Bestuurder vordert het volledige gebruikelijk loon maar de vennootschap meent dat hij daar geen recht op heeft omdat hij slechts in deeltijd betrokken was en het gebruikelijk loon daarom tijdsevenredig uitbetaald mag worden. Verder ziet het Gerecht zonder nadere toelichting niet in waarom de bestuurder in privé de belasting die BV verschuldigd is zou moeten betalen. Dat de belastingaanslag naast een hoofdsom ook uit boetes en rente bestond, maakt dat volgens het Gerecht niet anders

Samenvatting zaak In deze Caribisch Nederlandse zaak (ECLI:NL:OGEABES:2026:153) is onder meer het volgende aan de orde. X, één van de bestuurders van een op Bonaire gevestigde besloten vennootschap (hierna: “BV”) stelt dat hij zijn loon sinds 2021 niet volledig uitbetaald heeft gekregen. Hij eist bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Gerecht) onder meer dat BV wordt veroordeeld het achterstallig loon te betalen ...

Gerecht bepaalt bij verdeling huwelijksgoederengemeenschap dat de man verantwoordelijk is voor de belastingen die betrekking hebben op de aan hem toebedeelde onroerende zaak

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:85) wordt door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap in verband met de echtscheiding vastgesteld. Meer in het bijzonder gaat het daarbij om de vaststelling en berekening van de daadwerkelijke verdeling van wat door de ene partij aan de andere partij moet worden betaald vanwege overbedeling. In dit kader wordt door het Gerecht onder meer ...

Het door de werknemer niet ondertekenen van het formulier om als expat bij de belastingdienst te worden opgegeven komt voor risico van de werknemer zelf

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense arbeidsrechtelijke zaak in kort geding (ECLI:NL:OGEAM:2026:92) is het volgende aan de orde. A (hierna: de Werknemer) heeft met X (hierna: de Werkgever) een arbeidsovereenkomst gesloten. Na het begin van de werkzaamheden heeft de Werkgever aan de Werknemer gevraagd om een formulier te ondertekenen in verband met het feit dat zij als expat aan de belastingdienst zou moeten worden opgegeven. De Werknemer heeft dat formulier ...

Gerecht komt met betrekking tot het tot camper omgebouwde voertuig tot het oordeel dat sprake is van een personenvoertuig waarop de verhuisboedelvrijstelling van toepassing is. Het voertuig is geschikt om personen en/of goederen te vervoeren, het is een persoonlijk goed, geschikt voor de openbare weg, geen sport- of hobbyvoertuig en wordt ook niet bedrijfsmatig gebruikt

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:108) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in Nederland een Ford model Transit Connect (bouwjaar 2019) aangeschaft. Dit voertuig staat sinds 24 augustus 2022 op haar naam staat. Voor het voertuig heeft zij in Nederland een particuliere autoverzekering bij de ANWB afgesloten. Belanghebbende heeft het voertuig tot camper omgebouwd. In 2024 is belanghebbende verhuisd naar Curaçao. Zij heeft het “registratieformulier personenauto verhuisboedel” ...

Rechtbank oordeelt dat het college het verzoek van de gedupeerde van de toeslagenaffaire om vergoeding van de reiskosten naar Curaçao voor familiebezoek heeft kunnen afwijzen, omdat de reis niet noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start

Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RBROT:2026:6389) is het volgende aan de orde (kort samengevat en enigszins geparafraseerd). Deze zaak gaat over de brede ondersteuning die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (hierna: het college) aan belanghebbende, die is erkend als gedupeerde van de toeslagenaffaire, wordt geboden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Het college heeft aan belanghebbende medegedeeld dat aan haar brede ...

Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt over het afgewezen verzoek tot overname van de private schuld van een gedupeerde van de toeslagenaffaire aan een guesthouse in Curaçao, dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een rechtsgeldige schuld

Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RVS:2026:3660) is het volgende aan de orde (kort samengevat en enigszins geparafraseerd). Belanghebbende is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om overname van een schuld van 51.000,00 Antilliaanse gulden ter zake van achterstallige huur en een contractuele boete aan een ‘guesthouse’ in Curaçao. De minister van Financiën heeft de aanvraag van belanghebbende om deze private schuld over te nemen evenwel afgewezen. De ...

Gerecht oordeelt dat de Ontvanger tot dwanginvordering middels beslag heeft mogen overgaan. De Ontvanger mocht zich op het standpunt stellen dat niet aan de lopende betalingsverplichtingen werd voldaan. Ook heeft de Ontvanger de betalingsregeling terecht van rechtswege vervallen geacht, nu deze niet volledig is nagekomen

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:103) is het volgende aan de orde. De Ontvanger heeft ten laste van belanghebbende beslag gelegd op roerende goederen uit kracht van drie dwangschriften. Daarbij is vermeld dat een openbare verkoop zal volgen. Belanghebbende heeft een verzetschrift tegen dit beslag aan de Ontvanger laten betekenen. Vervolgens heeft belanghebbende bij het Gerecht de opheffing van het beslag gevorderd, alsmede schadevergoeding op te maken bij staat ...

Hof Den Bosch oordeelt dat het namens en op naam van de door de KvK ontbonden Curaçaose vennootschap ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk is, omdat het niet door of namens de vereffenaar is ingesteld. Alleen de vereffenaar is bevoegd om de vennootschap na haar ontbinding te vertegenwoordigen. De vennootschap is niet opgehouden te bestaan, omdat de verklaring van de vereffenaar niet juist is en deze ook niet is gepubliceerd in de Landscourant

Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:GHSHE:2026:1454) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, een naamloze vennootschap, heeft haar statutaire zetel in Curaçao en is feitelijk gevestigd in Nederland. Op 25 april 2017 hebben de inspecteur en (onder meer) belanghebbende een vaststellingsovereenkomst (hierna: de VSO) gesloten. De inspecteur van de (Nederlandse) Belastingdienst heeft belanghebbende uitgenodigd, herinnerd en aangemaand om de aangifte vennootschapsbelasting (Vpb) 2017 te doen. Belanghebbende heeft dat niet ...

Hoge Raad vernietigt, in het belang der wet, de uitspraak van het Hof. Het Hof had het hoger beroep niet op de grond dat de NV geen belang heeft, niet-ontvankelijk mogen verklaren. De zaak betreft de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de ontvanger

Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 10 juli 2026, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:1245) op het beroep in cassatie in het belang der wet van Advocaat-Generaal P.J. Wattel namens de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (het Hof) van 10 augustus 2023, nr. CUR2022H00249. De Hoge Raad oordeelt dat de ...

Gerecht oordeelt bij tussenuitspraak dat voor de winstbelasting aan de fusie geen terugwerkende kracht wordt verleend. De vennootschappen zijn (vrijwel) het gehele jaar zelfstandig belastingplichtig en hadden aangifte winstbelasting moeten doen

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:86) is het volgende aan de orde. Op 29 oktober 2019 heeft “Y” handelend als het bestuur van een aantal vennootschappen het voorstel tot juridische fusie gedaan. Op 1 november 2019 is het voorstel tot juridische fusie tezamen met de in artikel 2:314, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek genoemde stukken ten kantore van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van Curaçao neergelegd ...

Belanghebbende maakt bij het Gerecht niet aannemelijk dat moet worden uitgegaan van een lager bedrag aan inkomsten uit (vroegere) arbeid dan het door hem zelf aangegeven bedrag en zoals ook volgt uit de loonbelastingkaarten

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2026:82) is het volgende aan de orde. Belanghebbende werkte bij een werkgever ‘X’. In augustus 2022 is zijn arbeidsovereenkomst beëindigd wegens pensionering. In zijn aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2021 heeft hij een bedrag aan inkomsten uit (vroegere) arbeid aangegeven. Bij het opleggen van de aanslag inkomstenbelasting over dat jaar heeft de Inspecteur de inkomsten uit (vroegere) arbeid overeenkomstig de aangifte vastgesteld. In ...

