Bezwaar tegen terugvordering loonsubsidie te laat ingediend en termijnoverschrijding niet verschoonbaar: terecht niet-ontvankelijk verklaard

Samenvatting zaak In deze Arubaanse bestuursrechtelijke zaak is het volgende aan de orde. Bij beschikking van 28 mei 2021 heeft de Minister van Financiën en Cultuur (verweerder in deze zaak) de loonsubsidie van belanghebbende (appellante in deze zaak) voor de maand september 2020 vastgesteld op Afl. 0,00 en bepaald dat het teveel uitbetaalde bedrag aan voorschot loonsubsidie wordt teruggevorderd (hierna: de eerste beschikking). En bij beschikking van 27 januari 2022 ...

Wél kwijtschelding van de in 2016 aan de aandeelhouder van een Curaçaose NV vanwege emigratie naar Zwitserland opgelegde conserverende aanslag inkomstenbelasting 2012 waarvoor in 2019 uitstel van betaling is verleend

Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is in december 2012 van Nederland naar Zwitserland geëmigreerd. Hij was toen en is nog enig aandeelhouder van een op Curaçao gevestigde NV. Vanwege de emigratie is aan belanghebbende met dagtekening 23 september 2016 een conserverende aanslag inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2012 opgelegd naar een te conserveren inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) van € 48.794.921 ...

A-G Koopman meent dat een herijking of beperking van het woonplaatsbegrip onnodig en ongewenst is en niet goed zou aansluiten bij de bedoeling van de wetgever

Samenvatting zaak Op 24 april 2025 heeft Advocaat-Generaal (A-G) R.J. Koopman conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2025:500) betreffende het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (het Hof) van 10 juli 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:2230) waarin het Hof oordeelde dat belanghebbende heel 2016 in Nederland woonde en zich niet met succes kan beroepen op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. In deze conclusie gaat de A-G in op de vraag ...

A-G Koopman geeft de Hoge Raad in overweging uitdrukkelijk terug te komen van zijn oordeel dat de ontvanger geen discretionaire bevoegdheid heeft om af te zien van aansprakelijkstelling indien het lichaam niet of niet tijdig heeft voldaan aan zijn meldingsplicht bij betalingsonmacht

Samenvatting zaak Op 24 april 2025 heeft Advocaat-Generaal (A-G) R.J. Koopman conclusie genomen betreffende het tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag 1 juli 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1360, ingestelde beroep in cassatie in een Nederlandse zaak over de bestuurdersaansprakelijkheid, meer in het bijzonder over de zogenoemde meldingsregeling bij betalingsonmacht als bedoeld in artikel 36, tweede lid van de (Nederlandse) Invorderingswet 1990 (IW 1990) (ECLI:NL:PHR:2025:435). De Hoge Raad heeft in deze zaak ...

In verzet kunnen nieuwe argumenten naar voren worden gebracht als die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd bij een normale behandeling van de zaak. De verzetrechter had moeten beoordelen of het beroepschrift onredelijk laat is ingediend

Samenvatting zaak De Hoge Raad heeft op 2 mei 2025 in een Nederlandse zaak (ECLI:NL:HR:2025:711) geoordeeld dat de verzetrechter – in casu de Rechtbank Amsterdam – in de onderhavige verzetprocedure een oordeel had moeten geven over het door de heffingsambtenaar in verzet aangevoerde dat de beroepen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard omdat de beroepschriften onredelijk laat zijn ingediend. Naar het oordeel van de Hoge Raad had de verzetrechter niet in het ...

Belanghebbende mocht er niet van uitgaan dat haar verzoeken om uitstel voor het indienen van de aangiften winstbelasting voor de verzochte duur van zes maanden zouden zijn gehonoreerd: Gerecht acht de verzuimboetes passend en geboden. Ook geen sprake van AVAS. Beroepen op evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel slagen evenmin

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:59) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 1 april 2022 de voorlopige aangifte winstbelasting 2021 ingediend. Op 29 juni 2022 heeft belanghebbende verzocht om uitstel voor het indienen van de definitieve aangifte winstbelasting 2021. Er is verzocht om uitstel voor de duur van zes maanden. Vervolgens heeft belanghebbende op 29 december 2022 de definitieve aangifte winstbelasting 2021 ingediend (met een verschuldigde ...

