Hof bevestigt het vonnis van het Gerecht inzake de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden van de vennootschappen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2026:257) is het volgende aan de orde. De Ontvanger van Curaçao heeft ten laste van X als bestuurder van drie belastingplichtige vennootschappen dwangschriften uitgevaardigd en derdenbeslagen (onder de Sociale Verzekeringsbank, SVB) gelegd ter betaling van openstaande belastingschulden en sociale premies van de vennootschappen. Ook heeft de Ontvanger ten laste van één van die vennootschappen bodembeslag gelegd op roerende zaken in de praktijkruimte bij de ...
Ontvanger mocht overgaan tot sluiting van de onderneming, nu de betalingsregelingen onvoldoende zijn nagekomen, de bezwaren reeds waren afgewezen en het uitstel van betaling was ingetrokken
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:368) is het volgende aan de orde. In november 2023 heeft de Ontvanger ter zake van een openstaande belastingschuld executoriaal beslag laten leggen op de roerende zaken van belanghebbende. De verkoopdatum van de roerende zaken werd bepaald op 6 maart 2024. Na de beslaglegging zijn belanghebbende en de Ontvanger een betalingsregeling overeengekomen, waarbij belanghebbende een aanbetaling van Cg 6.000, uiterlijk op 4 maart 2024, ...
MAN-PIN vraagt of de minister van Justitie beschikt over vervolgingsbeleid of instructies aan het OM inzake ambtsmisdrijven. Zulks naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak heeft vernietigd (Curaçao)
Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Justitie een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het recente arrest van 10 juli 2026 waarin een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak door de Hoge Raad, in het belang der wet, werd vernietigd (ECLI:NL:HR:2026:1245). Bij brief van gelijke datum (21 juli 2026) werden door de MAN-PIN fractie ook al vragen ...
Kortgedingrechter oordeelt dat belanghebbende thans geen spoedeisend belang heeft bij de opheffing van het beslag. Belanghebbende heeft niet gesteld waarom de Ontvanger niet (opnieuw) zou mogen overgaan tot (versnelde) dwanginvordering, evenmin toegelicht in welke gerechtvaardigde belangen zij wordt geraakt bij instandhouding van het beslag
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:131) is het volgende aan de orde. Begin maart 2025 heeft de Stichting Belastingaccountantsbureau (SBAB) een rapport uitgebracht bevattende bevindingen van een bij belanghebbende uitgevoerd boekenonderzoek. In het rapport wordt de Inspecteur voorgesteld om naheffingsaanslagen winstbelasting, omzetbelasting, loonbelasting, en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ op te leggen. Belanghebbende heeft op 6 juni 2025 publiekelijk bekend gemaakt haar bedrijfsactiviteiten te zullen beëindigen. Diezelfde maand nog, ...
Gerecht oordeelt dat de Ontvanger bevoegd was om over te gaan tot dwanginvordering, omdat ten tijde van het uitvaardigen van het dwangschrift geen betaling was gedaan en geen regeling was getroffen. De bevoegdheid tot dwanginvordering is volgens het Gerecht niet teniet gegaan door het tussen het uitvaardigen van het dwangschrift en het doen betekenen daarvan alsnog verzocht hebben tot het treffen van een (nieuwe) betalingsregeling
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:118) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn definitieve aanslagen premie AOV, AVBZ en BVZ opgelegd. In september 2024 heeft belanghebbende met de Ontvanger een betalingsregeling getroffen met betrekking tot de aanslagen premie AOV en BVZ over het jaar 2022, maar belanghebbende heeft in dit verband geen betalingen gedaan. Op 20 februari 2025 heeft de Ontvanger deze betalingsregeling ingetrokken. In april 2025 ...
Statenlid Camelia-Römer stelt reeks van vragen aan MinFin naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof vernietigt. De zaak betrof de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de Ontvanger
Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Financiën een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2026 op het ingestelde beroep tot cassatie in het belang der wet in de zaak over de vraag of het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (het Hof) als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te ...
