Niet gesteld of gebleken dat de aandeelhouder in de controlejaren ook directeur was van belanghebbende, stond bij USZV geregistreerd als werknemer met een andere beroepscode. Reeds hierom valt de werknemer naar het oordeel van het Gerecht niet onder het beleid van USZV met betrekking tot digra’s. Bovendien is in de betrokken premiejaren middels de verzekeringskaart gebruik gemaakt van het voorzieningenstelsel
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense bestuursrechtelijke (lar-)zaak (ECLI:NL:OGEAM:2024:127) is het volgende aan de orde. Het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekeringen (hierna: USZV) heeft een onderzoek ingesteld, waarbij een looncontrole is uitgevoerd bij belanghebbende inzake de loonsommen voor de Ziekteverzekering (ZV) en deOngevallenverzekering (OV). Op basis van het definitieve looncontrolerapport heeft USZV naheffingsaanslagen opgelegd. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen maar USZV heeft de naheffingsaanslagen bij (bestreden) beschikkingen ongewijzigd ...
Land door de civiele rechter veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan belanghebbende, bestaande uit renteverlies over het door belanghebbende teveel betaalde bedrag aan onroerendezaakbelasting. Met de vernietiging en vermindering van de aanslagen door de (onherroepelijk geworden) uitspraak van de belastingrechter staat vast dat de aanvankelijk opgelegde aanslagen, op grond waarvan belanghebbende heeft betaald, onrechtmatig waren
Samenvatting zaak In deze Curaçaose civielrechtelijke zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:269) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende, eiser in deze zaak, zijn door de Inspecteur der Belastingen aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft de aanslagen bij uitspraken op bezwaar gehandhaafd. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht). Bij uitspraak van 2 mei 2023 heeft (de ...
Tussenuitspraak over ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ in de verwijzingszaak waarin het Hof opnieuw moet beoordelen of belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen
Samenvatting zaak In de zaak waarin het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden – na verwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:241) – opnieuw moet beoordelen of belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen, heeft het Hof in een tussenuitspraak met betrekking tot bepaalde ‘nieuwe stukken’ geoordeeld dat het verzoek om beperkte kennisneming gerechtvaardigd is ter zake van enkele passages en alinea’s (ECLI:NL:GHARL:2025:7348). De Inspecteur wordt in de ...
Verzoek om teruggaaf van griffierecht door het Gerecht niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende niet tegelijk met de intrekking van het beroep, maar pas een dag later en nadat de intrekking aan haar is bevestigd, heeft verzocht om vergoeding van het griffierecht
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:247) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is een verzuimboete opgelegd vanwege het niet (tijdig) indienen van de aangifte winstbelasting. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en ook ambtshalve geen aanleiding gezien aan belanghebbende tegemoet te komen. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Inspecteur en daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald ...
De Inspecteur maakt bij het Gerecht aannemelijk dat de drie villa’s op Curaçao door belanghebbende zijn geëxploiteerd om daaruit duurzaam opbrengsten te verkrijgen. Het Gerecht oordeelt dan ook dat belanghebbende dient te worden aangemerkt als ondernemer voor de omzetbelasting en dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Verder acht het Gerecht de opgelegde boetes passend en geboden, mede in het licht van het aantal verzuimen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:257) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is feitelijk woonachtig in Nederland en is eigenaar van drie onroerende zaken gelegen op Curaçao. Er is een boekenonderzoek ingesteld om te bepalen of belanghebbende belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting en/of de omzetbelasting. Aanleiding voor het onderzoek was het bezit van de onroerende zaken en het vermoeden dat belanghebbende deze aanbood voor de verhuur, zonder dat ...
