Hof oordeelt, evenals het Gerecht, dat de onderhavige dranken niet onder post 2203 (bier van mout) moeten worden ingedeeld maar onder post 2208 (ethylalcohol, andere dranken met gedistilleerde alcohol). Na filtratie verliezen de dranken de eigenschappen van bier

Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak op het gebied van de heffing van invoerrechten is het volgende aan de orde. Belanghebbende voert verschillende alcoholhoudende dranken in, waaronder dranken die onder de merknamen 'Bud Light Lime' (hierna: BLL-dranken) en 'Bartels & James' (hierna: B&J-dranken) worden verkocht. De BLL-dranken hebben een alcoholgehalte van 8,0 percent. Zij zijn vervaardigd volgens een bierbrouwproces - dat wil zeggen gebrouwen met een combinatie van gerstmout en ...

Oordeel Gerecht dat oproepkrachten als losse werknemer niet onder de definitie van werknemer voor de ongevallenverzekering vallen houdt bij Hof weliswaar geen stand, maar niet gemotiveerd dat sprake is van dienstverband. Voor wat betreft de ziekteverzekering niet gemotiveerd dat de toelagen onder de uitzonderingen van loon vallen

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak op het gebied van het socialezekerheidsrecht met betrekking tot naheffingsaanslagen premies ongevallenverzekering (OV) en ziekteverzekering (ZV) is het volgende aan de orde. Het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekering (hierna: USZV) heeft aan de stichting Stichting Het Wit Gele Kruis (hierna: WGK) een naheffingsaanslag opgelegd voor de Ziekteverzekering en de Ongevallenverzekering voor de premieperiode 2014 (hierna: de naheffingsaanslag). WGK heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar ...

Gerecht van oordeel dat de monumentale ‘magasina’ aangemerkt kan worden als een eigen woning, dat geen sprake is van nieuwbouw en dat de verbouwingskosten gesplitst dienen te worden in onderhoudskosten en verbeteringskosten (op basis van de aanschrijving ook aftrekbaar). Subsidie dient in mindering te worden gebracht

Samenvatting zaak In deze Curaçaose inkomstenbelastingzaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft een perceel grond gekocht met daarop een niet gerestaureerde schuur (hierna: ‘magasina’). De magasina behoort tot een landhuis. Evenals het landhuis is de magasina opgenomen in het register van beschermde monumenten ingevolge artikel 6 van de Monumenteneilandsverordening Curaçao. Belanghebbende is in het jaar 2012 begonnen met de restauratie van de magasina. De restauratie is onder begeleiding ...

Vereiste aangifte niet gedaan: omkering en verzwaring bewijslast. Redelijke schatting belastbaar inkomen. Gerecht oordeelt dat belastingplichtige willens en wetens de reële kans heeft aanvaard dat zijn handelen of nalaten tot gevolg zou hebben dat te weinig belasting zou worden geheven: vergrijpboetes van 50% terecht opgelegd

Samenvatting zaak In deze Curaçaose formeelbelastingrechtelijke zaak met betrekking tot navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie AVBZ is het volgende aan de orde. Belanghebbende exploiteert een onderneming in de vorm van een eenmanszaak. Over de jaren 1999 tot en met 2003 is in 2004 een boekenonderzoek ingesteld waarbij de administratie is verworpen. In het jaar 2011 is volgens de Inspecteur door de Stichting Belasting Accountants Bureau (SBAB) weer een onderzoek ingesteld bij ...

Adreswijziging had bij de Inspecteur moeten plaatsvinden, niet bij de Ontvanger. Gerecht oordeelt dat het aan belanghebbende zelf te wijten is dat hij pas bij terugkomst in Curaçao bekend is geworden met de aanslagen

Samenvatting zaak In deze Curaçaose formeelbelastingrechtelijke zaak met betrekking tot aanslagen in de inkomstenbelasting en premies AOV/AWW en AVBZ is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft zich op 13 augustus 2007 ingeschreven in het bevolkingsregister van Curaçao. Per 5 mei 2015 heeft belanghebbende zich uitgeschreven en per 24 januari 2017 weer ingeschreven in het bevolkingsregister van Curaçao. Op 8 april 2016 zijn aan belanghebbende aanslagen inkomstenbelasting en premies AOV/AWW ...

