Gerecht van oordeel dat de wegens (gedeeltelijk) niet (tijdig) betalen van de op aangifte verschuldigde belasting opgelegde verzuimboete dient te worden verminderd naar het minimum van NAf 1.000. Belanghebbende had een deel van de verschuldigde belasting al betaald vóór het tijdstip waarop de naheffingsaanslag werd opgelegd waarna de grondslag voor de boete op een lager bedrag moet worden gesteld

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:277) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 31 maart 2023 de voorlopige aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 ingediend. Belanghebbende heeft de op de voorlopige aangifte verschuldigde winstbelasting (ad NAf 5.500) niet betaald. Op 29 december 2023 heeft belanghebbende de definitieve aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 ingediend. De verschuldigde winstbelasting volgens de definitieve aangifte bedraagt NAf 48.691. Belanghebbende heeft op ...

Land door de civiele rechter veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan belanghebbende, bestaande uit renteverlies over het door belanghebbende teveel betaalde bedrag aan onroerendezaakbelasting. Met de vernietiging en vermindering van de aanslagen door de (onherroepelijk geworden) uitspraak van de belastingrechter staat vast dat de aanvankelijk opgelegde aanslagen, op grond waarvan belanghebbende heeft betaald, onrechtmatig waren

Samenvatting zaak In deze Curaçaose civielrechtelijke zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:269) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende, eiser in deze zaak, zijn door de Inspecteur der Belastingen aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft de aanslagen bij uitspraken op bezwaar gehandhaafd. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht). Bij uitspraak van 2 mei 2023 heeft (de ...

Verzoek om teruggaaf van griffierecht door het Gerecht niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende niet tegelijk met de intrekking van het beroep, maar pas een dag later en nadat de intrekking aan haar is bevestigd, heeft verzocht om vergoeding van het griffierecht

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:247) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is een verzuimboete opgelegd vanwege het niet (tijdig) indienen van de aangifte winstbelasting. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en ook ambtshalve geen aanleiding gezien aan belanghebbende tegemoet te komen. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Inspecteur en daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald ...

De Inspecteur maakt bij het Gerecht aannemelijk dat de drie villa’s op Curaçao door belanghebbende zijn geëxploiteerd om daaruit duurzaam opbrengsten te verkrijgen. Het Gerecht oordeelt dan ook dat belanghebbende dient te worden aangemerkt als ondernemer voor de omzetbelasting en dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Verder acht het Gerecht de opgelegde boetes passend en geboden, mede in het licht van het aantal verzuimen

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:257) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is feitelijk woonachtig in Nederland en is eigenaar van drie onroerende zaken gelegen op Curaçao. Er is een boekenonderzoek ingesteld om te bepalen of belanghebbende belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting en/of de omzetbelasting. Aanleiding voor het onderzoek was het bezit van de onroerende zaken en het vermoeden dat belanghebbende deze aanbood voor de verhuur, zonder dat ...

Naheffingsaanslag winstbelasting en vergrijpboete door de Inspecteur tijdig op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. Naar het oordeel van het Gerecht kan de Inspecteur in casu ingevolge artikel 27 lid 3 ALL een verzuimboete in de plaats stellen van een vergrijpboete voor hetzelfde feit

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:226) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft aangifte winstbelasting (WB) voor het jaar 2018 gedaan en de daarbij horende jaarcijfers verstrekt. Naar aanleiding van een stoelcontrole is van de aangifte afgeweken, omdat belanghebbende van de belastbare winst ten onrechte een bedrag aan verschuldigde winstbelasting heeft afgetrokken. De Inspecteur heeft op 28 december 2023 een naheffingsaanslag WB over het jaar 2018 opgelegd. Gelijktijdig ...

Aan belanghebbende is een taxatieve naheffingsaanslag winstbelasting opgelegd omdat zij geen aangifte heeft ingediend: omkering en verzwaring van de bewijslast. Belanghebbende heeft met de enkele stelling dat zij met de activiteiten in het onderhavige jaar enkel uitgaven heeft gehad, niet op overtuigende wijze de onjuistheid van de schatting van de Inspecteur aangetoond. Verzuimboete van NAf 1.000 blijft in stand en wordt door het Gerecht passend en geboden geacht

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:227) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft geen aangifte winstbelasting (WB) over het jaar 2022 gedaan. Vanwege het niet doen van de aangifte is aan belanghebbende een (taxatieve) naheffingsaanslag. Gelijktijdig met de naheffingsaanslag is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000 wegens het niet indienen van aangifte. De verzuimboete WB 2022 is opgelegd uitgaande van een derde verzuim. Geschil In geschil is of ...