Geen samenwerkingsverband voor de BBO tussen belanghebbende en de dochtervennootschappen waaraan zij onroerende goederen verhuurt. Naar het oordeel van het Gerecht is er in casu ook geen rechtvaardiging om de huur neerwaarts aan te passen, omdat de huur niet (langer) zou overeenkomen met de waarde in het economische verkeer. Ook de omstandigheid dat er geen vergoeding is betaald, maakt naar het oordeel van het Gerecht niet dat heffing van BBO achterwege dient te blijven. De aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag BBO blijft derhalve in stand, maar de vergrijpboete wordt vernietigd omdat de Inspecteur niet heeft voldaan aan zijn bewijsmaatstaf
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2025:116) is het volgende aan de orde. Belanghebbende exploiteerde tot juni 2016 een hotel en casino, maar per juni 2016 zijn de hotelactiviteiten overgedragen aan “Y” en de casinoactiviteiten aan “Z”, vennnootschappen waarvan belanghebbende 100% aandeelhouder is. Sedertdien bestaan de activiteiten van belanghebbende uit de verhuur van onroerend goed aan Y en Z en het fungeren als houdstermaatschappij. Aan de verhuur van het ...
Gerecht oordeelt dat de aan belanghebbende na beëindiging van de arbeidsrelatie door de rechter toegekende schadevergoeding zozeer haar grond vindt in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten moet worden aangemerkt: volledige vergoeding behoort tot het belastbare loon van belanghebbende
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:250) is het volgende aan de orde. Belanghebbende was als onderdirecteur werkzaam bij “Y”, maar is daarna benoemd tot statutair bestuurder. Vervolgens is onderhandeld over de voorwaarden voor een overeenkomst van opdracht tussen Y en belanghebbende als statutair bestuurder. In het proces daarnaartoe zijn de verhoudingen tussen belanghebbende en Y evenwel verstoord, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot beëindiging van de arbeidsrelatie. Nadien heeft belanghebbende ...
Hoge Raad: De enkele omstandigheid dat een belanghebbende bij het indienen van zijn digitale bezwaarschrift zijn e-mailadres in het verplichte veld van het online contactformulier heeft vermeld, betekent niet dat hij kenbaar heeft gemaakt langs die elektronische weg voldoende bereikbaar te zijn voor correspondentie in de bezwaarprocedure. Als de uitspraak op bezwaar daadwerkelijk naar dit e-mailadres is verzonden, is die uitspraak dus niet op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. De Rechtbank moet alsnog een oordeel geven over de dag waarop de beroepstermijn is aangevangen, zijnde de dag waarop belanghebbende een afschrift van de uitspraak onder ogen heeft gekregen
Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 21 november 2025, heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een zaak waarin het ‘kenbaarmakingsvereiste’ aan de orde komt. Meer in het bijzonder gaat het in deze zaak over de vraag of belanghebbende langs elektronische weg kenbaar heeft gemaakt bereikbaar te zijn door op een verplicht invulveld zijn e-mailadres in te vullen in een onlineformulier waarmee bezwaar is gemaakt (ECLI:NL:HR:2025:1728). Zie hierover ook dit nieuwsbericht op de ...
Arrest Hoge Raad over de vraag of een vergrijpboete ook mogelijk is als de belanghebbende niet correct is uitgenodigd tot het doen van aangifte en of bovendien een aanmaning vereist is
Samenvatting zaak Op 10 oktober 2025 heeft de Hoge Raad in een Nederlandse zaak (ECLI:NL:HR:2025:1500) arrest gewezen op het ingediende beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:2592) op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland. Het ging in die zaak om een aan belanghebbende over het jaar 2017 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de voor ...