Winstbelasting die op aangifte moet worden voldaan één dag te laat betaald: verzuimboete terecht opgelegd. Ook geen sprake van AVAS. Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt evenmin

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:58) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 1 juli 2022 de definitieve aangifte winstbelasting 2021 ingediend en pp diezelfde dag de verschuldigde winstbelasting betaald. De Inspecteur der Belastingen heeft vervolgens een verzuimboete opgelegd vanwege het niet of niet tijdig betalen van de op aangifte aangegeven verschuldigde winstbelasting. Bij de hoogte van de boete is de Inspecteur uitgegaan van een tweede verzuim. In ...

Naheffingsaanslag winstbelasting en verzuimboete terecht opgelegd. Belanghebbende kan niet zelfstandig overgaan tot verrekening van verschuldigde winstbelasting met terug te ontvangen winstbelasting over eerdere jaren. Temeer niet, nu de terug te ontvangen bedragen nog niet waren geformaliseerd in (negatieve) aanslagen en rechtens nog niet vorderbaar waren. Ook geen sprake van AVAS. Beroep op vertrouwensbeginsel slaagt evenmin

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:57) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft definitieve aangiften winstbelasting voor de jaren 2017 en 2018 gedaan. Deze aangiften hebben volgens belanghebbende geresulteerd in terug te ontvangen bedragen winstbelasting van respectievelijk NAf 203 en NAf 9.900. Op grond van de door belanghebbende voor het jaar 2019 ingediende definitieve aangifte winstbelasting gedaan, bedraagt de verschuldigde winstbelasting over dat jaar NAf 23.005. Belanghebbende heeft ...

Hof heeft geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met zijn oordeel dat de naar Curaçao verplaatste BV erin is geslaagd het tegenbewijs te leveren dat geen sprake is van een (volstrekt) kunstmatige constructie die geen verband houdt met de economische realiteit en die is bedoeld om ten onrechte een belastingvoordeel te verkrijgen. Het Hof heeft daarbij in aanmerking kunnen nemen dat – voor zover BV in een fiscaal gunstigere positie is komen te verkeren – dit het gevolg is van de vervanging van de BRK door de BRNC, waarmee het Hof tot uitdrukking heeft gebracht dat die gunstigere positie niet vooraf door belanghebbende was beoogd

Samenvatting zaak Op vrijdag 25 april 2025 heeft de Hoge Raad de door de staatssecretaris van Financiën ingestelde beroepen in cassatie tegen de uitspraken van het Gerechtshof Den Haag van 19 oktober 2022, nrs. BK-21/01230 (ECLI:NL:GHDHA:2022:2201) en BK-21/01229 (ECLI:NL:GHDHA:2022:2200), waarin het Hof – evenals de Rechtbank in eerste aanleg – oordeelde dat de door de op Curaçao gevestigde naar Nederlands recht opgerichte BV’s ontvangen dividenduitkeringen niet kunnen worden belast op ...

Hoge Raad doet cassatieberoep af met toepassing van artikel 81 RO. Kwestie in eerste aanleg betrof de vraag of de Inspecteur het inkomen uit onroerende goederen van de echtgenoot terecht tot het inkomen van belanghebbende (de meestverdienende partner) heeft gerekend. Belanghebbende stelde zonder succes dat de echtgenoot buiten Sint Maarten woonde en dat de verhuurinkomsten kwalificeren als winst uit onderneming

Op vrijdag 18 april 2025 heeft de Hoge Raad het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (hierna: het Hof) van 2 augustus 2023 (zaaknummers SXM2022H00171 en SXM2022H00177) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2015 en 2016 opgelegde aanslagen inkomstenbelasting, afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie (ECLI:NL:HR:2025:602). Voor zover wij (red. CFN) ...