Belanghebbende betoogt dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden, omdat in vergelijkbare gevallen artikel 12a Gezamenlijke beschikking wel is toegepast vanaf 2014. Beroep slaagt niet, niet voldaan aan de meerderheidsregel

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak met betrekking tot een aanslag premieheffing AOV/AWW is het volgende aan de orde. Belanghebbende is ingezetene van Curaçao en geniet in het onderhavige jaar (2016) een ABP-pensioen uit Nederland. Belanghebbende is over het ABP-pensioen in Curaçao geen inkomstenbelasting verschuldigd. Bij het vaststellen van de onderhavige aanslag premieheffing AOV/AWW is het ABP-pensioen in de heffing betrokken. In geschil is of de aanslag premieheffing AOV/AWW terecht ...

Hof Arnhem-Leeuwarden acht standpunt dat onderhavige Stichting Particulier Fonds niet-transparant is onhoudbaar en niet pleitbaar. Opzettelijk doen van onjuiste aangifte bewezen verklaard, veroordeling tot (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf (met annotatie van mr. K.M.G. Demandt)

Samenvatting zaak In deze Nederlandse strafzaak, waarin het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) op 18 december 2019 uitspraak heeft gedaan, concludeert het hof dat het standpunt dat de onderhavige SPF niet-transparant is, onhoudbaar en niet pleitbaar is. Het hof is van oordeel dat verdachte opzet heeft gehad op het verbergen van zijn betrokkenheid bij de SPF en het niet verantwoorden van de behaalde winst uit aanmerkelijk belang in zijn aangifte ...

Conclusie A-G Niessen over het woonplaatsbegrip voor natuurlijke personen in de zin van art. 4, lid 1 AWR

Samenvatting zaak Advocaat-Generaal (A-G) Niessen heeft op 17 december 2019 conclusie genomen in een zaak over het woonplaatsbegrip voor natuurlijke personen in de zin van art. 4, lid 1 (Nederlandse) AWR. Het betreft het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de de uitspraak van het Hof Amsterdam,  20 december 2018, nr. 18/00013, ECLI:NL:GHAMS:2018:5008. Het betreft hier weliswaar geen zaak met feitelijke raakvlakken met de Caribische belastingpraktijk, maar de zaak is inhoudelijk ...

Conclusie A-G IJzerman over de vraag of door het bij informatiebeschikking opvragen van de volledige administratie van belanghebbende, een Antilliaanse NV, het evenredigheidsbeginsel geschonden is. Gaat over de vraag of NV gevestigd is in Nederland en daarom is aan te merken als binnenlands belastingplichtige

Samenvatting zaak Advocaat-Generaal (A-G) IJzerman heeft op 12 december 2019 conclusie genomen over de vraag of door het bij informatiebeschikking opvragen van de volledige administratie van belanghebbende het evenredigheidsbeginsel geschonden is. Het betreft het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 april 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1440 (zie over de Hofuitspraak ook dit artikel in het CFN van 14 juni 2019). Kort samengevat is het volgende aan de ...

Conclusie A-G IJzerman over standpunt belanghebbende dat hij in reactie op de informatiebeschikking al voldoende informatie heeft verstrekt om de Inspecteur in staat te stellen eventuele belastingplicht in Nederland te beoordelen. Belanghebbende stond in de onderhavige jaren ingeschreven in Curaçao

Samenvatting zaak Advocaat-Generaal (A-G) IJzerman heeft op 12 december 2019 conclusie genomen over het standpunt van belanghebbende dat hij in reactie op de afgegeven informatiebeschikking al voldoende informatie heeft verstrekt om de Inspecteur in staat te stellen zijn eventuele belastingplicht in Nederland te beoordelen. Het gaat om het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 april 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1439 (zie over de Hofuitspraak ook dit artikel ...