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag en een verzuimboete opgelegd wegens niet tijdige betaling van de op de aangifte verschuldigde omzetbelasting, maar belanghebbende had op dat moment de verschuldigde belasting inmiddels al betaald waardoor de naheffingsaanslag wordt vernietigd. Nu het bedrag van de naheffingsaanslag na vernietiging nihil is en gelet op de duidelijke tekst van art. 4.6 lid 1 aanhef en letter a van de MR formeel belastingrecht, is het Gerecht van oordeel dat de verzuimboete dient te worden verminderd naar het minimum van NAf 50. Een burger moet erop kunnen vertrouwen dat de boete beperkt blijft tot 5% van de naheffingsaanslag (of het genoemde minimumbedrag). Het Gerecht volstaat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden, nu de boete minder bedraagt dan NAf 1.000 en de overschrijding slechts 8 dagen langer dan één jaar is
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:228) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft (tijdig) aangifte omzetbelasting (OB) over het tijdvak juli 2022 gedaan naar een bedrag aan verschuldigde OB van NAf 2.850, maar heeft het voornoemde bedrag op 14 oktober 2022 betaald. Op 20 oktober 2022 heeft de Inspecteur een naheffingsaanslag en een verzuimboete opgelegd vanwege het niet (tijdig) betalen van de op aangifte aangegeven verschuldigde belasting. Bij ...
Naheffingsaanslag winstbelasting en vergrijpboete door de Inspecteur tijdig op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. Naar het oordeel van het Gerecht kan de Inspecteur in casu ingevolge artikel 27 lid 3 ALL een verzuimboete in de plaats stellen van een vergrijpboete voor hetzelfde feit
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:226) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft aangifte winstbelasting (WB) voor het jaar 2018 gedaan en de daarbij horende jaarcijfers verstrekt. Naar aanleiding van een stoelcontrole is van de aangifte afgeweken, omdat belanghebbende van de belastbare winst ten onrechte een bedrag aan verschuldigde winstbelasting heeft afgetrokken. De Inspecteur heeft op 28 december 2023 een naheffingsaanslag WB over het jaar 2018 opgelegd. Gelijktijdig ...
Gerecht van oordeel dat het door USZV onthouden van terugwerkende kracht aan het nieuwe beleid m.b.t. directeuren-grootaandeelhouders (geen werknemer voor de ZV/OV wegens ontbreken gezagsverhouding en dus geen premieplicht) onredelijk is ten aanzien van naheffingsbeschikkingen die nog niet in rechte vast staan. In de bezwaarfase heeft USZV ten onrechte afgezien van een hoorzitting: beschikkingen kunnen niet in stand blijven
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2024:116) is het volgende aan de orde. Het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekeringen (hierna: USZV) heeft over de jaren 2014-2018 een looncontrole inzake de loonsommen voor de premieheffing ziekteverzekering en ongevallenverzekering (ZV/OV) uitgevoerd bij belanghebbende. Op basis van het door het USZV vastgestelde definitieve rapport zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen ZV/OV opgelegd. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen, maar USZV heeft de bezwaren ...
Gerecht oordeelt dat de stichting particulier fonds de verplichting had om jaarlijks tijdig aangifte winstbelasting te doen, ook zonder winst: verzuimboetes wegens niet tijdig indienen van de aangifte terecht opgelegd. Uit de toelichting van de wetgever leidt het Gerecht af dat de wetgever nadrukkelijk beoogd heeft de stichting particulier fonds aan te merken als subjectief belastingplichtige, onder andere om zodoende een aangiftetoets te kunnen doen plaatsvinden. Ook het beroep op de Nederlandse situatie wordt afgewezen, omdat Curaçao een eigen autonome wet- en regelgeving kent, onafhankelijk van wat in Nederland te gelden heeft
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:225) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een stichting particulier fonds (SPF) opgericht met als doel het doen van uitkeringen uit haar vermogen aan zodanige instellingen en personen als het bestuur zal bepalen en het verschaffen van financiële bijstand aan die instellingen en personen door middel van leningen, het stellen van zekerheid, lijfrenteovereenkomsten en daarmee vergelijkbare regelingen. Aan belanghebbende zijn in juni ...