Gerecht oordeelt dat de stichting particulier fonds de verplichting had om jaarlijks tijdig aangifte winstbelasting te doen, ook zonder winst: verzuimboetes wegens niet tijdig indienen van de aangifte terecht opgelegd. Uit de toelichting van de wetgever leidt het Gerecht af dat de wetgever nadrukkelijk beoogd heeft de stichting particulier fonds aan te merken als subjectief belastingplichtige, onder andere om zodoende een aangiftetoets te kunnen doen plaatsvinden. Ook het beroep op de Nederlandse situatie wordt afgewezen, omdat Curaçao een eigen autonome wet- en regelgeving kent, onafhankelijk van wat in Nederland te gelden heeft

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:225) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een stichting particulier fonds (SPF) opgericht met als doel het doen van uitkeringen uit haar vermogen aan zodanige instellingen en personen als het bestuur zal bepalen en het verschaffen van financiële bijstand aan die instellingen en personen door middel van leningen, het stellen van zekerheid, lijfrenteovereenkomsten en daarmee vergelijkbare regelingen. Aan belanghebbende zijn in juni ...

Naar het oordeel van het Gerecht heeft belanghebbende bewust de aanmerkelijke kans aanvaard op het niet volledig betalen van de verschuldigde winstbelasting: voorwaardelijk opzet, vergrijpboete van 50%. Gerecht ziet geen reden om de 25%-boetes ter zake van overige correcties te verminderen o.g.v. art. 4.8 lid 5 Ministeriële regeling formeel belastingrecht (samenhangend complex van feiten). Wel matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:164) is het volgende aan de orde. Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld voor onder andere het belastingmiddel winstbelasting. In het door de controlerend ambtenaar opgestelde controlerapport wordt een aantal correcties voorgesteld. De controlerend ambtenaar stelt daarbij dat, kort samengevat, belastingplichtige willens en wetens onjuiste aangifte heeft gedaan door niet het totaal gefactureerde bedrag voor de verrichte diensten aan het advieskantoor als omzet te ...

Gerecht acht de verzuimboete wegens het niet tijdig doen van aangifte winstbelasting passend en geboden, geen sprake van afwezigheid van alle schuld (avas). De gemachtigde heeft niet tijdig bij de Inspectie gereclameerd over de systeemtechnische problemen bij het doen van de aangifte in het online portaal. De boete is wel met 5% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Overigens werd het verzoek om uitstel van de zitting door het Gerecht afgewezen omdat de gemachtigde ruimschoots de tijd heeft gehad om de zitting voor te bereiden

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:212) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is gevestigd te Curaçao en aangifteplichtig voor de winstbelasting. De aangifte winstbelasting voor het jaar 2021 had uiterlijk op 30 juni 2022 moeten worden gedaan. De gemachtigde heeft op 21 maart 2022 een aanvraag tot machtiging ingediend om namens belanghebbende online aangifte te doen. Deze aanvraag is op 21 maart 2022 goedgekeurd waarna de machtiging eveneens ...

De Inspecteur heeft nog immer geen beslissing op de bezwaren tegen de aanslagen IB en AVBZ genomen: beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard. Omdat overeenstemming is bereikt over de afwikkeling in de IB, ziet het Gerecht ervan af om de Inspecteur op te dragen alsnog een beslissing te nemen op de bezwaren tegen de aanslagen IB. Wel wordt de Inspecteur opgedragen alsnog uitspraak te doen op de bezwaren tegen de aanslagen AVBZ, waarbij het Gerecht bepaalt dat hoofdstuk VI ALL (verplichtingen ten dienste van de belastingheffing) in casu van toepassing is tot 1 december 2025

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:210) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premie AVBZ voor de jaren 2019 en 2020 opgelegd. De aanslagen IB zijn opgelegd naar een penshonado-tarief van 10% (artikel 23b, lid 1 Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943) en zonder toepassing van aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Belanghebbende heeft op 6 juni 2023 (2019) en 6 december 2023 (2020) ...

Geen schriftelijke machtiging overgelegd: beroep niet-ontvankelijk. Ten overvloede informeert het Gerecht partijen nog over de regels omtrent een bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:211) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag winstbelasting opgelegd. Bij gelijktijdige beschikking is aan belanghebbende een verzuimboete opgelegd. Vervolgens is tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en ook ambtshalve geen aanleiding gezien om de naheffingsaanslag en verzuimboete te verminderen. Daarna is beroep ingesteld tegen de uitspraak van de ...