Rechtbank oordeelt dat belanghebbende heel 2018 in Nederland woonde en dat hij ook op grond van de tie-breaker van de Belastingregeling Nederland Curaçao als inwoner van Nederland moet worden aangemerkt

In deze Nederlandse belastingzaak (ECLI:NL:RBZWB:2026:5556) is onder meer het volgende aan de orde (summier samengevat en geparafraseerd). Belanghebbende heeft de Nederlandse nationaliteit. In de (Nederlandse) Basisregistratie Personen (BRP) stond hij vanaf 18 mei 2018 ingeschreven op een adres te Curaçao. In de periode van 21 mei 2018 tot en met 31 december 2018 was belanghebbende twee keer op Curaçao. De verblijfsduur op Curaçao bedroeg 6 dagen tot maximaal 14 dagen ...

Vordering Ontvanger tot opheffing van de schorsing van de executie in kort geding toegewezen, maar belanghebbende krijgt nog een termijn van 3 maanden om de gehele schuld te voldoen

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2026:80) is het volgende aan de orde. De Ontvanger van Sint Maarten heeft op 2 april 2026 een verzoekschrift ingediend tot opheffing van de schorsende werking als gevolg van het door X, gedaagde in deze zaak, ingestelde hoger beroep tegen de afwijzende beslissing op het verzet van X tegen de executie van een aantal dwangschriften. Belanghebbende in gelegenheid gesteld betaling te doen Na ...

Gerechtshof oordeelt dat de rechtbank de aan belanghebbende opgelegde informatiebeschikking terecht in stand heeft gelaten. Wat betreft de administratie van de Curaçaose SPF wordt belanghebbende het niet voldoen aan de in artikel 47 AWR genoemde informatieverplichting aangerekend

Samenvatting zaak In deze Nederlandse belastingzaak (ECLI:NL:GHARL:2026:2718) is het volgende aan de orde (summier samengevat en geparafraseerd). Belanghebbende heeft tot december 2004 in Nederland gewoond, daarna vanaf 7 januari 2009 in Curaçao, vervolgens weer in Nederland en in december 2012 is hij geëmigreerd naar Zwitserland. In augustus 2004 is naar Curaçaos recht een Stichting Particulier Fonds opgericht (hierna: de SPF). De SPF houdt aandelen in een drietal buitenlandse vennootschappen (hierna ...

Gerecht van oordeel dat de Inspecteur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Feiten of omstandigheden die kunnen leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zijn gesteld noch gebleken. De bijzondere omstandigheid dat belanghebbende buiten de termijn in bezwaar is gekomen, vormt aanleiding voor verlenging van de redelijke termijn

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:81) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is met dagtekening 30 juni 2021 een naheffingsaanslag winstbelasting (WB) over het jaar 2019 opgelegd. Gelijktijdig is een verzuimboete opgelegd van NAf 2.700. Op 26 februari 2025 heeft belanghebbende tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en ook ambtshalve geen aanleiding gezien de naheffingsaanslag en verzuimboete ...

Beroep wegens het niet tijdig beslissen gegrond: Inspecteur opgedragen alsnog uitspraak te doen op de bezwaren. Het Gerecht acht het niet verschijnen van de Inspecteur, omdat hij de zaak is vergeten, ‘bijzonder kwalijk’ en kwalificeert het optreden van de Inspecteur in deze procedure als (zeer) ernstig onzorgvuldig. De opeenstapeling van vormverzuimen door de Inspecteur vormt aanleiding om vanwege bijzondere omstandigheden artikel 2 lid 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht toe te passen

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:82) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn met dagtekening 30 september 2022 aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ voor het jaar 2019 opgelegd en met dagtekening 29 februari 2024 aanslagen IB en premie AVBZ voor het jaar 2021. Hiertegen heeft belanghebbende op 7 augustus 2024 respectievelijk op 29 mei 2024 bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft belanghebbende op 14 januari ...