Hoge Raad doet cassatieberoepen af met toepassing van artikel 81 RO in Nederlandse zaken waarin het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de aanslagen schenkbelasting terecht zijn opgelegd, omdat de vader van belanghebbenden kon blijven beschikken over het vermogen van de Curaçaose SPF als ware het zijn eigen vermogen en de aan belanghebbenden gedane schenkingen daarom aan vader moeten worden toegerekend
Samenvatting zaak Op vrijdag 14 november 2025 heeft de Hoge Raad de door belanghebbenden ingestelde beroepen in cassatie tegen uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 maart 2025 betreffende de aan belanghebbenden opgelegde aanslagen schenkbelasting, afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie (ECLI:NL:HR:2025:1690, ECLI:NL:HR:2025:1691, ECLI:NL:HR:2025:1692 en ECLI:NL:HR:2025:1693). Kort samengevat en enigszins geparafraseerd, werd in deze zaken door het Gerechtshof onder meer geoordeeld ...
Hoge Raad actualiseert de richtlijnen voor de behandeling van een beroep op betalingsonmacht ter zake van het griffierecht. In casu wordt het beroep op betalingsonmacht niet gehonoreerd, omdat de Hoge Raad het niet aannemelijk acht dat het maandelijkse netto-inkomen van belanghebbende in de relevante periode minder bedraagt dan 95% van de voor een alleenstaande geldende (maximale) bijstandsnorm
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:HR:2025:1651) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in 2024 tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beroep in cassatie ingesteld en heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan met betrekking tot het voor de cassatieprocedure verschuldigde griffierecht. De griffier van de Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien van heffing van griffierecht af te zien. Vervolgens heeft de gemachtigde van belanghebbende het griffierecht onder ...
Naar het oordeel van het Gerecht heeft belanghebbende bewust de aanmerkelijke kans aanvaard op het niet volledig betalen van de verschuldigde winstbelasting: voorwaardelijk opzet, vergrijpboete van 50%. Gerecht ziet geen reden om de 25%-boetes ter zake van overige correcties te verminderen o.g.v. art. 4.8 lid 5 Ministeriële regeling formeel belastingrecht (samenhangend complex van feiten). Wel matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:164) is het volgende aan de orde. Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld voor onder andere het belastingmiddel winstbelasting. In het door de controlerend ambtenaar opgestelde controlerapport wordt een aantal correcties voorgesteld. De controlerend ambtenaar stelt daarbij dat, kort samengevat, belastingplichtige willens en wetens onjuiste aangifte heeft gedaan door niet het totaal gefactureerde bedrag voor de verrichte diensten aan het advieskantoor als omzet te ...
Fiscale eenheid verhindert dat belanghebbende de bij invoer geheven BBO in aftrek kan brengen. Binnen een fiscale eenheid wordt fiscaal gezien gehandeld alsof er één ondernemer is, interne leveringen bestaan fiscaal niet. Ook geen sprake van wederverkoop van handelsgoederen. De ingevoerde goederen worden bewerkt en verwerkt in maaltijden die in restaurants worden verkocht; dat is dienstverlening, geen levering van handelsgoederen. Naar het oordeel van het Gerecht is de Regeling handelsgoederen duidelijk en rechtmatig vastgesteld
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:333) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (VBA), vormt met haar dochterondernemingen “K VBA” en de vennootschappen met de restaurants “X” en “Z” een fiscale eenheid in de zin van artikel 1, lid 4 van de Landsverordening belasting over bedrijfsomzetten. Dochteronderneming K VBA importeert goederen en verkoopt deze door aan de andere dochterondernemingen met een winstmarge en/of commissie ...
Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over de rechtspositie van een bestuurder van een Curaçaose vennootschap die door de Ontvanger aansprakelijk wordt gehouden voor openstaande belasting- en premieschulden van de vennootschap
Samenvatting zaak Afgelopen vrijdag 7 november 2025 heeft de civiele kamer van de Hoge Raad de prejudiciële vragen beantwoord die door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) zijn gesteld over de rechtspositie van een bestuurder van een Curaçaose vennootschap die, op grond van de daarop betrekking hebbende wettelijke bepalingen van Curaçao, door de Ontvanger aansprakelijk wordt ...
