MAN-PIN vraagt of de minister van Justitie beschikt over vervolgingsbeleid of instructies aan het OM inzake ambtsmisdrijven. Zulks naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak heeft vernietigd (Curaçao)

Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Justitie een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het recente arrest van 10 juli 2026 waarin een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak door de Hoge Raad, in het belang der wet, werd vernietigd (ECLI:NL:HR:2026:1245). Bij brief van gelijke datum (21 juli 2026) werden door de MAN-PIN fractie ook al vragen ...

Statenlid Camelia-Römer stelt reeks van vragen aan MinFin naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof vernietigt. De zaak betrof de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de Ontvanger

Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Financiën een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2026 op het ingestelde beroep tot cassatie in het belang der wet in de zaak over de vraag of het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (het Hof) als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te ...

Hoge Raad vernietigt, in het belang der wet, de uitspraak van het Hof. Het Hof had het hoger beroep niet op de grond dat de NV geen belang heeft, niet-ontvankelijk mogen verklaren. De zaak betreft de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de ontvanger

Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 10 juli 2026, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:1245) op het beroep in cassatie in het belang der wet van Advocaat-Generaal P.J. Wattel namens de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (het Hof) van 10 augustus 2023, nr. CUR2022H00249. De Hoge Raad oordeelt dat de ...

Gerecht oordeelt bij tussenuitspraak dat voor de winstbelasting aan de fusie geen terugwerkende kracht wordt verleend. De vennootschappen zijn (vrijwel) het gehele jaar zelfstandig belastingplichtig en hadden aangifte winstbelasting moeten doen

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:86) is het volgende aan de orde. Op 29 oktober 2019 heeft “Y” handelend als het bestuur van een aantal vennootschappen het voorstel tot juridische fusie gedaan. Op 1 november 2019 is het voorstel tot juridische fusie tezamen met de in artikel 2:314, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek genoemde stukken ten kantore van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van Curaçao neergelegd ...

Beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Gerecht is van oordeel dat belanghebbende aan het (online) aangiftebiljet/portaal niet het in rechte te honoreren vertrouwen heeft mogen ontlenen dat dient te worden overgegaan tot een hoger (onjuist) bedrag aan teruggaaf

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:72) is het volgende aan de orde. In februari 2023 heeft belanghebbende voorlopige aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan en het op deze voorlopige aangifte verschuldigde bedrag aan winstbelasting betaald. In december 2023 heeft belanghebbende vervolgens de definitieve aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan. Gelet op het aangegeven bedrag van de voorlopige aangifte resulteert deze definitieve aangifte in een door belanghebbende terug ...

Gerecht oordeelt dat de aan de dochtermaatschappij verstrekte lening onzakelijk is en het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar. Wel aftrek van geïmputeerde rente op renteloze lening van moedermaatschappij op grond van Zweedse grootmoederarrest. Belanghebbende mocht op goede gronden aannemen dat de verminderingsaanslag moet worden beschouwd als een uitspraak op bezwaar: geen terugwijzing van de zaak naar de Inspecteur. Overigens heeft de Inspecteur tweemaal verzocht om heropening van de zaak omdat hij gedurende de zitting niet de beschikking heeft gekregen over de leningsovereenkomsten, maar het Gerecht heeft de verzoeken afgewezen

Samenvatting zaak n deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:55) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, opgericht naar het recht van de voormalige Nederlandse Antillen en statutair en feitelijk gevestigd te Curaçao, houdt alle aandelen in een Nederlandse vennootschap ‘Y’. De aandelen van belanghebbende worden voor 100% gehouden door een Bermudaanse vennootschap ‘X’. De voornaamste activiteiten van belanghebbende zijn het inlenen van gelden van haar moedermaatschappij X en het doorlenen van die ...

