Belanghebbende heeft tegen de aanslag bezwaar gemaakt ...
Aangezien belanghebbende door de uitspraak van het Hof niet in een betere positie kan komen te verkeren omdat het daarmee voor belanghebbende meest gunstig te behalen resultaat (een inhoudelijke behandeling door het Gerecht inzake de alsnog door de Inspecteur gedane uitspraken op bezwaar) reeds is bereikt, is het belang aan de hogerberoepsprocedure komen te ontvallen: hoger beroep niet-ontvankelijk
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde (samengevat en enigszins geparafraseerd). Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de douanewaarde van een drietal zendingen van goederen (cosmetische artikelen). Het betrof in twee gevallen een bezwaar tegen de door de Douane, in afwijking van de aangegeven waarde, vastgestelde douanewaarde en in één geval een bezwaar tegen de in de aangifte, conform de eerder door de Douane vastgestelde waarde, ...
Inspecteur te Aruba verleent geen voorkoming van dubbele belasting ter zake van door de inwoner van Aruba genoten opbrengsten uit dienstbetrekking uit een Curaçaose NV, maar nadien bij de Inspecteur te Curaçao ingediende teruggaafverzoek (bezwaar) niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Het Gerecht oordeelt dat een nadien opgekomen reden – in casu de afwijking van de aangiften in Aruba – niet kan bewerkstelligen dat een inmiddels plaatsgehad hebbende niet-verschoonbare termijnoverschrijding alsnog verschoonbaar wordt. Het Gerecht onderkent dat zijn beslissing leidt tot dubbele belastingheffing, maar wijst op de regeling voor onderling overleg tussen de belastingautoriteiten in artikel 35 BRK. Beroepschrift zèlf wél ontvankelijk: mede gelet op de omstandigheid dat belanghebbende in Aruba woonachtig is en gemachtigde kantoor houdt in Curaçao, hadden de uitspraken (tevens) naar de gemachtigde moeten worden verzonden
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende was gedurende de onderhavige jaren 2011 tot en met 2016 woonachtig in Aruba en ontving in loon uit dienstbetrekking van een naar Curaçaos recht opgerichte vennootschap (‘NV’). NV heeft ter zake van die inkomsten in Curaçao maandelijks loonbelasting en premies ingehouden en afgedragen en belanghebbende heeft voor deze jaren in Curaçao aangifte inkomstenbelasting (IB) gedaan als buitenlands ...
Gerecht oordeelt in zaak over de verhoging van het tarief van de toeristenheffing dat door de Inspecteur een toezegging is gedaan waaraan belanghebbende een in rechte te honoreren vertrouwen heeft kunnen ontlenen. Toezegging hield – kortweg – in dat in het geval de reservering en de betaling voor een verblijf ná 1 januari 2023 vóór 1 januari 2023 hebben plaatsgevonden, volstaan kan worden met toeristenheffing tegen het (oude) tarief van 9,5% over de vergoeding die de logeergast in 2022 heeft betaald
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende exploiteert een hotel. De ondernemingsactiviteiten van belanghebbende bestaan onder andere uit het tegen vergoeding ter beschikking stellen van hotelruimtes aan logeergasten. Het hotel is lid van AHATA (Aruba Hotel and Tourism Association). Het tarief voor de Arubaase toeristenheffing (voorheen ‘logeerbelasting’ genaamd) bedroeg vanaf inwerkingtreding 5% en wijzigde hierna naar 6% tot en met eind april 2010. Daarna ...
Wanneer een werknemer meent ten onrechte geen of te weinig reparatietoeslag te hebben ontvangen kan hij/zij een klacht indienen bij de Inspecteur der Belastingen. De beslissing van de Inspecteur is een voor bezwaar vatbare beschikking: naar ’s Hofs voorshands oordeel staat daarmee een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang open, waardoor er voor de civiele rechter op dit punt geen plaats zou zijn
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Een werknemer (hierna: Werknemer) werkt als massagetherapeute in dienst van een exploitant van een spa die gevestigd is in een hotel in Aruba (hierna: Werkgever) en ontvangt voor de door haar verrichte werkzaamheden een salaris op basis van commissie. Die commissie wordt door Werkgever, zo nodig, aangevuld tot het wettelijk minimumloon. Indien de commissie hoger uitvalt dan het ...