Conclusie AG over de vraag of de herbouw van een door orkaan Irma beschadigd hotel op Sint Maarten grond biedt voor een tax holiday op grond van “bouw en eerste inrichting”
Samenvatting zaak Op vrijdag 7 november 2025 heeft Advocaat-Generaal (AG) P.J. Wattel conclusie genomen in een tweetal Sint Maartense zaken waarin het gaat om de vraag of de herbouw van een door orkaan Irma beschadigd hotel op Sint Maarten grond biedt voor een tax holiday van tien jaar voor de “bouw en eerste inrichting” van een hotel zoals bedoeld in art. 1(1)(b) van de Landsverordening ter bevordering van bedrijfsvestiging en ...
De aan de eenmanszaak zonder werknemers opgelegde boetes wegens het niet tijdig doen van aangiften LB en sociale premies, zijn naar het oordeel van het Gerecht uit het oogpunt van normhandhaving passend en geboden. Geen afwezigheid van alle schuld (avas), omdat belanghebbende moet hebben geweten dat ook nihil-aangiften dienen te worden ingediend. Ook geen matiging, omdat de mate van verwijtbaarheid bij verzuimboetes geen rol speelt. Tegen de weigering van de inspecteur om ambtshalve te verminderen staat geen rechtsmiddel open, zodat daartegen geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld. Beroepschrift was overigens tijdig ingediend, na verlenging van de beroepstermijn o.g.v. de Algemene termijnenverordening
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:305) is het volgende aan de orde. Belanghebbende drijft een onderneming in de vorm van een eenmanszaak. Hij heeft geen werknemers in dienst. Toch zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen loonbelasting (LB) en premies AOV/AWW en AZV opgelegd. Tevens zijn verzuimboetes voor het niet tijdig doen van aangifte en voor het niet (tijdig) betalen van de verschuldigde bedragen opgelegd. Geschil Niet in geschil is dat de ...
Gerecht acht de verzuimboete wegens het niet tijdig doen van aangifte winstbelasting passend en geboden, geen sprake van afwezigheid van alle schuld (avas). De gemachtigde heeft niet tijdig bij de Inspectie gereclameerd over de systeemtechnische problemen bij het doen van de aangifte in het online portaal. De boete is wel met 5% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Overigens werd het verzoek om uitstel van de zitting door het Gerecht afgewezen omdat de gemachtigde ruimschoots de tijd heeft gehad om de zitting voor te bereiden
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:212) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is gevestigd te Curaçao en aangifteplichtig voor de winstbelasting. De aangifte winstbelasting voor het jaar 2021 had uiterlijk op 30 juni 2022 moeten worden gedaan. De gemachtigde heeft op 21 maart 2022 een aanvraag tot machtiging ingediend om namens belanghebbende online aangifte te doen. Deze aanvraag is op 21 maart 2022 goedgekeurd waarna de machtiging eveneens ...
De Inspecteur heeft nog immer geen beslissing op de bezwaren tegen de aanslagen IB en AVBZ genomen: beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard. Omdat overeenstemming is bereikt over de afwikkeling in de IB, ziet het Gerecht ervan af om de Inspecteur op te dragen alsnog een beslissing te nemen op de bezwaren tegen de aanslagen IB. Wel wordt de Inspecteur opgedragen alsnog uitspraak te doen op de bezwaren tegen de aanslagen AVBZ, waarbij het Gerecht bepaalt dat hoofdstuk VI ALL (verplichtingen ten dienste van de belastingheffing) in casu van toepassing is tot 1 december 2025
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:210) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premie AVBZ voor de jaren 2019 en 2020 opgelegd. De aanslagen IB zijn opgelegd naar een penshonado-tarief van 10% (artikel 23b, lid 1 Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943) en zonder toepassing van aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Belanghebbende heeft op 6 juni 2023 (2019) en 6 december 2023 (2020) ...
Geen schriftelijke machtiging overgelegd: beroep niet-ontvankelijk. Ten overvloede informeert het Gerecht partijen nog over de regels omtrent een bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:211) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag winstbelasting opgelegd. Bij gelijktijdige beschikking is aan belanghebbende een verzuimboete opgelegd. Vervolgens is tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en ook ambtshalve geen aanleiding gezien om de naheffingsaanslag en verzuimboete te verminderen. Daarna is beroep ingesteld tegen de uitspraak van de ...