Gerecht oordeelt dat de Ontvanger tot dwanginvordering middels beslag heeft mogen overgaan. De Ontvanger mocht zich op het standpunt stellen dat niet aan de lopende betalingsverplichtingen werd voldaan. Ook heeft de Ontvanger de betalingsregeling terecht van rechtswege vervallen geacht, nu deze niet volledig is nagekomen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:103) is het volgende aan de orde. De Ontvanger heeft ten laste van belanghebbende beslag gelegd op roerende goederen uit kracht van drie dwangschriften. Daarbij is vermeld dat een openbare verkoop zal volgen. Belanghebbende heeft een verzetschrift tegen dit beslag aan de Ontvanger laten betekenen. Vervolgens heeft belanghebbende bij het Gerecht de opheffing van het beslag gevorderd, alsmede schadevergoeding op te maken bij staat ...
Hoge Raad vernietigt, in het belang der wet, de uitspraak van het Hof. Het Hof had het hoger beroep niet op de grond dat de NV geen belang heeft, niet-ontvankelijk mogen verklaren. De zaak betreft de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de ontvanger
Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 10 juli 2026, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:1245) op het beroep in cassatie in het belang der wet van Advocaat-Generaal P.J. Wattel namens de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (het Hof) van 10 augustus 2023, nr. CUR2022H00249. De Hoge Raad oordeelt dat de ...
Gerecht oordeelt dat de Ontvanger wel degelijk de wettelijke bevoegdheid heeft X als bestuurder aansprakelijk te stellen voor belastingschulden van de vennootschap. Voor aansprakelijkheid van X als bestuurder geldt hier niet de eis dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan kennelijk onbehoorlijk bestuur
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:77) is het volgende aan de orde. X is bestuurder van een Curaçaose vennootschap. Hij is door de Ontvanger aansprakelijk gesteld voor de betaling van openstaande belasting- en premieschulden van de vennootschap. Daarna heeft de Ontvanger voor deze belastingschuld een dwangschrift betekend, gevolgd door een ten laste van de vennootschap gelegd bodembeslag en een derdenbeslag op vorderingen van X op de Sociale Verzekeringsbank (SVB) ...
Belanghebbende moet op straffe van niet-ontvankelijkheid in hoger beroep aantonen dat de belasting, bijdrage, vergoeding, rente, verhogingen en kosten zijn geconsigneerd in handen van de Ontvanger. Betreft volgens het Hof een verzetprocedure (tegen de tenuitvoerlegging van dwangschriften) in de zin van art. 4 Lv dwanginvordering, en niet een executiegeschil ex art. 438 Rv zoals als additioneel verweer is aangevoerd
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2026:134) is het volgende aan de orde. Deze procedure betreft verzet tegen de tenuitvoerlegging van dwangschriften als bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake belastingen, bijdragen en vergoedingen (P.B. 1942 no. 246, zoals gewijzigd) (hierna: de Lv Dwanginvordering). Het derde lid van artikel 4 Lv Dwanginvordering bepaalt ...
Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over de rechtspositie van een bestuurder van een Curaçaose vennootschap die door de Ontvanger aansprakelijk wordt gehouden voor openstaande belasting- en premieschulden van de vennootschap
Samenvatting zaak Afgelopen vrijdag 7 november 2025 heeft de civiele kamer van de Hoge Raad de prejudiciële vragen beantwoord die door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) zijn gesteld over de rechtspositie van een bestuurder van een Curaçaose vennootschap die, op grond van de daarop betrekking hebbende wettelijke bepalingen van Curaçao, door de Ontvanger aansprakelijk wordt ...
Naheffing griffierechten: direct geldelijk belang in zaak waarin de Ontvanger bodembeslag heeft gelegd ten laste van een Holding gewaardeerd op de waarde van de beslagen goederen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2018:123) is het volgende aan de orde. De Ontvanger heeft bodembeslag gelegd ten laste van een Holding BV (hierna: ‘Holding’), voor dwangschriften. In dit geding vordert een BV (appellante in deze zaak, hierna: ‘de BV’) de opheffing van het bodembeslag en vordert de Ontvanger dat bepaald wordt dat de BV de executie moet gehengen en gedogen. Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: ...