Conclusie A-G over de door het Gemeenschappelijk Hof in een Curaçaose zaak gestelde prejudiciële vragen aangaande de rechtspositie van de bestuurder die aansprakelijk wordt gesteld voor de belasting- en premieschulden van de vennootschap

Samenvatting zaak Op 11 april 2025 heeft Advocaat-Generaal (A-G) G. Snijders conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2025:426) over de door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gestelde prejudiciële vragen in de zaak waarin een bestuurder aansprakelijk is gesteld voor belasting- en premieschulden van de vennootschap (ECLI:NL:OGHACMB:2024:233, na tussenvonnis ECLI:NL:OGHACMB:2024:232). Het gaat in deze Curaçaose zaak, kortweg, om de rechtsvragen of (a) een bestuurder voor een rechter zijn aansprakelijkheid en de hoogte van de belasting- ...

Verklaring van belanghebbende de uitspraak pas laat te hebben ontvangen door het Gerecht als ongeloofwaardig beoordeeld. Risico van niet-ontvankelijkheidsverklaring bij het tot het laatste moment wachten met het indienen van een beroepschrift komt voor rekening van belanghebbende en van een professionele rechtsbijstandverlener mag worden verwacht dat deze de termijnen bewaakt en eventueel gebruik maakt van de mogelijkheid van een pro-forma beroepschrift

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:44) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen premie AVBZ en naheffingsaanslagen premie BVZ opgelegd. Bij gelijktijdige beschikkingen zijn vergrijpboetes opgelegd. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen. Bij uitspraken op bezwaar van 5 december 2023 heeft de Inspecteur de naheffingsaanslagen en vergrijpboetes gehandhaafd. Vervolgens heeft belanghebbende op 6 februari 2024 beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Kort samengevat en ...

Gerecht overweegt dat het ook bij de toepassing van artikel 41B lid 2 LvIB kan voorkomen dat de overschrijding van de termijn van 36 maanden verschoonbaar is te achten. In het onderhavige is evenwel geen sprake van geringe verwijtbaarheid: de Inspecteur heeft terecht ‘beschikkingen geen aanslagen’ afgegeven

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:43) is het volgende aan de orde. Na daartoe te zijn uitgenodigd, heeft belanghebbende op 12 mei 2023 aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2019 gedaan. Vervolgens heeft de Inspecteur der Belastingen op grond van artikel 41B van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LvIB) en artikel 20, derde lid van de Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten (LvAVBZ) ‘beschikkingen geen aanslagen’ afgegeven. Belanghebbende heeft tegen ...

Hoge Raad: toelating civiele advocaten uit het Caribisch deel van het Koninkrijk tot advocaat bij de Hoge Raad moet worden geregeld

Samenvatting zaak De toelating van civiele advocaten uit het Caribisch deel van het Koninkrijk tot cassatieadvocaat bij de Hoge Raad moet worden geregeld. Dat heeft de Hoge Raad op vrijdag 4 april 2025 geoordeeld (ECLI:NL:HR:2024:518). Op dit moment is het procederen bij de Hoge Raad door civiele advocaten uit het Caribische deel van het Koninkrijk nog niet mogelijk vanwege de verschillen in organisatie van de advocatuur en van de rechterlijke ...

Annotatie bij Conclusie A-G Wattel 28 maart 2025, 25/00155, ECLI:NL:PHR:2025:385 – mr. J. Starreveld

door mr. J. (Jeroen) Starreveld Betreft: ECLI:NL:PHR:2025:385. Voor een samenvatting van de conclusie van AG Wattel, zie dit artikel in het CFN van 28 maart 2025, met als INHOUDSINDICATIE: Advies AG aan Hoge Raad: Facebookposts van de minister van Financiën van Curaçao wekken geen gerechtvaardigd vertrouwen. Annotatie* De invloed van de Hoge Raad op ‘fiscale’ jurisprudentie in Aruba, Sint Maarten, Curaçao en de BES eilanden wordt het meest gevoeld met ...