Conclusie A-G IJzerman over de aanvaardbaarheid van een informatiebeschikking afgegeven ter vaststelling of erflater, ingeschreven op adres van appartement in Curaçao, in Nederland woonde

Samenvatting zaak Advocaat-Generaal (A-G) IJzerman heeft op 12 december 2019 conclusie genomen over de aanvaardbaarheid van een informatiebeschikking afgegeven ter vaststelling of erflater in Nederland woonde. Het gaat om het beroep in cassatie van de erven, belanghebbenden, van [X] tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 15 maart 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1018 (zie over de Hofuitspraak ook dit artikel in het CFN van 31 mei 2019). Kort samengevat is het volgende aan de ...

Gerecht oordeelt dat voor het opleggen van een verzuimboete geen plaats is, nu op het moment van het ontstaan van de aangifteplicht de wettelijke termijn voor het doen van aangifte reeds is verstreken en bij de uitreiking van het aangiftebiljet geen termijn is gesteld

Samenvatting zaak In deze Arubaanse formeelbelastingrechtelijke zaak met betrekking tot een naheffingsaanslag winstbelasting is het volgende aan de orde. Belanghebbende is opgericht op 21 maart 2016. Het boekjaar van belanghebbende is gelijk aan het kalenderjaar. Belanghebbende heeft op 21 september 2017 een voorlopige aangifte winstbelasting voor het jaar 2016 ingediend. Op 6 oktober 2017 heeft belanghebbende de definitieve aangifte winstbelasting voor het jaar 2016 ingediend. Aan belanghebbende is met dagtekening ...

Gerecht oordeelt dat de inspecteur van het land Curaçao na 10 oktober 2010 heffingsbevoegd is ten aanzien van het in 2008 en 2009 in het eilandgebied Bonaire genoten inkomen, nu belanghebbende op 1 januari 2008 in het eilandgebied Curaçao (Nederlandse Antillen) woonde

Samenvatting zaak In deze Curaçaose inkomstenbelastingzaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende was tot september 2003 was woonachtig in Nederland. Belanghebbende is in dienstbetrekking werkzaam bij ‘H BV’ (hierna: H). Van september 2003 tot en met 2007 was belanghebbende gedetacheerd bij ‘M Curaçao’. Van 21 januari 2008 tot 21 september 2009 is belanghebbende als projectmanager gedetacheerd geweest bij ‘W Bonaire’. Belanghebbende had in Bonaire woonruimtes tot zijn beschikking die ...

Indien de aanslag pas na de dagtekening van het aanslagbiljet op de juiste wijze is bekendgemaakt, komt de datum van bekendmaking in de plaats van de dagtekening van het aanslagbiljet. Inspecteur maakt niet aannemelijk dat de naheffingsaanslag tijdig is bekend gemaakt

Samenvatting zaak In deze Curaçaose formeelbelastingrechtelijke zaak met betrekking tot een naheffingsaanslag winstbelasting is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een coöperatieve vereniging met als doel onder meer om bij haar leden spaarzin te kweken en haar leden in de gelegenheid te stellen hun spaargelden in de coöperatieve vereniging te beleggen. Belanghebbende heeft op 22 maart 2011 een voorlopige aangifte winstbelasting 2010 met een nihil bedrag aan verschuldigde winstbelasting ...

Gerecht beslist overeenkomstig een ter zitting overeengekomen compromis over verschuldigde overdrachtsbelasting

Samenvatting zaak In deze Curaçaose overdrachtsbelastingzaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft ter zake van de verkrijging van een stuk grond op aangifte een bedrag aan overdrachtsbelasting voldaan, maar maakt bezwaar tegen dit op aangifte voldane bedrag. Wegens het uitblijven van een uitspraak op het bezwaar, heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Ter zitting van het Gerecht wordt tussen partijen compromis ...