Kortgedingrechter oordeelt dat de vraag omtrent de rechtsgeldigheid van de door de Ontvanger gelegde derdenbeslagen en de vraag of er tussen X en de SVB sprake is van een op het moment van het leggen van de beslagen bestaande rechtsverhouding waaruit gecedeerde vorderingen voortvloeien, niet zonder nadere bewijslevering zijn te beantwoorden. De vragen dienen in een bodemprocedure in volle omvang te worden getoetst
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2024:260) is het volgende aan de orde. Het patiëntenbestand van X bestaat grotendeels uit personen die bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een ziektekostenverzekering hebben. De Ontvanger heeft op 22 maart 2024 executoriaal derdenbeslag gelegd onder de SVB op alle vorderingen die X op de SVB heeft of nog te vorderen zal hebben. Op 3 mei 2024 heeft de Ontvanger conservatoir derdenbeslag gelegd onder de ...
Naar voorshands oordeel kan in dit ‘gewone’ executiegeschil niet worden geconcludeerd dat de Ontvanger misbruik van bevoegdheid maakt door tot executoriale verkoping over te gaan. Enkele omstandigheid dat zulks mogelijk zal leiden tot het faillissement van belanghebbende en tot werkloosheid van haar werknemers is daartoe onvoldoende
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende, een besloten vennootschap (hierna: ‘BV’), heeft over de jaren 2022 tot en met 2024 geen belastingen afgedragen. De Ontvanger heeft uit kracht van dwangschriften ten laste van BV executoriaal beslag gelegd op roerende goederen en een openbare verkoopdatum bepaald. BV vordert – samengevat en enigszins geparafraseerd – dat het executoriaal beslag wordt geschorst, haar een periode van ...
Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder voor belastingschulden van de vennootschappen volgt rechtstreeks uit de wet: X hoofdelijk aansprakelijk. Het bodembeslag jegens X is evenwel niet rechtmatig en wordt opgeheven. Het beslag onder SVB is geldig en omvat mede de door SVB aan X verschuldigde bedragen voor zover betrekking hebbend op declaraties daterend van na de beslaglegging
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:77) is het volgende aan de orde. Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: “het Gerecht”) beantwoordt in dit vonnis de vraag of ‘X’, eiser in deze zaak, hoofdelijk aansprakelijk is voor de belastingschulden van een drietal vennootschappen. Door het Gerecht wordt geoordeeld dat dit het geval is, omdat dat wettelijk is bepaald. Het bodembeslag wordt wel opgeheven. De Ontvanger van Curaçao heeft ...
Conclusie A-G over de door het Gemeenschappelijk Hof in een Curaçaose zaak gestelde prejudiciële vragen aangaande de rechtspositie van de bestuurder die aansprakelijk wordt gesteld voor de belasting- en premieschulden van de vennootschap
Samenvatting zaak Op 11 april 2025 heeft Advocaat-Generaal (A-G) G. Snijders conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2025:426) over de door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gestelde prejudiciële vragen in de zaak waarin een bestuurder aansprakelijk is gesteld voor belasting- en premieschulden van de vennootschap (ECLI:NL:OGHACMB:2024:233, na tussenvonnis ECLI:NL:OGHACMB:2024:232). Het gaat in deze Curaçaose zaak, kortweg, om de rechtsvragen of (a) een bestuurder voor een rechter zijn aansprakelijkheid en de hoogte van de belasting- ...
Annotatie bij Conclusie A-G Wattel 28 maart 2025, 25/00155, ECLI:NL:PHR:2025:385 – mr. J. Starreveld
door mr. J. (Jeroen) Starreveld Betreft: ECLI:NL:PHR:2025:385. Voor een samenvatting van de conclusie van AG Wattel, zie dit artikel in het CFN van 28 maart 2025, met als INHOUDSINDICATIE: Advies AG aan Hoge Raad: Facebookposts van de minister van Financiën van Curaçao wekken geen gerechtvaardigd vertrouwen. Annotatie* De invloed van de Hoge Raad op ‘fiscale’ jurisprudentie in Aruba, Sint Maarten, Curaçao en de BES eilanden wordt het meest gevoeld met ...