Gerecht van oordeel dat belanghebbende met haar beroepschrift en het bijgevoegde bezwaarschrift aan de motiveringseis heeft voldaan: verzet gegrond verklaard
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:296) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aan haar opgelegde naheffingsaanslag winstbelasting. De Inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan, waarna belanghebbende pro forma beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van de Inspecteur. De griffier van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld uiterlijk 5 augustus 2024 het beroep te ...
Gerecht oordeelt dat de door de Douane ingestelde vrijstellingsprocedure geen wettelijke basis heeft en dat voor het recht op vrijstelling niet de voorwaarde geldt dat (vooraf) een verzoek moet worden ingediend. Omdat de onderhavige goederen voldoen aan de voorwaarden zijn ze automatisch vrijgesteld van invoerrechten. De verzoeken tot teruggaaf zijn ook tijdig ingediend, binnen een jaar na betaling, en de teruggaafprocedure staat los van de mogelijkheid van bezwaar tegen de betaalde invoerrechten: belanghebbende heeft recht op teruggaaf
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:307) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is marktleider op het gebied van technologie, media en telecommunicatie op Aruba. Zij investeert voortdurend in innovatie op het gebied van telecommunicatietechnologie, zoals de introductie van een 5G-netwerk (glasvezelnetwerk). In februari en maart 2023 heeft zij diverse goederen ingevoerd ter verbetering van het bestaande telecommunicatienetwerk en de introductie van een 5G-netwerk. Ter zake van de invoer ...
Het Gerecht handhaaft de naheffingsaanslagen BBO met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast. Belanghebbende (een handelaar) wordt ook voor de BBO geacht inwoner van Sint Maarten te zijn en maakt niet aannemelijk dat de goederen niet door hem maar door een vennootschap in de VS worden geleverd. Ook geen sprake van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. Vergrijpboetes zijn door het Gerecht wel verminderd omdat de Inspecteur niet overtuigend heeft aangetoond dat sprake is van opzet (wel van grove schuld) en omdat omkering van de bewijslast is toegepast, alsook vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Overigens stelde het Gerecht in deze zaak voorop dat de e-mail van belanghebbende aan de controlerend ambtenaar was op te vatten als bezwaarschrift: de controlerend ambtenaar had het bezwaar moeten doorsturen naar het orgaan dat bevoegd was op het bezwaar te beslissen en de Inspecteur had belanghebbende de gelegenheid tot herstel moeten bieden
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2025:101) is het volgende aan de orde. Belanghebbende houdt zich bezig met de handel in onder meer sieraden. Hij levert goederen aan winkeliers in Sint Maarten. Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld met als doel om te bepalen of hij aan belasting op bedrijfsomzetten (BBO) onderworpen is in Sint Maarten. Naar aanleiding van het boekenonderzoek zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen BBO over de jaren ...
Gerecht oordeelt dat de stichting particulier fonds de verplichting had om jaarlijks tijdig aangifte winstbelasting te doen, ook zonder winst: verzuimboetes wegens niet tijdig indienen van de aangifte terecht opgelegd. Uit de toelichting van de wetgever leidt het Gerecht af dat de wetgever nadrukkelijk beoogd heeft de stichting particulier fonds aan te merken als subjectief belastingplichtige, onder andere om zodoende een aangiftetoets te kunnen doen plaatsvinden
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:218) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een stichting particulier fonds (SPF) opgericht met als doel het doen van uitkeringen uit haar vermogen aan zodanige instellingen en personen als het bestuur zal bepalen en het verschaffen van financiële bijstand aan die instellingen en personen door middel van leningen, het stellen van zekerheid, lijfrenteovereenkomsten en daarmee vergelijkbare regelingen. Aan belanghebbende zijn in juni ...