Hof oordeelt dat de door de werknemers ontvangen fooien tot het loon behoren. Bestaan van een instructie om geen loonbelasting meer te heffen over in ministeriële beschikking bedoelde fooien niet aannemelijk gemaakt. Geen pleitbaar standpunt

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense loonbelastingzaak, waarin het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (hierna: het Hof) op 5 november 2019 uitspraak heeft gedaan op het door belanghebbende ingestelde hoger beroep, komt het Hof tot het oordeel dat de door de werknemers van belanghebende van derden ontvangen fooien behoren tot het loon als bedoeld in artikel 6 van de Landsverordening op de Loonbelasting. Dat er een instructie zou bestaan op grond ...

Hoge Raad doet cassatieberoepen af met toepassing van artikel 81 RO. Betreft veroordeling vanwege onder meer het niet doen respectievelijk het onjuist doen van belastingaangifte door een rechtspersoon. Conclusie Advocaat-Generaal over het ‘ne bis in idem-beginsel’

Samenvatting zaak De Hoge Raad heeft op 17 december 2019 in drie samenhangende Sint Maartense fiscale strafzaken (ECLI:NL:HR:2019:1969, ECLI:NL:HR:2019:1970 en ECLI:NL:HR:2019:1971) de door de verdachte ingestelde cassatieberoepen afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie (R.O.) omdat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Het ...

Hoge Raad doet cassatieberoepen af met toepassing van artikel 81 RO. Betreft veroordeling wegens het opzettelijk onjuist doen van belastingaangifte respectievelijk het opdracht geven tot het opzettelijk onjuist doen van belastingaangifte. Conclusie Advocaat-Generaal over ‘pleitbaar standpunt’

Samenvatting zaak Op 7 januari 2020 heeft de Hoge Raad in twee samenhangende Sint Maartense fiscale strafzaken (ECLI:NL:HR:2020:11 en ECLI:NL:HR:2020:12) de door de verdachte ingestelde cassatieberoepen afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie (R.O.) omdat bij de beoordeling van deze klachten het niet nodig is om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van ...

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de belastingheffing van de SPF op Curaçao, die als doelvermogen is aangemerkt en derhalve onderworpen is aan winstbelasting tegen een tarief van 10%, naar Nederlandse maatstaven reëel is. Geen sprake van fraus legis

Samenvatting zaak In deze Nederlandse inkomstenbelastingzaak met raakvlakken met de Curaçaose belastingpraktijk is het volgende aan de orde. Erflater heeft op 30 december 2013 een stichting particulier fonds (SPF) opgericht naar het recht van Curaçao en heeft een bedrag ingebracht. Het bestuur van de SPF bestond bij de oprichting uit de naar het recht van Curaçao opgerichte en aldaar gevestigde vennootschap “B” N.V. en de gemachtigde van belanghebbenden (eisers in ...

Aan DGA kan in de IB-sfeer niet worden tegengeworpen dat de NV niet aan haar administratieplicht zou hebben voldaan, geen omkering en verzwaring van de bewijslast. Wel voldaan aan bewustheidsvereiste: verkapte winstuitdeling. Gerecht oordeelt verder dat de boete van 25% wegens opzet in overeenstemming is met de ernst van het vergrijp

Samenvatting zaak In deze Curaçaose belastingzaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is directeur en enig aandeelhouder van een NV. Bij de NV is een boekenonderzoek ingesteld. Naar aanleiding van de bevindingen van het boekenonderzoek zijn de winsten van de NV weliswaar gecorrigeerd, maar hebben deze correcties niet geleid tot een positieve winst voor de jaren 2011 tot en met 2013. Naar de Inspecteur ter zitting heeft verklaard zijn ...