Advies AG aan Hoge Raad: Facebookposts van de minister van Financiën van Curaçao wekken geen gerechtvaardigd vertrouwen (met annotatie van mr. J. Starreveld)
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hiera: het Hof) had afwijzend moeten beslissen op het beroep van een bank op Facebook posts van de minister van financiën van Curaçao dat aanslagen over 2017 en ouder ‘gecanceld’ zouden worden. Dat concludeert advocaat-generaal (AG) Wattel vandaag, die de Hoge Raad adviseert om de uitspraak van het Hof te vernietigen (ECLI:NL:PHR:2025:385); zie ...
Gemeenschappelijk Hof stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in een zaak waarin een bestuurder aansprakelijk is gesteld voor belasting- en premieschulden van de vennootschap. Het gaat, kortweg, om de rechtsvraag of de bestuurder voor een rechter zijn aansprakelijkheid en de hoogte van de belasting- of premieschuld kan aanvechten en, zo ja, bij welke rechter. Ook komt de rechtsvraag aan de orde of de bestuurder ten aanzien van de aansprakelijkheid een disculpatiemogelijkheid heeft, ook als deze niet in de wet is neergelegd, en, zo neen, of het concordantiebeginsel het verschil vermag te verhelpen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2024:233) gaat het om premies AVBZ, basisverzekering ziektekosten (BVZ), loonbelasting, omzetbelasting en winstbelasting en om een aansprakelijk gestelde bestuurder van een naamloze vennootschap. Het volgende is aan de orde. Belanghebbende X is directeur van een naamloze vennootschap (hierna: NV). Tot 1998 was hij ook aandeelhouder van NV. Op 14 juni 2016 heeft de Ontvanger dwangschriften doen betekenen aan het woonadres van X tot een ...
Gerecht oordeelt dat het door de Ontvanger op roerende zaken gelegde beslag niet onrechtmatig is. Niet aannemelijk geworden dat niet de bezitter maar een andere partij de eigenaar is van de beslagen zaken. En niet onaanvaardbaar dat de Ontvanger aanspraak maakt op reguliere betaling, in plaats van overdracht aan de Ontvanger van vermeende vorderingen op het Land. Beroep op formele gebreken in de dwangschriften betreffende het adres slaagt ook niet
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Deze procedure betreft verzet tegen de tenuitvoerlegging van dwangschriften als bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake belastingen, bijdragen en vergoedingen (P.B. 1942 no. 246, zoals gewijzigd) (hierna: de Lv Dwanginvordering). Het derde lid van artikel 4 Lv Dwanginvordering bepaalt onder ...
Trustmaatschappij stelt dat de roerende goederen, waarop de Ontvanger beslag heeft gelegd ter inning van aan X opgelegde belastingaanslagen, haar reële eigendom zijn. Het Hof wijst de vordering van de trustmaatschappij toe om tussen te komen in de hoofdzaak waarin X verzet heeft aangetekend tegen de dwanginvordering: indien de roerende zaken van de trustmaatschappij blijken te zijn, heeft zij er belang bij dat het verzet van X gegrond wordt verklaard en zal een andere uitkomst nadelige gevolgen voor haar hebben
In deze Curaçaose civielrechtelijke zaak op het gebied van het invorderingsrecht is het volgende aan de orde. Deze zaak betreft een verzetprocedure tegen een dwanginvordering. Een partij ‘X’ heeft belastingaanslagen loonbelasting respectievelijk winstbelasting onbetaald gelaten. De Ontvanger heeft op 4 september 2017 beslag gelegd op roerende zaken in het pand aan het kantooradres waar X staat ingeschreven op welk adres ook een andere naamloze vennootschap staat ingeschreven (een ‘trustmaatschappij’, hierna: ...