Gerecht concludeert dat de afsplitsing niet is ingegeven door zakelijke motieven zoals herstructurering of rationalisatie, maar vooral gericht was op de verkoop van de onderneming. Vermoeden dat splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing en belanghebbende heeft dit vermoeden niet weten te ontzenuwen: faciliteit van geruisloze afsplitsing niet van toepassing

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:43) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is in 2007 naar het recht van Curaçao opgericht en was voorheen actief onder de naam ‘X’. Onmiddellijk en enig aandeelhouder was een natuurlijke persoon ‘A’ woonachtig op Aruba. In 2018 was A vanwege zijn naderende pensioenleeftijd op zoek naar een geschikte bedrijfsopvolger aan wie hij de onderneming kon overdragen. Hij is in contact gekomen met ...

Niet hebben voldaan aan de administratieplicht en de bewaarplicht leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Correctie en berekeningen door de Inspecteur gebaseerd op gegevens uit de eigen administratie van belanghebbende en objectief vastgestelde verschillen: Gerecht oordeelt dat sprake is van een redelijke schatting. Wel matiging van de vergrijpboeten (5%) in verband met de toepassing van de omkering en verzwaring van de bewijslast en een verdere matiging (10%) wegens overschrijding van de redelijke termijn

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:28) is het volgende aan de orde. Belanghebbende drijft haar onderneming (een groothandel die bouwmaterialen -voornamelijk houtplaten- importeert en verkoopt) in de vorm van een NV. Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld voor de middelen winstbelasting (WB), omzetbelasting (OB) en loonbelasting (LB)over de perioden 2018 t/m 2021. De bevindingen van het boekenonderzoek zijn vastgelegd in een controlerapport. Daarin staat, kort samengevat, dat tijdens het ...

Aan belanghebbende is een taxatieve naheffingsaanslag winstbelasting opgelegd omdat zij geen aangifte heeft ingediend: omkering en verzwaring van de bewijslast. Belanghebbende heeft met de enkele stelling dat zij met de activiteiten in het onderhavige jaar enkel uitgaven heeft gehad, niet op overtuigende wijze de onjuistheid van de schatting van de Inspecteur aangetoond. Verzuimboete van NAf 1.000 blijft in stand en wordt door het Gerecht passend en geboden geacht

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:227) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft geen aangifte winstbelasting (WB) over het jaar 2022 gedaan. Vanwege het niet doen van de aangifte is aan belanghebbende een (taxatieve) naheffingsaanslag. Gelijktijdig met de naheffingsaanslag is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000 wegens het niet indienen van aangifte. De verzuimboete WB 2022 is opgelegd uitgaande van een derde verzuim. Geschil In geschil is of ...

Gerecht oordeelt dat de stichting particulier fonds de verplichting had om jaarlijks tijdig aangifte winstbelasting te doen, ook zonder winst: verzuimboetes wegens niet tijdig indienen van de aangifte terecht opgelegd. Uit de toelichting van de wetgever leidt het Gerecht af dat de wetgever nadrukkelijk beoogd heeft de stichting particulier fonds aan te merken als subjectief belastingplichtige, onder andere om zodoende een aangiftetoets te kunnen doen plaatsvinden. Ook het beroep op de Nederlandse situatie wordt afgewezen, omdat Curaçao een eigen autonome wet- en regelgeving kent, onafhankelijk van wat in Nederland te gelden heeft

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:225) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een stichting particulier fonds (SPF) opgericht met als doel het doen van uitkeringen uit haar vermogen aan zodanige instellingen en personen als het bestuur zal bepalen en het verschaffen van financiële bijstand aan die instellingen en personen door middel van leningen, het stellen van zekerheid, lijfrenteovereenkomsten en daarmee vergelijkbare regelingen. Aan belanghebbende zijn in juni ...