Inspecteur is gedeeltelijk aan het bezwaar van belanghebbende tegemoetgekomen en heeft de aanslagen verminderd tot nihil. Door de vermindering ontbreekt het procesbelang, nu het beroep belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. Gerecht merkt overigens op dat verliezen niet bij voor bezwaar vatbare beschikking worden vastgesteld. Een negatief zuiver inkomen kan verrekend worden met de (positieve) zuivere inkomens van de volgende vijf belastingjaren: dat betekent dat in die jaren alsnog de hoogte van het verlies van het onderhavige jaar ter discussie gesteld kan worden

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:83) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW en AVBZ voor het jaar 2021 opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij uitspraken is de Inspecteur gedeeltelijk aan het bezwaar van belanghebbende tegemoetgekomen en heeft hij de aanslagen verminderd [tot nihil, zie hierna]. Belanghebbende heeft vervolgens beroep ingesteld tegen de uitspraken van de Inspecteur. Overwegingen Kort samengevat ...

Bezwaar en beroep beide niet-ontvankelijk omdat zij buiten de wettelijke termijnen zijn ingediend. Gerecht verwerpt stelling dat een procedurele hobbel niet in de weg mag staan aan een vermindering van de aanslagen conform hetgeen daadwerkelijk aan belasting verschuldigd is: de bezwaar- en beroepstermijn zijn van openbare orde. Tegen de weigering van de inspecteur om ambtshalve te verminderen, staat geen rechtsmiddel open

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2026:68) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn op 17 oktober 2019 aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW en AVBZ voor de jaren 2013 en 2014 opgelegd. Gelijktijdig met de aanslag IB voor het jaar 2014 is een verzuimboete opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen op 18 maart 2025 bezwaar gemaakt. Bij uitspraken van 28 maart 2025 (2013) en 8 mei 2025 (2014) ...

Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in de Arubaanse zaak waarin de vraag aan de orde kwam of de heffing van Arubaanse dividendbelasting in strijd is met de non-discriminatiebepaling van het Vriendschapsverdrag met de VS

Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 19 juni 2026, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:956) op het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van 14 november 2023 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (ECLI:NL:OGHACMB:2023:251). In deze Arubaanse zaak is, kort gezegd, de vraag aan de orde gekomen of de heffing van Arubaanse dividendbelasting in strijd is met de non-discriminatiebepaling van artikel XI(1) en (2) van het Vriendschapsverdrag met ...

De betaalde premies voor de verzekering ter dekking van ziektekosten die in het buitenland worden gemaakt, komen naar het oordeel van het Gerecht als buitengewone lasten in aftrek. Het gaat om op belanghebbende drukkende uitgaven ter zake van ziekte en het staat een belastingplichtige vrij om in het buitenland als particulier medische hulp te zoeken. Ook de stelling van de Inspecteur over ‘bovenmatigheid’ houdt bij het Gerecht geen stand

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:79) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is gepensioneerd (vanaf 2010) en verblijft met zijn echtgenote gedurende het jaar voor langere periodes in de Verenigde Staten (VS) omdat zijn kinderen en kleinkinderen aldaar woonachtig zijn. In zijn aangifte inkomstenbelasting (IB) over het haar 2019 heeft hij onder meer een bedrag aan buitengewone lasten in aftrek gebracht, bestaande uit premies voor ziektekostenverzekeringen, onder meer ...

Beide partijen maken de kosten die volgens hen een causaal verband houden met de opbrengst uit vermogen niet aannemelijk. Gerecht bepaalt de kostenaftrek in goede justitie en is van oordeel dat de kosten voor 20% dienen te worden toegerekend aan de bruto dividenden en voor 80% aan de koersresultaten

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:80) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in 2019 de volgende inkomsten genoten: een AOV-uitkering, rente op binnenlandse spaartegoeden en inkomsten uit dividenden. Zij bezit een effectenportefeuille waarmee wereldwijd wordt belegd in voornamelijk aandelen en obligaties en op kleinere schaal in alternatieve vermogenscategorieën. Zij heeft aan vermogensbeheerder ‘Y’ een bedrag aan (directe) kosten van beheer betaald; daarnaast is een bedrag aan coupon- ...