Gerecht oordeelt dat de stichting particulier fonds de verplichting had om jaarlijks tijdig aangifte winstbelasting te doen, ook zonder winst: verzuimboetes wegens niet tijdig indienen van de aangifte terecht opgelegd. Uit de toelichting van de wetgever leidt het Gerecht af dat de wetgever nadrukkelijk beoogd heeft de stichting particulier fonds aan te merken als subjectief belastingplichtige, onder andere om zodoende een aangiftetoets te kunnen doen plaatsvinden

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:218) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een stichting particulier fonds (SPF) opgericht met als doel het doen van uitkeringen uit haar vermogen aan zodanige instellingen en personen als het bestuur zal bepalen en het verschaffen van financiële bijstand aan die instellingen en personen door middel van leningen, het stellen van zekerheid, lijfrenteovereenkomsten en daarmee vergelijkbare regelingen. Aan belanghebbende zijn in juni ...

Het pas ná het eerste jaar in het vijfjarig tijdvak eigenaar worden van de onroerende zaak behoort niet tot de limitatief opgesomde gevallen waarin in de loop van het vijfjarige tijdvak (ná het eerste jaar) bezwaar kan worden gemaakt tegen de waarde, ook niet als de waarde dan inmiddels is gedaald

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:208) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in 2020 een onroerende zaak (een appartementsrecht) aangekocht voor een bedrag van NAf 390.000. Aan belanghebbende zijn ter zake van de onroerende zaak aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) voor de jaren 2021 tot en met 2023 opgelegd naar een belastbare waarde van NAf 475.000. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft het bezwaar tegen de ...

Verzuimboete wegens niet tijdig betalen winstbelasting is overeenkomstig wet- en regelgeving uitgaande van een derde of volgend verzuim opgelegd. Geen sprake van AVAS en ook geen aanleiding om de boete te matigen (anders dan wegens overschrijding redelijke termijn). Niet van belang dat de eerdere verzuimen hebben plaatsgevonden tijdens het bestuur van de vorige aandeelhouder. En nu het een verzuimboete betreft speelt ook de mate van verwijtbaarheid geen rol

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:168) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 11 augustus 2022 de definitieve aangifte winstbelasting 2021 gedaan en heeft de volgens de definitieve aangifte verschuldigde belasting ad NAf 309.588 op 16 augustus 2022 betaald. Door de Inspecteur is een verzuimboete van NAf 10.000 opgelegd vanwege het niet tijdig betalen van de op aangifte verschuldigde winstbelasting. Bij de hoogte van de boete is de ...

Inspecteur beschikte niet over een voor navordering vereist nieuw feit. Ten tijde van het afgeven van de beschikkingen ‘geen aanslag en/of teruggave’ was het de Inspecteur reeds bekend, dan wel had hij redelijkerwijs bekend kunnen zijn, met het feit dat belanghebbende (meer) (pensioen)inkomsten uit Nederland had. Inspecteur begaat een ambtelijk verzuim: gelet op de door belanghebbende verstrekte informatie had hij voorafgaand aan de beschikkingen een (nader) onderzoek moeten instellen, maar hij doet dit pas ten tijde van de beroepsprocedure

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:167) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is sinds 2016 inwoner van Curaçao en ontvangt in het onderhavige jaar 2018 een ouderdomspensioen van het ABP in Nederland, een lijfrente van een verzekeringsmaatschappij in Nederland en een ouderdomspensioen van een verzekeringsmaatschappij in Nederland. Aan belanghebbende is op 9 november 2018 een (taxatieve) aanslag inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2017 opgelegd, waartegen belanghebbende bij brief ...

Vereiste aangifte inkomstenbelasting niet gedaan: omkering en verzwaring van de bewijslast. Inspecteur kon er bij zijn schatting in redelijkheid van uitgaan dat ter zake van de consultancywerkzaamheden sprake was van arbeidsinkomen (niet als winst bij de BV), nu belanghebbende in dienstbetrekking stond tot de opdrachtgever

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:162) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is eigenaar van een eenmanszaak (accounting & advisory). De eenmanszaak is op 24 april 2014 in het Handelsregister van Curaçao geregistreerd. Daarnaast is zij directeur en enig aandeelhouder van een accountancy & advisory BV. De BV is op 17 januari 2018 in het Handelsregister van Curaçao geregistreerd. Op 26 september 2017 is door belanghebbende (Opdrachtnemer) en ...