Belanghebbende is uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen via de verkorte versie van het aangiftebiljet. Zij heeft deze versie ingediend met het verzoek om de uitgebreide versie, maar ontving door fouten bij de Inspecteur een nihil-aanslag en niet het uitgebreide biljet. Gerecht oordeelt dat de daarna opgelegde navorderingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat het hier een samenloop van fouten betreft die evident voortvloeien uit de door de Inspecteur gekozen werkwijze, hetgeen de mogelijkheid tot navordering verhindert. Ook is geen sprake van het niet-doen van de vereiste aangifte, belanghebbende heeft gedaan wat van haar verwacht had mogen worden. En aan toepassing van het bepaalde in artikel 7 lid 4 ALB (verplichting om te verzoeken om een aangifte uit te reiken) wordt in het geheel niet toegekomen omdat die bepaling ziet op het geval waarin niet binnen zes maanden na het ontstaan van de belastingschuld een aangiftebiljet is uitgereikt
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:306) is het volgende aan de orde. In het systeem van de Belastingdienst stond belanghebbende voor de jaren vóór 2017 geregistreerd als een persoon aan wie de uitgebreide versie van het aangiftebiljet diende te worden toegezonden. Maar voor het belastingjaar 2017 is belanghebbende uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen via de verkorte versie van het aangiftebiljet. Daarop heeft belanghebbende een definitieve aangifte inkomstenbelasting 2017 ...
Gerecht overweegt over ontvankelijkheid van diverse bezwaren en beroepen inzake naheffingsaanslagen winstbelasting en verzuimboetes. Tegen een aanslag moet eerst bezwaar worden aangetekend voordat beroep kan worden ingesteld, maar het Gerecht ziet om proceseconomische redenen af van het doorzenden van het beroepschrift naar de Inspecteur. Inzake de boetes wordt ambtshalve beoordeeld of inbreuk is gemaakt op het recht van belanghebbende op behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn. In één geval is sprake van een bijzondere omstandigheid die aanleiding vormt voor een verlenging van de redelijke termijn. Dat belanghebbende geen activiteiten verricht, geen bedrijfsvoering voert, geen omzet maakt en geen inkomsten heeft, maakt niet dat zij geen aangifte hoeft te doen. Ook geen sprake van afwezigheid van alle schuld (AVAS)
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:209) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen en/of verzuimboetes winstbelasting (WB) over de jaren 2018 tot en met 2022 alsmede naheffingsaanslagen en/of verzuimboetes omzetbelasting (OB) over de jaren 2022 en 2023 opgelegd. Op 28 oktober 2022 heeft belanghebbende tegen (een aantal van) de naheffingsaanslagen en/of verzuimboetes bezwaar gemaakt en zo ook op 8 oktober 2023 tegen de naheffingsaanslag en/of verzuimboete ...
Naar het oordeel van het Gerecht worden de ingevoerde ‘eTorque Hybrid’ motorvoertuigen aangedreven door een combinatie van een electromotor en een verbrandingsmotor en beschikken ze om die reden over een hybride aandrijvingsysteem in de zin der wet. Het piekvermogen van de voor de aandrijving bestemde elektromotor bedraagt bij één model ten minste 15% van het maximumvermogen van de verbrandingsmotor (de 15%-norm), waarmee op dat model dan het bijzondere tarief van invoerrechten van 12% van toepassing is. Het andere model voldoet evenwel niet aan de 15%-norm, waardoor voor dat model het 12%-tarief niet van toepassing is. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel slaagt in die gevallen niet
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:288) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft diverse motorvoertuigen van het merk Wrangler en Ram 1500 ingevoerd. De voertuigen zijn voorzien van een verbrandingsmotor en een electromotor. De voertuigen worden op de markt gebracht als ‘eTorque Hybrid’ en vallen onder de categorie zogenoemde ‘mild-hybrid’ voertuigen. De electromotor bestaat uit een riem aangedreven generator (‘Belt Starter Generator System’) die gebruik maakt van een ...