Gerecht oordeelt dat de Ontvanger wel degelijk de wettelijke bevoegdheid heeft X als bestuurder aansprakelijk te stellen voor belastingschulden van de vennootschap. Voor aansprakelijkheid van X als bestuurder geldt hier niet de eis dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan kennelijk onbehoorlijk bestuur

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:77) is het volgende aan de orde. X is bestuurder van een Curaçaose vennootschap. Hij is door de Ontvanger aansprakelijk gesteld voor de betaling van openstaande belasting- en premieschulden van de vennootschap. Daarna heeft de Ontvanger voor deze belastingschuld een dwangschrift betekend, gevolgd door een ten laste van de vennootschap gelegd bodembeslag en een derdenbeslag op vorderingen van X op de Sociale Verzekeringsbank (SVB) ...

Belanghebbende moet op straffe van niet-ontvankelijkheid in hoger beroep aantonen dat de belasting, bijdrage, vergoeding, rente, verhogingen en kosten zijn geconsigneerd in handen van de Ontvanger. Betreft volgens het Hof een verzetprocedure (tegen de tenuitvoerlegging van dwangschriften) in de zin van art. 4 Lv dwanginvordering, en niet een executiegeschil ex art. 438 Rv zoals als additioneel verweer is aangevoerd

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2026:134) is het volgende aan de orde. Deze procedure betreft verzet tegen de tenuitvoerlegging van dwangschriften als bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake belastingen, bijdragen en vergoedingen (P.B. 1942 no. 246, zoals gewijzigd) (hierna: de Lv Dwanginvordering). Het derde lid van artikel 4 Lv Dwanginvordering bepaalt ...

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: Tijdelijk geen dwangsom bij uitblijven besluit compensatie werkelijke schade in hersteloperatie toeslagen (Nederland)

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen van de Nederlandse belastingdienst het komende jaar, tot 3 juni 2027, geen dwangsommen hoeft te betalen bij het niet of te laat beslissen op dit soort aanvragen. Daarna kan de Afdeling bestuursrechtspraak opnieuw beoordelen of een dwangsom een effectieve prikkel is om de Dienst Toeslagen tot besluitvorming te bewegen. Dit staat in een uitspraak van de ...

Gang van zaken vormt gegronde reden voor twijfel aan de juistheid van het standpunt van belanghebbende dat zij het aanslagbiljet nooit heeft ontvangen. Het Gerecht acht aannemelijk dat belanghebbende reeds geruime tijd op de hoogte was van de naheffingsaanslag: bezwaarschrift niet tijdig ingediend, beroep ongegrond

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:71) is het volgende aan de orde. Omdat belanghebbende geen aangifte winstbelasting (WB) heeft gedaan is aan haar op 15 februari 2024 een (taxatieve) naheffingsaanslag WB over onder andere het jaar 2022 opgelegd. Gelijktijdig met de naheffingsaanslag is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000. Op 4 oktober 2024 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag. Met dagtekening 21 juli 2025 heeft de Inspecteur uitspraak ...

Beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Gerecht is van oordeel dat belanghebbende aan het (online) aangiftebiljet/portaal niet het in rechte te honoreren vertrouwen heeft mogen ontlenen dat dient te worden overgegaan tot een hoger (onjuist) bedrag aan teruggaaf

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:72) is het volgende aan de orde. In februari 2023 heeft belanghebbende voorlopige aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan en het op deze voorlopige aangifte verschuldigde bedrag aan winstbelasting betaald. In december 2023 heeft belanghebbende vervolgens de definitieve aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan. Gelet op het aangegeven bedrag van de voorlopige aangifte resulteert deze definitieve aangifte in een door belanghebbende terug ...