Gerecht van oordeel dat een redelijke wetstoepassing meebrengt dat ook in het geval dat het beroep is ingetrokken omdat de Inspecteur is tegemoetgekomen aan belanghebbende, de Inspecteur het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoedt

Samenvatting zaak In deze Curaçaose formeelbelastingrechtelijke zaak met betrekking tot aanslagen grondbelasting en onroerendzaakbelasting is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn ter zake van een onroerende zaak (voorlopige) aanslagen grondbelasting en onroerendezaakbelasting voor de jaren 2011 tot en met 2017 opgelegd. Belanghebbende heeft tegen deze (voorlopige) aanslagen bezwaar gemaakt. Namens belanghebbende is door een advocaat beroep ingesteld. Met het beroep is een taxatierapport meegestuurd. De Inspecteur heeft per ...

Gerecht oordeelt dat de Inspecteur terecht de basiskorting niet heeft toegepast omdat de belastingplichtige in het onderhavige jaar (2015) geen inwoner van Curaçao was. Verschil tussen de te weinig ingehouden LB en de verschuldigde IB mag door middel van heffing van IB bij de werknemer worden geheven

Samenvatting zaak In deze Curaçaose inkomstenbelastingzaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is ingezetene van Nederland en heeft in het onderhavige jaar 2015 loon uit dienstbetrekking genoten bij Y. Door wijziging van artikel 24A, lid 1, tweede volzin, Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB) hebben de niet binnen Curaçao wonende belastingplichtigen met ingang van 1 januari 2015 niet langer recht op de basiskorting. In het jaar 2015 is door ...

Aanslag vernietigd omdat de verschuldigde inkomstenbelasting minder dan NAf 300 bedraagt: beroep niet-ontvankelijk omdat het rechtsmiddel belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. Niet tijdig inschakelen van een rechtsbijstandverlener komt voor rekening en risico van belanghebbende

Samenvatting zaak In deze Curaçaose formeelbelastingrechtelijke zaak met betrekking tot een aanslag inkomstenbelasting is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is met dagtekening 21 juli 2017 een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2013 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 27.150. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 250 vanwege het niet tijdig doen van aangifte. Belanghebbende heeft op 4 oktober 2017 daartegen bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft het ...

Gerecht oordeelt dat Curaçao op de in de BRK voorgeschreven wijze een tegemoetkoming (belastingvermindering) ter voorkoming van dubbele belasting moet verlenen met betrekking tot het uit Aruba genoten arbeidsinkomen

Samenvatting zaak In deze Curaçaose inkomstenbelastingzaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is ingezetene van Curaçao en heeft in het onderhavige jaar 2014 inkomsten genoten uit het verrichten van werkzaamheden in dienstbetrekking in Aruba. Bij het vaststellen van de aanslag heeft de Inspecteur geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend voor de uit Aruba genoten inkomsten. Daarbij is een verzuimboete opgelegd wegens het niet tijdig doen van aangifte ...

Te laat beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Hangende de hogerberoepsprocedure niet gebleken dat de Inspecteur alsnog daadwerkelijk een uitspraak op bezwaar heeft gedaan: het ingestelde hoger beroep kan niet worden geacht mede daartegen te zijn gericht

Samenvatting zaak Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2006 en 2008 navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting opgelegd. Tevens zijn vergrijpboetes opgelegd. Belanghebbende heeft op 7 december 2015 bezwaar gemaakt tegen de navorderingsaanslagen en de boetes en heeft op 6 en 9 oktober 2017 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Bij uitspraak van 11 september 2018 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) ...

Evenals het Gerecht acht het Hof aannemelijk dat de betrokken partijen zich van de vermogensverschuiving bewust moeten zijn geweest: verkapte winstuitdeling. Niet aangeven van de winstuitdeling dermate onzorgvuldig dat sprake is van grove schuld

Samenvatting zaak Belanghebbende heeft 25% van de aandelen in een NV. De overige aandelen zijn in handen van zijn twee broers. Bij de NV is een boekenonderzoek ingesteld. Voor de winstbelasting zijn diverse correcties aangebracht. Enige daarvan zijn als winstuitdeling aangemerkt, naar rato van het aandelenbezit van de aandeelhouders. Naar aanleiding van de bevindingen van het boekenonderzoek zijn voor de jaren 2006 tot en met 2008 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd. De ...