Gerecht acht de verzuimboete wegens het niet tijdig doen van aangifte winstbelasting passend en geboden, geen sprake van afwezigheid van alle schuld (avas). De gemachtigde heeft niet tijdig bij de Inspectie gereclameerd over de systeemtechnische problemen bij het doen van de aangifte in het online portaal. De boete is wel met 5% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Overigens werd het verzoek om uitstel van de zitting door het Gerecht afgewezen omdat de gemachtigde ruimschoots de tijd heeft gehad om de zitting voor te bereiden

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:212) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is gevestigd te Curaçao en aangifteplichtig voor de winstbelasting. De aangifte winstbelasting voor het jaar 2021 had uiterlijk op 30 juni 2022 moeten worden gedaan. De gemachtigde heeft op 21 maart 2022 een aanvraag tot machtiging ingediend om namens belanghebbende online aangifte te doen. Deze aanvraag is op 21 maart 2022 goedgekeurd waarna de machtiging eveneens ...

Gerecht oordeelt dat de stichting particulier fonds de verplichting had om jaarlijks tijdig aangifte winstbelasting te doen, ook zonder winst: verzuimboetes wegens niet tijdig indienen van de aangifte terecht opgelegd. Uit de toelichting van de wetgever leidt het Gerecht af dat de wetgever nadrukkelijk beoogd heeft de stichting particulier fonds aan te merken als subjectief belastingplichtige, onder andere om zodoende een aangiftetoets te kunnen doen plaatsvinden

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:218) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een stichting particulier fonds (SPF) opgericht met als doel het doen van uitkeringen uit haar vermogen aan zodanige instellingen en personen als het bestuur zal bepalen en het verschaffen van financiële bijstand aan die instellingen en personen door middel van leningen, het stellen van zekerheid, lijfrenteovereenkomsten en daarmee vergelijkbare regelingen. Aan belanghebbende zijn in juni ...

Belanghebbende mocht er niet van uitgaan dat haar verzoeken om uitstel voor het indienen van de aangiften winstbelasting voor de verzochte duur van zes maanden zouden zijn gehonoreerd: Gerecht acht de verzuimboetes passend en geboden. Ook geen sprake van AVAS. Beroepen op evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel slagen evenmin

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:59) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 1 april 2022 de voorlopige aangifte winstbelasting 2021 ingediend. Op 29 juni 2022 heeft belanghebbende verzocht om uitstel voor het indienen van de definitieve aangifte winstbelasting 2021. Er is verzocht om uitstel voor de duur van zes maanden. Vervolgens heeft belanghebbende op 29 december 2022 de definitieve aangifte winstbelasting 2021 ingediend (met een verschuldigde ...

Winstbelasting die op aangifte moet worden voldaan één dag te laat betaald: verzuimboete terecht opgelegd. Ook geen sprake van AVAS. Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt evenmin

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:58) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 1 juli 2022 de definitieve aangifte winstbelasting 2021 ingediend en pp diezelfde dag de verschuldigde winstbelasting betaald. De Inspecteur der Belastingen heeft vervolgens een verzuimboete opgelegd vanwege het niet of niet tijdig betalen van de op aangifte aangegeven verschuldigde winstbelasting. Bij de hoogte van de boete is de Inspecteur uitgegaan van een tweede verzuim. In ...

Naheffingsaanslag winstbelasting en verzuimboete terecht opgelegd. Belanghebbende kan niet zelfstandig overgaan tot verrekening van verschuldigde winstbelasting met terug te ontvangen winstbelasting over eerdere jaren. Temeer niet, nu de terug te ontvangen bedragen nog niet waren geformaliseerd in (negatieve) aanslagen en rechtens nog niet vorderbaar waren. Ook geen sprake van AVAS. Beroep op vertrouwensbeginsel slaagt evenmin

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:57) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft definitieve aangiften winstbelasting voor de jaren 2017 en 2018 gedaan. Deze aangiften hebben volgens belanghebbende geresulteerd in terug te ontvangen bedragen winstbelasting van respectievelijk NAf 203 en NAf 9.900. Op grond van de door belanghebbende voor het jaar 2019 ingediende definitieve aangifte winstbelasting gedaan, bedraagt de verschuldigde winstbelasting over dat jaar NAf 23.005. Belanghebbende heeft ...