De Ontvanger wil bodembeslag leggen bij een trustkantoor voor de belastingschuld van één van de door dat kantoor bestuurde vennootschappen, maar het kantooradres van trustkantoor kan niet mede worden aangemerkt als ‘bodem’ van de belastingschuldige. De Ontvanger kan zich niet op het kantoormeubilair van het trustkantoor verhalen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Kort samengevat betreft het in casu een verzetprocedure tegen een dwangschrift, meer in het bijzonder de uitvaardiging en tenuitvoerlegging van een dwangschrift, als bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake belastingen, bijdragen en vergoedingen (P.B. 1942 no. 246, zoals gewijzigd) (hierna: ...
Hof voorshands in kort geding: Legaliteitsbeginsel verzet zich ertegen dat artikel 10 lid 1 Landsverordening op de invordering van directe belastingen overeenkomstig wordt toegepast op hoofdelijk aansprakelijke bestuurders. Indien daarover al anders dient te worden geoordeeld, moet in elk geval voorshands geoordeeld worden dat de Ontvanger pas bevoegd is een dergelijke vordering in te dienen, nadat hij de bestuurder heeft aangesproken tot betaling, een redelijke termijn heeft gesteld en betaling binnen die termijn is uitgebleven. Curaçaose bepalingen in de heffingsverordeningen inzake bestuurdersaansprakelijkheid niet in strijd met artikel 1 Eerste Protocol EVRM
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is onder meer het volgende aan de orde (samengevat en enigszins geparafraseerd). Appellant in deze zaak is bestuurder van een tweetal vennootschappen. De vennootschappen en appellant hadden belastingschulden. Appellant heeft (in privé) vorderingen op de Sociale Verzekeringsbank (SVB). In opdracht van de Ontvanger heeft de deurwaarder dwangschriften uitgevaardigd tegen één van de vennootschappen wegens openstaande belasting- en premieschulden (loonbelasting, omzetbelasting en diverse soorten premies) ...
In geschil met Land over schuldenafwikkeling beroept Sehos zich ten aanzien van belasting- en premieschulden van 2017 en ouder op een algehele kwijtschelding en stelt dat dit volgt uit berichtgeving van de Minister van Financiën in de (social) media
Samenvatting zaak In deze Curaçaose civielrechtelijke zaak is onder meer het volgende aan de orde (samengevat en enigszins geparafraseerd). Partijen, de Stichting Sint Elisabeth Hospitaal (Sehos) en het Land Curaçao, zijn in geschil over de afwikkeling van de schulden van Sehos, waaronder een vordering waarvoor Sehos in de hoofdzaak is veroordeeld. Naast die vordering hebben ook andere partijen in rechte vorderingen tegen Sehos ingesteld. Ook in die zaken is het ...
Ontvanger heeft hangende de beroepsprocedure te kennen gegeven dat hij niet zal overgaan tot invordering van de aanslagen van 2017 en ouder. Daarmee is in beginsel het belang komen te ontvallen aan een rechtelijke beslissing over de hoogte van de belastingschuld. Verzuimboete 2018 inmiddels vernietigd
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een naamloze vennootschap die sinds eind 2016 geen activiteiten meer verricht en met ingang van 8 november 2019 in liquidatie is getreden. Aan belanghebbende zijn op respectievelijk 26 juni 2019 (2017) en 29 juni 2020 (2018) naheffingsaanslagen winstbelasting over de jaren 2017 en 2018 opgelegd naar een verschuldigde belasting van elk NAf 6.000. Daarbij zijn verzuimboetes ...