Geen toepassing matchingbeginsel voor inwoner van Curaçao. Het aan zijn ex-echtgenote in 2022 betaalde prepensioen dat was begrepen in het inkomen waarover hij in eerdere jaren belasting heeft betaald in Nederland kan niet in aftrek worden gebracht op het inkomen dat hij in 2022 uit Nederland heeft ontvangen

Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RBZWB:2025:1849) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft het gehele jaar 2022 op Curaçao gewoond. Van 1 april 2012 tot en met 31 maart 2015 woonde hij in Nederland. In die periode ontving hij maandelijks een prepensioen waarover in die jaren in Nederland inkomstenbelasting is geheven. In juni 2021 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op Curaçao beslist dat de ex-echtgenote van belanghebbende ...

Belanghebbende heeft in hoger beroep voldoende feiten en omstandigheden gesteld en aannemelijk gemaakt dat objectief gezien sprake was van een redelijkerwijs te verwachten voordeel

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:75) is het volgende aan de orde. Vanaf juli 2017 stond belanghebbende als eigenaar van een eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid (KvK). De activiteiten van de eenmanszaak bestonden uit het geven van naailes aan kinderen en volwassenen, de verkoop van zelfgemaakte kleding en accessoires en de verkoop van stof ten behoeve van het maken van zelfgemaakte kleding. De eenmanszaak is ...

Uit Nederland naar Venezuela en vervolgens naar Curaçao verhuisde belanghebbende had de Nederlandse belastingdienst bij zijn verhuizing van Venezuela naar Curaçao moeten informeren over zijn nieuwe adres, zodat de belastingdienst brieven naar het juiste adres had kunnen sturen. Aan belanghebbende zelf toe te rekenen dat hij de aanslag niet heeft ontvangen en als gevolg daarvan niet tijdig bezwaar heeft gemaakt

Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RBZWB:2025:1608) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is in 2018 persoonlijk failliet verklaard bij vonnis van de rechtbank Rotterdam. Tijdens het faillissement heeft de inspecteur van de Nederlandse belastingdienst een herinnering en een aanmaning tot het doen van de aangifte IB/PVV en Zvw 2017 en een uitnodiging en herinnering tot het doen van de aangifte IB/PVV en Zvw 2018 naar de curator gestuurd ...

Hof acht de ontkenning van de ontvangst van de uitspraken op bezwaar evident ongeloofwaardig en oordeelt dat het Gerecht belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft gevonden in haar beroepen

Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:71) is het volgende aan de orde. Naar aanleiding van de bevindingen tijdens een boekenonderzoek zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen loonbelasting en premies AOV/AWW en AZV opgelegd. Belanghebbende heeft op 22 januari 2019 pro-forma bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen. De Inspecteur heeft belanghebbende op 14 maart 2019 verzocht haar bezwaarschrift te motiveren, maar motivering van het pro-forma bezwaar is uitgebleven. Op 17 mei 2019 heeft ...

Hof met het Gerecht van oordeel dat de aanslag vastgoedbelasting terecht aan de ‘revocable trust’ als eigenaar van de onroerende zaak is opgelegd. Eigenwoningvrijstelling niet van toepassing

Samenvatting zaak In deze Caribisch Nederlandse zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:72) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een ‘revocable trust’ opgericht naar het recht van de staat North Carolina (Verenigde Staten). De persoon ‘A’ is ‘settler’ en ‘trustee’ van belanghebbende. Belanghebbende heeft een onroerende zaak gelegen te Bonaire in eigendom, zijnde een eigendomsperceel grond, groot 800 vierkante meter met daarop een woning. De woning staat A als hoofdverblijf ter beschikking. Aan ...