Ondanks gebrekkige stukken wensen partijen een uitspraak. Gerecht oordeelt dat de correctie boekwinst op de economische eigendom van een pand in verband met de splitsing van een rechtspersoon onterecht is omdat de economische eigendom na de splitsing ‘gewoon’ in het bezit van belanghebbende is gebleven. Nu de splitsing geen gevolgen heeft voor de economische eigendom van het pand, heeft belanghebbende recht op afschrijving op het pand en is ook de correctie interestkosten onterecht. Overige correcties blijven wel in stand wegens gebrekkige administratie

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:33) is het volgende aan de orde. Belanghebbende drijft haar onderneming in de vorm van een naamloze vennootschap (NV). De onderneming wordt uitgeoefend in een deel van het pand waarvan een (andere) NV de juridische eigendom bezit. Sedert 2016 bezit belanghebbende de economische eigendom van het pand. Het bezit van de economische eigendom van het pand is gefinancierd met een hypothecaire lening waarvan de ...

Inspecteur (ernstig) nalatig door niet (tijdig) te beslissen op het verzoek om toepassing fiscale eenheid, waardoor belanghebbende in een lastig parket is gebracht voor wat betreft het doen van aangifte van de aan haar toerekenbare winst. Gerecht van oordeel dat de door de Inspecteur veroorzaakte onduidelijkheid niet voor rekening en risico van belanghebbende dient te komen. Het niet tijdig doen van aangifte kan niet aan belanghebbende worden verweten: verzuimboete vernietigd

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:22 en later ook ECLI:NL:OGEAC:2025:26) is het volgende aan de orde. Belanghebbende en haar moedermaatschappij (hierna: “Holding BV”) hebben op 21 oktober 2019 verzocht om met ingang van de oprichtingsdatum van de moedermaatschappij (14 oktober 2019) de winstbelasting van hen te heffen alsof de dochtermaatschappij is opgegaan in de moedermaatschappij (verzoek fiscale eenheid). Op 29 december 2020 heeft belanghebbende heeft de definitieve aangifte winstbelasting 2019 ...

In hoger beroep vrijspraak van het ten laste gelegde feitelijk leiding geven aan het niet doen van aangiften winstbelasting. Er is onvoldoende komen vast te staan dat de uitnodigingen tot het doen van aangifte aan (het bedrijf van) verdachte zijn verstuurd. Op grond van de bulkdata van de Belastingdienst kan niet worden beoordeeld of de uitnodigingen op het (juiste) adres zijn ontvangen of aangeboden

Samenvatting zaak In deze Curaçaose strafzaak (ECLI:NL:OGHACMB:2024:264) is het volgende aan de orde. Aan de verdachte werd – kort gezegd en enigszins geparafraseerd – ten laste gelegd dat een rechtspersoon (het bedrijf van de verdachte) bij belastingverordening voorziene aangiften als bedoeld in de Algemene landverordening Landsbelastingen – te weten de aangiften winstbelasting over de jaren 2018, 2019, 2020 en 2021 – niet of niet binnen de door de Inspecteur der ...

Bij belanghebbende, een N.V. die een verzoek heeft ingediend om te worden aangemerkt als ‘transparante vennootschap’, is een in rechte te honoreren vertrouwen gewekt dat de winst door de Inspecteur niet bij haar zou worden belast. Gezien de in onderlinge samenhang te beoordelen omstandigheden is naar het oordeel van het Gerecht sprake van een bewuste standpuntbepaling door de Inspecteur en was de Inspecteur bovendien (uiteindelijk) ook volledig geïnformeerd

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende, een N.V., oefent het bedrijf van hypotheekbank uit, verstrekt uit dien hoofde leningen onder hypothecair verband, verkrijgt en vervreemdt onroerende zaken en verleent bemiddeling bij het sluiten van verzekeringen. Op 30 maart 2015 heeft belanghebbende het verzoek ingediend om met ingang van 1 januari 2015 te worden aangemerkt als transparante vennootschap als bedoeld in artikel 3, lid ...