Ontvanger heeft hangende de beroepsprocedure te kennen gegeven dat hij niet zal overgaan tot invordering van de aanslagen van 2017 en ouder. Daarmee is in beginsel het belang komen te ontvallen aan een rechtelijke beslissing over de hoogte van de belastingschuld: beroep inzake aanslagen WB 2023 t/m 2016 niet-ontvankelijk. In periode dat belanghebbende niet bestond heeft zij geen spanning en frustratie kunnen ondervinden die tot voor vergoeding in aanmerking komende immateriële schade kan hebben geleid. Kosten van tijdverzuim door indienen beroepschrift of voorbereiding rechtszaak komen niet voor vergoeding in aanmerking
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een naamloze vennootschap die sinds eind 2016 geen activiteiten meer verricht en met ingang van 8 november 2019 in liquidatie is getreden. Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen winstbelasting over de jaren 2013 t/m 2016 opgelegd naar een verschuldigde belasting van elk NAf 6.000. Daarbij zijn verzuimboetes wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte/betaling opgelegd van ...
Civiele rechter oordeelt dat met de beslissing van de belastingrechter over de (forfaitaire) proceskostenvergoeding de kwestie is afgedaan, geen zeer bijzonder geval om te veroordelen tot vergoeding van de gehele schade. Beslaglegging op woning van belanghebbende wel onrechtmatig, nu de aanslagen door de belastingrechter reeds op nihil waren gesteld: Ontvanger aansprakelijk voor de ontstane schade
Samenvatting zaak In deze Curaçaose civielrechtelijke zaak is het volgende aan de orde. Naar aanleiding van een boekenonderzoek zijn aan belanghebbenden ambtshalve aanslagen inkomstenbelasting en premieheffing AVBZ opgelegd. Naar aanleiding van ingediende bezwaren zijn de aanslagen gedeeltelijk verminderd. Belanghebbenden hebben vervolgens beroep ingesteld bij het Gerecht in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken. Bij uitspraken van 8 april 2019 heeft het Gerecht (als belastingrechter) de door de belanghebbenden ...
Hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurder voor belastingschulden van de vennootschappen vloeit rechtstreeks voort uit de wet, daarvoor is geen wijziging van de tenaamstelling van de aanslagen nodig. Aansprakelijkheid ook niet beperkt tot gevallen van “kennelijk onbehoorlijk bestuur”
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Persoon ‘X’ is bestuurder van een N.V. en van een B.V. (hierna: “de vennootschappen”). De vennootschappen en X hadden belastingschulden ter zake van diverse belastingmiddelen. De Landsontvanger van Curaçao (hierna: “de Ontvanger”) heeft een lijst van onbetaald gebleven belastingaanslagen op naam van X en/of de vennootschappen aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) doen toekomen. De SVB heeft namelijk gelden ...
Aansprakelijkheid van een bestuurder voor de belastingschulden van de vennootschap vloeit rechtstreeks voort uit de wet. Ook niet beperkt tot gevallen van “kennelijk onbehoorlijk bestuur”. Ontvanger mocht executoriaal beslag leggen ten laste van de directeur
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Een vennootschap heeft belastingschulden ter zake van diverse belastingmiddelen. In oktober 2017 heeft de deurwaarder in opdracht van de Ontvanger van het land Curaçao (hierna: de Ontvanger) dwangschriften uitgevaardigd tegen de vennootschap en dwangschriften verleend tegen persoon ‘X’ in zijn hoedanigheid van directeur ter zake van de belastingschulden van de vennootschap, met last tot betaling. De dwangschriften zijn ...
Verzet tegen dwanginvordering en vordering tot stopzetting van de executieveiling, onder meer omdat de roerende zaken waarop beslag is gelegd reële eigendom zouden zijn van een derde. De derde is evenwel geen partij in deze procedure, waardoor in deze procedure niet kan worden beslist dat de Landsontvanger niet tot uitwinning van zaken van die derde mag overgaan
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde (kort samengevat en enigszins geparafraseerd). De Landsontvanger van Curaçao heeft roerende zaken in beslag genomen ter inning van openstaande belastingschulden van belanghebbende. Enige jaren later heeft de Landsontvanger op de voet van de artikelen 1, 3 en 9 van de Landsverordening Dwanginvordering (hierna: Lv Dwanginvordering) een dwangschrift uitgevaardigd ter inning van winstbelasting en loonbelasting. Belanghebbende heeft ex artikel 4 ...