Hof met het Gerecht van oordeel dat belanghebbende voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de woning haar als hoofdverblijf ter beschikking staat. Het oordeel van het Gerecht is onder meer gebaseerd op door partijen in het geding gebrachte bewijsmiddelen en waarnemingen en bevindingen tijdens de decente van de woning en het stond het Gerecht vrij om bij zijn oordeelvorming ook de door belanghebbende afgelegde verklaringen te betrekken

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:70) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is sinds 2011 eigenaar van een woning. Voor de aankoop van de woning heeft zij een hypothecaire lening afgesloten. Vanaf 1994 stond op het adres van de woning bij de Kamer van Koophandel een kinderdagverblijf geregistreerd. In 2004 is het kinderdagverblijf ingebracht in een stichting, waarvan belanghebbende als bestuurder stond geregistreerd. Het kinderdagverblijf is sinds eind ...

Hof oordeelt dat het Gerecht op goede gronden heeft geoordeeld dat de huuropbrengsten uit onroerende goederen in het Franse deel van Sint Maarten terecht bij belanghebbende (als gerechtigde tot de nalatenschap van zijn moeder) in de heffing van inkomstenbelasting zijn betrokken. Dat belanghebbende in een later jaar afstand heeft gedaan van de nalatenschap heeft geen betekenis voor de aanslagen over jaren waarin de boedel nog niet is verdeeld. Ook geen onzorgvuldige conclusie dat belanghebbende de enige erfgenaam is. Op de Inspecteur rust geen plicht om te onderzoeken of er andere mogelijke erfgenamen zijn

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:73) is het volgende aan de orde. Wijlen de moeder van belanghebbende bezat onroerende goederen gelegen aan de Franse kant van Sint Maarten. Deze onroerende goederen behoren in de onderhavige jaren 2017 en 2028 tot de onverdeelde nalatenschap van de moeder. Belanghebbende is deelgerechtigde tot de onverdeelde nalatenschap. De onroerende goederen worden in de jaren 2017 en 2018 verhuurd. In de aangifte inkomstenbelasting ...

Advies AG aan Hoge Raad: Facebookposts van de minister van Financiën van Curaçao wekken geen gerechtvaardigd vertrouwen (met annotatie van mr. J. Starreveld)

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hiera: het Hof) had afwijzend moeten beslissen op het beroep van een bank op Facebook posts van de minister van financiën van Curaçao dat aanslagen over 2017 en ouder ‘gecanceld’ zouden worden. Dat concludeert advocaat-generaal (AG) Wattel vandaag, die de Hoge Raad adviseert om de uitspraak van het Hof te vernietigen (ECLI:NL:PHR:2025:385); zie ...

Hof oordeelt dat van een door de Inspecteur apert onjuist ingenomen standpunt geen sprake is. Evenmin is gebleken van ernstig onzorgvuldig handelen door de Inspecteur: verzoek om bezwaarkostenvergoeding terecht afgewezen. Ook geen integrale vergoeding van gemaakte kosten van rechtsbijstand voor de (hoger)beroepsfase

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:61) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn aanslagen inkomstenbelasting en premie AVBZ voor de jaren 2015 tot en met 2018 opgelegd. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen. Bij uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur de bezwaren gegrond verklaard maar het verzoek om een kostenvergoeding voor de bezwaarfase afgewezen. Belanghebbende heeft vervolgens beroepen ingesteld tegen de afwijzing van het verzoek ...

Hof met het Gerecht van oordeel dat het ingestelde beroep ter zake van een aanslag IB 2014 niet-ontvankelijk is. Voorts heeft het Gerecht terecht geoordeeld dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 41B LIB: de Inspecteur heeft terecht beslist dat geen aanslag premieheffing AOV 2013 zal worden opgelegd

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:62) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft vanaf juni 1987 tot september 1995 op Sint Maarten gewoond. Zij vertrok in 1995 (orkaan Luis) naar Aruba en is vervolgens in 1996 verhuisd vanuit Aruba naar Curaçao. In september 2013 is zij door haar werkgever uitgezonden naar Sint Maarten. Op Sint Maarten heeft zij in dienstbetrekking werk verricht tussen oktober 2013 en december ...