Veroordeling voor het feitelijk leiding geven aan het niet doen van aangiften winstbelasting: voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met bijzondere voorwaarden die beogen de vennootschap aan te zetten tot fiscaal compliant gedrag. Verdediging in hoger beroep

Samenvatting zaak In deze Curaçaose strafzaak is het volgende aan de orde. De verdachte is bestuurder van een besloten vennootschap (BV) die geen aangiften zou hebben gedaan voor de winstbelasting over de jaren 2018 tot en met 2021. Het verwijt aan de verdachte is dat hij opdracht zou hebben gegeven om deze aangiften niet te doen, of daaraan feitelijke leiding heeft gegeven. Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: ...

Hof oordeelt dat de aan een ‘offshore-vennootschap’ opgelegde aanslagen winstbelasting over 2006 en 2007 te laat zijn vastgesteld en derhalve door het Gerecht terecht zijn vernietigd. Gerecht heeft ook terecht een vergoeding wegens geleden immateriële schade toegekend

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een maatschappij waarop het tot 1 januari 2000 geldende zogenoemde ‘off-shore’ regime van toepassing was, en waarop op grond van artikel VI, lid 10 van de Overgangsregeling 2001 (P.B. 1999, no. 244), voor de in geschil zijnde jaren de bepalingen van de Landsverordening op de Winstbelasting 1940 zoals deze luidde op 31 december 1999 (hierna: LWB ...

Hoger beroep inzake verzoek om teruggave winstbelasting 2009 ongegrond en niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen de weigering van de Inspecteur om over 2010 een teruggave te verlenen. Beslissing van de Inspecteur op een verzoek om ambtshalve teruggave als bedoeld in artikel 39a, tweede lid ALL is geen voor bezwaar en beroep vatbare beslissing

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 30 juli 2010 aangifte winstbelasting over het jaar 2009 gedaan. Daarbij heeft zij een belastbare winst van NAf 236.133 aangegeven. Het corresponderende verschuldigde belastingbedrag had zij al eerder, op 29 maart 2010, voldaan. Op 9 december 2010 heeft zij nogmaals aangifte gedaan. Daarbij heeft zij een belastbare winst van NAf 347.803 aangegeven. Belanghebbende heeft het ...

Met het opleggen van een verzuimboete van Nafl. 2.500 vanwege het stelselmatig niet tijdig doen van definitieve aangifte winstbelasting heeft de Inspecteur de Ministeriële regeling formeel belastingrecht op juiste wijze toegepast. Dat het ging om een (nihil-)aangifte met een negatief belastbaar bedrag maakt niet dat de boete achterwege moet blijven. Ook geen sprake van avas. Maar gelet op alle omstandigheden van het geval acht het Gerecht een boete van Nafl. 1.000 passend en geboden

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is onder meer het volgende aan de orde (samengevat en enigszins geparafraseerd). De Inspecteur heeft het verzoek van belanghebbende om uitstel te krijgen voor de indiening van de definitieve aangifte 2019 afgewezen omdat de voorlopige aangifte niet op tijd is ingediend. Belanghebbende heeft op 30 december 2020 de definitieve aangifte winstbelasting 2019 ingediend met een negatief belastbaar bedrag en een verschuldigde belasting van nihil ...

Ook voor werknemers met hoge pensioenrechten kan een cessantiavoorziening worden opgebouwd, maar bij de berekening daarvan moet rekening worden gehouden met de kans dat die werknemers pas bij pensionering ontslagen worden en dan geen uitkering krijgen

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde (samengevat en enigszins geparafraseerd). Belanghebbende heeft in de aangifte winstbelasting over het jaar 2015 kosten van een in 2015 opgebouwde cessantiavoorziening opgevoerd. In het controlerapport ter zake van een bij belanghebbende uitgevoerd boekenonderzoek wordt geconcludeerd dat de fiscale aanvaardbaarheid van de cessantiavoorziening door belanghebbende niet aannemelijk is gemaakt. Daarbij wordt overwogen dat uit de verstrekte berekening blijkt dat ...