Belanghebbende maakt deel ziektekosten aannemelijk, maar deze komen effectief niet voor aftrek als buitengewone lasten in aanmerking omdat de drempel niet wordt overschreden. Verweerschrift door belanghebbende niet voorafgaand aan de zitting ontvangen: vergoeding van de reiskosten die hij voor het bijwonen van de eerste zitting heeft moeten maken. Geen verletkostenvergoeding: niet aannemelijk geworden dat belanghebbende inkomsten heeft gederfd vanwege het bijwonen van de zittingen. Belanghebbende is met pensioen en verricht slechts beperkt werkzaamheden als consultant bij de overheid

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:163) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting (IB) 2019 onder meer een bedrag van NAf 8.745 (voor toepassing van de drempel) aan kosten als buitengewone lasten in aftrek gebracht. Het belastbaar inkomen volgens de aangifte bedraagt NAf 63.699. Bij het vaststellen van de aanslag IB 2019 is de Inspecteur afgeweken van de door belanghebbende ingediende aangifte. Uit de ...

Inspecteur heeft de tijdige verzending van het aanslagbiljet niet aannemelijk gemaakt. Maar gelet op de wisselende en vage verklaringen over de datum van ontvangst van het aanslagbiljet, acht het Gerecht het ongeloofwaardig dat – vanaf het moment dat belanghebbende het aanslagbiljet onder ogen heeft gekregen – tijdig bezwaar is gemaakt

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:68) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is op 29 juni 2023 een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2021 opgelegd. Het te betalen bedrag betreft een verzuimboete vanwege het niet tijdig indienen van de definitieve aangifte. Belanghebbende heeft op 18 september 2023 bezwaar gemaakt tegen de verzuimboete 2021, maar de Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en ook ...

Door belanghebbende aan ex-echtgenote na afloop van de 12-jaarstermijn betaalde alimentatie aftrekbaar als persoonlijke last vanwege een morele verplichting. Dat geen sprake is van een rechterlijke toekenning doet daar niet aan af

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:72) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is in 2007 gescheiden van zijn (ex-)echtgenote. In het echtscheidingsvonnis is opgenomen dat hij als bijdrage in de kosten van levensonderhoud aan zijn ex-echtgenote een bedrag van € 3.400,- per maand dient te betalen. Volgens het  echtscheidingsconvenant eindigt de alimentatieverplichting na maximaal 12 jaren. Omdat de ex-echtgenote na het verstrijken van de 12-jaarstermijn nog geen andere ...

Het niet-plakken van zegels leidt in civielrechtelijke zaak niet tot niet-ontvankelijkheid. Nazegeling is geoorloofd, maar ook als dat niet gebeurt is dat voor de appellant niet fataal. Zodanige overtreding heeft alleen ten gevolge dat de rechter die het vonnis wees een boete verbeurt en gehouden is tot betaling van de verschuldigde belasting. De overtreding tast de kracht van het gewezen vonnis niet aan

Samenvatting zaak In deze Curaçaose civielrechtelijke zaak zijn appellanten bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (hierna: “het Hof”) in hoger beroep gekomen tegen het tussen partijen door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) uitgesproken vonnis. Wij gaan hieronder niet in op de inhoudelijke zaak zelf, doch slechts op een in deze zaak aan de orde gekomen formeelrechtelijk aspect in verband met de zegelbelasting. In de onderhavige ...

Belanghebbende mocht er niet van uitgaan dat haar verzoeken om uitstel voor het indienen van de aangiften winstbelasting voor de verzochte duur van zes maanden zouden zijn gehonoreerd: Gerecht acht de verzuimboetes passend en geboden. Ook geen sprake van AVAS. Beroepen op evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel slagen evenmin

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:59) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 1 april 2022 de voorlopige aangifte winstbelasting 2021 ingediend. Op 29 juni 2022 heeft belanghebbende verzocht om uitstel voor het indienen van de definitieve aangifte winstbelasting 2021. Er is verzocht om uitstel voor de duur van zes maanden. Vervolgens heeft belanghebbende op 29 december 2022 de definitieve aangifte winstbelasting 2021 ingediend (met een verschuldigde ...

Winstbelasting die op aangifte moet worden voldaan één dag te laat betaald: verzuimboete terecht opgelegd. Ook geen sprake van AVAS. Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt evenmin

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:58) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 1 juli 2022 de definitieve aangifte winstbelasting 2021 ingediend en pp diezelfde dag de verschuldigde winstbelasting betaald. De Inspecteur der Belastingen heeft vervolgens een verzuimboete opgelegd vanwege het niet of niet tijdig betalen van de op aangifte aangegeven verschuldigde winstbelasting. Bij de hoogte van de boete is de Inspecteur uitgegaan van een tweede verzuim. In ...