Naheffingsaanslagen winstbelasting in de beroepsfase vernietigd. Geen bezwaarkostenvergoeding omdat de Inspecteur niet tegen beter weten in een onrechtmatige belastingaanslag heeft opgelegd, nu de correctie voortvloeide uit geconstateerde aansluitingsverschillen. Ook geen integrale proceskostenvergoeding voor de beroepsfase, omdat geen sprake is van in vergaande mate onzorgvuldig handelen door de Inspecteur door niet tijdig te beslissen op het bezwaar. Wel een forfaitaire proceskostenvergoeding en vergoeding van het betaalde griffierecht

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:31) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag winstbelasting en een boete opgelegd. De correctie die heeft geleid tot de naheffingsaanslag vloeit, kort samengevat, voort uit geconstateerde aansluitingsverschillen omzet en loon. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag en de boete en heeft daarna beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslag ...

Ondanks gebrekkige stukken wensen partijen een uitspraak. Gerecht oordeelt dat de correctie boekwinst op de economische eigendom van een pand in verband met de splitsing van een rechtspersoon onterecht is omdat de economische eigendom na de splitsing ‘gewoon’ in het bezit van belanghebbende is gebleven. Nu de splitsing geen gevolgen heeft voor de economische eigendom van het pand, heeft belanghebbende recht op afschrijving op het pand en is ook de correctie interestkosten onterecht. Overige correcties blijven wel in stand wegens gebrekkige administratie

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:33) is het volgende aan de orde. Belanghebbende drijft haar onderneming in de vorm van een naamloze vennootschap (NV). De onderneming wordt uitgeoefend in een deel van het pand waarvan een (andere) NV de juridische eigendom bezit. Sedert 2016 bezit belanghebbende de economische eigendom van het pand. Het bezit van de economische eigendom van het pand is gefinancierd met een hypothecaire lening waarvan de ...

Hof van oordeel dat belanghebbende er niet in is geslaagd het (verzwaarde) tegenbewijs te leveren en acht de schatting van de Inspecteur redelijk. De Inspecteur is onder meer uitgegaan van eerdere aangiften en aanslagen waartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend. Verder heeft de Inspecteur de stellige indruk dat belanghebbende bestuurder is van diverse vennootschappen en uiteindelijk gerechtigde is tot de inkomsten uit die vennootschappen. Belanghebbende heeft evenwel nagelaten inzicht te geven over mogelijke inkomsten uit de aan hem gelieerde entiteiten, hetgeen voor zijn rekening komt

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:59, ook: ECLI:NL:OGHACMB:2025:60) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is inwoner van Sint Maarten en wordt voor de heffing van inkomstenbelasting aangemerkt als binnenlands belastingplichtig. Aan hem zijn voor de onderhavige jaren aangiftebiljetten inkomstenbelasting uitgereikt. Omdat belanghebbende de aangiftebiljetten niet heeft ingediend zijn aan hem ambtshalve aanslagen inkomstenbelasting en AVBZ opgelegd. Daarbij zijn verzuimboetes wegens het niet tijdig indienen van de aangiftebiljetten ...

Gerecht oordeelt dat de terugbetalingen van een studieschuld niet als studiekosten in aftrek kunnen worden gebracht

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2025:12) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in haar aangifte inkomstenbelasting over 2019 een bedrag in aftrek gebracht onder de post “Interest and costs of loans”. Uit een tot het procesdossier behorende brief van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met onderwerp “Eindstand lokaal terugbetalen 2019” volgt dat de geclaimde aftrek ziet op de terugbetaling van een studieschuld. De Inspecteur heeft het geclaimde ...