Anders dan de omzetcorrecties berusten de winstcorrecties niet op een redelijke schatting omdat de volledige bedragen van de omzetcorrecties als winstcorrecties zijn aangemerkt. Gerecht stelt de belastbare winst in goede justitie vast

Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende, een N.V. gevestigd te Sint Maarten, exploiteerde van 2012 tot en met 2014 een handelsonderneming. In 2014 heeft belanghebbende haar activiteiten beëindigd. Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld met betrekking tot de loonheffingen en BBO over de jaren 2012 tot en met 2014. De bevindingen daarvan zijn neergelegd in een controlerapport. In dat rapport concludeert de ...

Correctie rentebate voor renteloze lening aan digra en het daarbij gehanteerde rentepercentage blijven in stand: niet gebleken dat de vordering na digra’s overlijden als dividend aan de erfgenamen is uitgekeerd. Toepassing verlengde naheffingstermijn wegens kwade trouw. Geen ‘dubbele boetes’, wel matiging omdat de aangifteverplichting nauw samenhangt met de betalingsverplichting

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een vennootschap waarvan de bedrijfsactiviteiten medio 2008 zijn gestaakt. Tussen belanghebbende en de Inspecteur vinden al geruime tijd onderhandelingen plaats over diverse fiscale geschilpunten in meerdere jaren en over meerdere belastingmiddelen. De fiscale geschillen zijn opgelost tot en met het jaar 2008. Voor de jaren 2009 tot en met 2015 heeft de Inspecteur naheffingsaanslagen winstbelasting met ...

Hangende de beroepsprocedure heeft de Inspecteur een screenprint overgelegd van de vernietiging van de naheffingsaanslag: geen belang meer bij de beroepsprocedure, beroep niet-ontvankelijk. Voor een ander jaar heeft de Inspecteur te kennen gegeven dat de naheffingsaanslag en de boete moeten komen te vervallen: Gerecht beslist dienovereenkomstig

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen winstbelasting over de jaren 2016 en 2018 opgelegd. Daarbij zijn tevens verzuimboetes opgelegd wegens het niet, niet tijdig of niet volledig betalen van de aangegeven winstbelasting 2016 respectievelijk 2018. Belanghebbende heeft daartegen op 15 juli 2018 (2016) en op 9 juli 2020 (2018) bezwaren gemaakt. De Inspecteur heeft op 29 juni 2021 voor het ...

Annotatie bij Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 13 september 2022, ECLI:NL:OGEAC:2022:265 – mr. K.M.G. Demandt

door mr. K.M.G. Demandt Betreft: ECLI:NL:OGEAC:2022:265. Voor een samenvatting van deze belastingzaak door de redactie van het CFN, zie dit artikel in het CFN van 23 september 2022, nr. 2022/82, met als INHOUDSINDICATIE: Gerecht overweegt dat een verlengd boekjaar fiscaal niet bestaat, winstbelasting wordt geheven over het kalenderjaar. Belanghebbende heeft evenwel geen winst genoten: naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd. Verzuimboete vernietigd omdat belanghebbende niet is uitgenodigd tot het doen van de ...

Naheffingsaanslag winstbelasting en verzuimboete hangende de beroepsprocedure vernietigd: beroep niet-ontvankelijk. Gerecht volgt belanghebbende niet in haar stelling dat het bezwaar tevens moet worden aangemerkt als bezwaar tegen het niet tijdig verlenen van teruggave van belasting

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft niet tijdig de definitieve aangifte 2012 ingediend. Naar aanleiding daarvan is aan haar met dagtekening 7 april 2014 een taxatieve naheffingsaanslag winstbelasting opgelegd naar een verschuldigde belasting van NAf 42.000. Daarbij is een boete wegens het niet dan wel te laat betalen van verschuldigde belasting opgelegd van NAf 6.300. Belanghebbende heeft een pro forma bezwaarschrift ingediend ...