Gerecht oordeelt dat er geen wettelijke basis bestaat voor het doen van verzet tegen een op basis van artikel 75 ALB gegeven fiscale strafbeschikking
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft aangifte ten invoer gedaan voor een partij goederen. Bij het vrijmaken van de goederen is door de Douane geconstateerd dat de goederen onder een verkeerde benaming zijn aangegeven. Dit is in beginsel een strafbaar feit in de zin van de Landsverordening in-, uit- en doorvoer (hierna LIUD). Van het strafbaar feit is een proces-verbaal gemaakt. Aan ...
Vordering tot afgifte van goederen onder betaling van de naheffingsaanslagen invoerrechten toegewezen: belanghebbende hoeft niet eerst een ‘verantwoordelijkheidsbrief’ te tekenen. Van belanghebbende kan niet worden verlangd dat zij op voorhand akkoord gaat met de betaling van een boete. Of zij uiteindelijk een boete verschuldigd is, moet bij eventuele strafrechtelijke vervolging worden uitgemaakt
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. X, een onderneming die zich onder meer bezig houdt met de import van sigaren, wilde via haar expediteur een partij sigaren importeren. Zij heeft daarbij aan het Departamento di Aduana (hierna: de Douane) opgave gedaan van de waarde van de sigaren. Op basis van die waarde is het verschuldigde bedrag aan invoerrechten (en BBO/BAVP en BAZV) vastgesteld en ...
Naheffingsaanslagen winstbelasting vernietigd, omdat op het moment van oplegging de verschuldigde belasting op aangifte volledig was betaald. Gerecht matigt de verzuimboetes gelet op hoogte in verhouding tot het bedrag van de niet tijdig betaalde winstbelasting, de omstandigheid dat de betaling slechts één dag te laat heeft plaatsgevonden en (verder) gezien de duur van de procedure
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 16 april 2018 de voorlopige aangifte winstbelasting 2016 ingediend en heeft op diezelfde dag het daarop verschuldigde belastingbedrag betaald. Ook heeft belanghebbende op die dag de definitieve aangifte winstbelasting 2016 ingediend naar een verschuldigde winstbelasting van Afl. 0. Op 1 juni 2018 heeft belanghebbende de voorlopige aangifte winstbelasting 2017 ingediend en het daarop verschuldigde belastingbedrag ...
Ambtenarenrechter niet bevoegd kennis te nemen van bezwaarschriften van douaneambtenaren tegen inhouding door de Minister van loonbelasting op de autotoelage
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbenden zijn allen werkzaam als vrijmakingsambtenaar bij het Departamento di Aduana. Bij ministeriële beschikkingen van 2 oktober 2019 heeft de Minister van Financiën en Cultuur (hierna: de Minister) een autotoelage van Afl. 300,- per maand toegekend. Tegen die beschikkingen hebben belanghebbenden bezwaar gemaakt bij het Gerecht, maar bij uitspraak van 15 maart 2021 heeft het Gerecht de bezwaren ...
Gerecht komt tot de conclusie dat de (veronder)stelling van de huidige gemachtigde van belanghebbende dat de uitspraken op bezwaar niet zijn ontvangen, niet juist kan zijn en dat er in ieder geval geen reden is om te veronderstellen dat de uitspraken niet zijn ontvangen door één van de eerdere adviseurs tot wie de uitspraken zijn gericht: beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Door voor de tweede keer ‘uitspraak op bezwaar’ te doen is in casu niet een nieuwe beroepstermijn gaan lopen
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Naar aanleiding van de bevindingen tijdens een boekenonderzoek zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen loonbelasting en premies AOV/AWW en AZV opgelegd. Belanghebbende heeft op 22 januari 2019 pro-forma bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen. De Inspecteur heeft belanghebbende op 14 maart 2019 verzocht haar bezwaarschrift te motiveren, maar motivering van het pro-forma bezwaar is uitgebleven. Op 17 mei 2019 heeft de ...
Hoge Raad gaat ervan uit dat de indiener van het beroepschrift niet bevoegd was om namens X beroep in cassatie in te stellen omdat de indiener de gevraagde machtiging of verklaring niet heeft overgelegd: cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard
Samenvatting zaak De Hoge Raad heeft vandaag, 15 maart 2024, het ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van 10 juli 2023 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (ECLI:NL:OGHACMB:2023:129) niet-ontvankelijk verklaard (ECLI:NL:HR:2024:421). Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens ‘X’. De indiener van het beroepschrift heeft bij het instellen van beroep in cassatie een machtiging overgelegd ...