Belanghebbende niet geslaagd in de bewijslast dat hij zijn geldvordering op een holding reeds tegen uitreiking van aandelen heeft ingebracht in een buitenlandse Ltd. Hof oordeelt dat belanghebbende een geldvordering had op de holding ter zake waarvan belanghebbende een rentebate heeft genoten

Samenvatting zaak Belanghebbende is directeur en enig aandeelhouder van “Y Holding BV” (hierna: Y). Y is gevestigd in Curaçao. Y heeft eind 2007 haar aandelen in “X Beheer BV” en een vordering op deze vennootschap, overgedragen aan “X JR Holding BV” (Holding JR), een vennootschap in handen van belanghebbendes zoon. De koopsom is schuldig gebleven en omgezet in een schuldvordering, waarbij een rente van 6 percent is overeengekomen. Deze vordering ...

Naar het oordeel van het Hof diende belanghebbende voor de verrichte verhuurprestaties alsnog binnen vijftien dagen na 31 december 2012 een jaarfactuur met omzetbelasting uit te reiken. De omzetbelasting is dus eerst in 2013 verschuldigd geworden, Inspecteur heeft ten onrechte nageheven over het jaar 2012

Belanghebbende, een N.V. gevestigd te Curaçao, verhuurt een pand. De huursommen worden maandelijks gefactureerd. De Inspecteur heeft in 2009 aan belanghebbende kenbaar gemaakt dat deze verhuuractiviteit als vermogensbeheer wordt aangemerkt, zodat belanghebbende niet als ondernemer in de zin van de Landsverordening omzetbelasting wordt aangemerkt. Door een wetswijziging is met ingang van 1 januari 2012 de definitie van het begrip ‘ondernemer’ uitgebreid. Door deze uitbreiding wordt belanghebbende met ingang van 1 ...

Hof oordeelt dat belanghebbende met betrekking tot de verhuur van het resort vanaf 1 januari 2012 als ondernemer voor de omzetbelasting dient te worden aangemerkt. Belanghebbende mocht er niet op vertrouwen dat een vóór de wetswijziging met de Inspecteur gemaakte afspraak ook na 1 januari 2012 nog zou gelden. Ook geen pleitbaar standpunt

Samenvatting zaak Belanghebbende heeft een resort in eigendom. Vanaf 1 januari 2010 wordt dit resort tegen vergoeding verhuurd aan een zustermaatschappij. Op 9 juli 2010 hebben partijen een afspraak gemaakt dat de verhuur van het resort niet als ondernemersactiviteit wordt aangemerkt en dat ter zake derhalve geen omzetbelasting is verschuldigd. Door een wetswijziging is met ingang van 1 januari 2012 de definitie van het begrip ‘ondernemer’ in de Landsverordening omzetbelasting ...

Nu de Antilliaanse NV in Nederland was gevestigd en bijgevolg de door de Nederlandse BV aan de NV betaalde rente bij de berekening van de aan Vpb onderworpen winst in aanmerking moet worden genomen, kan niet worden gezegd dat de aanvaarding van de verplichting tot rentebetaling heeft geleid tot een met doel en strekking van de wet strijdige verijdeling van de belastingheffing

Samenvatting zaak Het gaat hier om een vrij ‘oude’ Nederlandse belastingzaak op het gebied van de vennootschapsbelasting (Vpb). De Hoge Raad heeft in deze zaak reeds in 1993 arrest gewezen, maar het arrest is pas onlangs (12 december 2019) op rechtspraak.nl gepubliceerd. De litigieuze kwestie in deze zaak is in essentie de vraag of gezien de omstandigheden van het geval – en nu de Nederlands Antilliaanse moedermaatschappij feitelijk in Nederland ...