Gerecht oordeelt dat de Inspecteur bevoegd was om het juiste bedrag aan toeristenheffing nader na te heffen, omdat belanghebbende wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat de eerste naheffingsaanslagen niet aansloten bij de bevindingen van het boekenonderzoek en tot een te laag bedrag waren vastgesteld. Beroep op vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet

Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:131) is het volgende aan de orde. Belanghebbende bezit twee onroerende goederen op Aruba, waarvan de exploitatie is uitbesteed aan het bedrijf ‘Y’. De onroerende goederen worden door Y via verschillende platforms ter verhuur aangeboden aan het publiek. In het jaar 2024 heeft er een boekenonderzoek plaats gevonden bij belanghebbende. Dit resulteerde in het concept controlerapport van 4 juni 2024 dat op 12 juni ...

Gerecht van oordeel dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de administratieplicht en de bewaarplicht en dat daarmee is voldaan aan de voorwaarden voor omkering en verzwaring van de bewijslast. Gelet op de geconstateerde gebreken in de administratie, de aanwezigheid van niet-verantwoorde inkopen en de toepassing van een op analyse gebaseerde brutowinstmarge, acht het Gerecht de gehanteerde methode van omzetreconstructie niet onredelijk of willekeurig. Verder oordeelt het Gerecht dat de vergrijpboetes wegens (voorwaardelijk) opzet terecht zijn opgelegd, maar matigt deze gezien de toegepaste omkering en verzwaring van de bewijslast en vermindert deze verder wegens overschrijding van de redelijke termijn met bijna elf jaren

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2026:61) is het volgende aan de orde. Bij belanghebbende, die een supermarket exploiteert, is door Stichting Belastingaccountantsbureau (hierna: SBAB) een boekenonderzoek uitgevoerd voor de middelen winstbelasting (WB) en belasting op bedrijfsomzetten (BBO) over de perioden 2008 tot en met 2011. Volgens het door de controlerend ambtenaar opgestelde controlerapport is tijdens het onderzoek gebleken dat op een aantal onderdelen niet is voldaan aan de ...

Veroordeling wegens het feitelijke leiding hebben gegeven aan het door een rechtspersoon niet binnen de gestelde termijn doen van aangifte en het niet verstrekken van inlichtingen. Beroep op afwezigheid van alle schuld vanwege omstandigheden door het overlijden van de accountants en een storing in het belastingportaal, slaagt niet. Maar het Gerecht ziet wel enkele factoren om bij de strafmaat te betrekken

In deze Curaçaose strafzaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:330) is de verdachte door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) veroordeeld voor het feitelijk leiding hebben gegeven aan het door een rechtspersoon, een naamloze vennootschap, niet binnen de door de Inspecteur der belastingen gestelde termijn hebben gedaan van aangiften winstbelasting en het niet hebben verstrekt van bij de belastingverordening voorziene inlichtingen, gegevens of aanwijzingen. Bewezenverklaring, strafbaarheid en kwalificatie Het Gerecht acht ...

Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in een Nederlandse zaak waarin belanghebbende stelde dat geen aanmaningskosten in rekening mochten worden gebracht omdat hij niet door middel van een e-mailnotificatie van de naheffingsaanslag op de hoogte is gesteld. In de tot 1 januari 2026 in Nederland geldende wettelijke regeling was geen verplichting voor een bestuursorgaan opgenomen een dergelijke emailnotificatie te verzenden. Verzending van e-mailnotificaties vond destijds slechts plaats indien de belanghebbende de wens daartoe kenbaar had gemaakt

Samenvatting zaak Op 1 mei 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:734) op het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (het Hof) van 19 september 2024 (ECLI:NL:GHDHA:2024:2322) betreffende een door de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting. In deze zaak was in het bijzonder in geschil of terecht aanmaningskosten in rekening zijn gebracht door de ...