Naheffingsaanslag winstbelasting en verzuimboete terecht opgelegd. Belanghebbende kan niet zelfstandig overgaan tot verrekening van verschuldigde winstbelasting met terug te ontvangen winstbelasting over eerdere jaren. Temeer niet, nu de terug te ontvangen bedragen nog niet waren geformaliseerd in (negatieve) aanslagen en rechtens nog niet vorderbaar waren. Ook geen sprake van AVAS. Beroep op vertrouwensbeginsel slaagt evenmin

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:57) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft definitieve aangiften winstbelasting voor de jaren 2017 en 2018 gedaan. Deze aangiften hebben volgens belanghebbende geresulteerd in terug te ontvangen bedragen winstbelasting van respectievelijk NAf 203 en NAf 9.900. Op grond van de door belanghebbende voor het jaar 2019 ingediende definitieve aangifte winstbelasting gedaan, bedraagt de verschuldigde winstbelasting over dat jaar NAf 23.005. Belanghebbende heeft ...

Conclusie A-G over de door het Gemeenschappelijk Hof in een Curaçaose zaak gestelde prejudiciële vragen aangaande de rechtspositie van de bestuurder die aansprakelijk wordt gesteld voor de belasting- en premieschulden van de vennootschap

Samenvatting zaak Op 11 april 2025 heeft Advocaat-Generaal (A-G) G. Snijders conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2025:426) over de door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gestelde prejudiciële vragen in de zaak waarin een bestuurder aansprakelijk is gesteld voor belasting- en premieschulden van de vennootschap (ECLI:NL:OGHACMB:2024:233, na tussenvonnis ECLI:NL:OGHACMB:2024:232). Het gaat in deze Curaçaose zaak, kortweg, om de rechtsvragen of (a) een bestuurder voor een rechter zijn aansprakelijkheid en de hoogte van de belasting- ...

Verklaring van belanghebbende de uitspraak pas laat te hebben ontvangen door het Gerecht als ongeloofwaardig beoordeeld. Risico van niet-ontvankelijkheidsverklaring bij het tot het laatste moment wachten met het indienen van een beroepschrift komt voor rekening van belanghebbende en van een professionele rechtsbijstandverlener mag worden verwacht dat deze de termijnen bewaakt en eventueel gebruik maakt van de mogelijkheid van een pro-forma beroepschrift

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:44) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen premie AVBZ en naheffingsaanslagen premie BVZ opgelegd. Bij gelijktijdige beschikkingen zijn vergrijpboetes opgelegd. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen. Bij uitspraken op bezwaar van 5 december 2023 heeft de Inspecteur de naheffingsaanslagen en vergrijpboetes gehandhaafd. Vervolgens heeft belanghebbende op 6 februari 2024 beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Kort samengevat en ...

Gerecht overweegt dat het ook bij de toepassing van artikel 41B lid 2 LvIB kan voorkomen dat de overschrijding van de termijn van 36 maanden verschoonbaar is te achten. In het onderhavige is evenwel geen sprake van geringe verwijtbaarheid: de Inspecteur heeft terecht ‘beschikkingen geen aanslagen’ afgegeven

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:43) is het volgende aan de orde. Na daartoe te zijn uitgenodigd, heeft belanghebbende op 12 mei 2023 aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2019 gedaan. Vervolgens heeft de Inspecteur der Belastingen op grond van artikel 41B van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LvIB) en artikel 20, derde lid van de Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten (LvAVBZ) ‘beschikkingen geen aanslagen’ afgegeven. Belanghebbende heeft tegen ...

Annotatie bij Conclusie A-G Wattel 28 maart 2025, 25/00155, ECLI:NL:PHR:2025:385 – mr. J. Starreveld

door mr. J. (Jeroen) Starreveld Betreft: ECLI:NL:PHR:2025:385. Voor een samenvatting van de conclusie van AG Wattel, zie dit artikel in het CFN van 28 maart 2025, met als INHOUDSINDICATIE: Advies AG aan Hoge Raad: Facebookposts van de minister van Financiën van Curaçao wekken geen gerechtvaardigd vertrouwen. Annotatie* De invloed van de Hoge Raad op ‘fiscale’ jurisprudentie in Aruba, Sint Maarten, Curaçao en de BES eilanden wordt het meest gevoeld met ...