Belanghebbende is een dochtervennootschap van een bank en is zelf niet onderworpen aan toezicht van de Centrale Bank: Gerecht oordeelt dat op basis van de tekst van de wet de status van Vrijgestelde Vennootschap niet onthouden kan worden
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is op 3 maart 2005 opgericht. Een bankinstelling (hierna: de bankinstelling) die in de onderhavige jaren is onderworpen aan het toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: de Centrale Bank) is (indirect) 100% aandeelhouder van belanghebbende. Belanghebbende heeft ...
Gerecht van oordeel dat belastingbesparing het volstrekt overwegende motief is geweest van het door belanghebbende (een bank) onderbrengen van de beleggingsactiviteiten in de vrijgestelde dochtervennootschap en dat daarmee in strijd met doel en strekking van de wet is gehandeld: winst dochtervennootschap met toepassing van het leerstuk van fraus legis bij belanghebbende in de belastingheffing betrokken
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een bankinstelling die is onderworpen aan het toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: de Centrale Bank) en heeft op 3 maart 2005 een BV (hierna aan te duiden als: “Investments BV”) opgericht dan wel laten oprichten, ...
Inspecteur handelt ernstig onzorgvuldig door een winstbelastingaanslag op te leggen ondanks het feit dat hij wist dat belanghebbende geen activiteiten meer verrichtte: proceskostenvergoeding, maar geen integrale vergoeding. Ter zake van de te vergoeden kosten ingeval van beroep tegen het niet tijdig beslissen, past het Gerecht voortaan een wegingsfactor van 0,5 toe. Ook immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende, gevestigd te Curaçao, heeft in 2017 en 2018 aan de Inspecteur meegedeeld dat zij vanaf december 2016 geen activiteiten meer in Curaçao verrichtte en daarom niet (meer) subjectief belastingplichtig was. Aan belanghebbende is evenwel een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2017 opgelegd ...
Inspecteur handelt ernstig onzorgvuldig door een winstbelastingaanslag op te leggen ondanks het feit dat belanghebbende de transparante status heeft: proceskostenvergoeding, maar geen integrale vergoeding. Ter zake van de te vergoeden kosten ingeval van beroep tegen het niet tijdig beslissen, past het Gerecht voortaan een wegingsfactor van 0,5 toe. Ook immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Op verzoek van belanghebbende is door de Inspecteur aan belanghebbende met ingang van 1 augustus 2012 de ‘transparante status’ in de zin van artikel 3b van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) toegekend. Aan belanghebbende is evenwel een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2013 ...
Inspecteur heeft niet binnen een half jaar na de definitieve aangifte een ‘negatieve’ aanslag winstbelasting opgelegd en moet dit alsnog binnen 2 maanden na de uitspraak doen. Wettelijke rentevergoeding toegekend. Dwangsom afgewezen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 27 maart 2019 een voorlopige aangifte winstbelasting 2018 ingediend. Op basis van deze aangifte is een bedrag aan winstbelasting verschuldigd welk bedrag belanghebbende op 29 maart 2019 heeft voldaan. Op 20 december 2019 heeft belanghebbende de definitieve aangifte winstbelasting 2018 ...
Vereiste aangifte niet gedaan en niet voldaan aan administratieplicht: omkering en verzwaring van de bewijslast. Correctie huuropbrengsten pand berust niet op een redelijke schatting. Gerecht neemt in goede justitie een redelijke zakelijke huurprijs in aanmerking
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende drijft een onderneming die bestaat uit het beheren van onroerende goederen van ‘Q’. Voor het beheer en de exploitatie van de onroerende goederen ontvangt belanghebbende een vergoeding van 10 percent van de bruto-opbrengsten. De overige 90 percent wordt doorbetaald aan Q. Naar ...
Gerecht van oordeel dat de geconstateerde tekortkomingen in de administratie voldoende ernstig zijn om de bewijslast om te keren. Verder concludeert het Gerecht dat de Inspecteur de correcties terecht en tot het juiste bedrag heeft vastgesteld, niet onredelijk of willekeurig
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Naar aanleiding van een boekenonderzoek heeft de Inspecteur overeenkomstig de bevindingen in het controlerapport met toepassing van de omkering van de bewijslast naheffingsaanslagen winstbelasting opgelegd en tevens boetes vastgesteld. Het betreft correcties die zien op privé uitgaven van de directeur die zakelijk zijn ...
Hof van oordeel dat het Gerecht ten onrechte ambtshalve heeft geoordeeld dat de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard: correctie met betrekking tot de vervreemding van de materiële vaste activa moet met inachtneming van de normale regels van bewijslastverdeling worden beoordeeld. Inspecteur slaagt niet in bewijslast, de correctie vervalt
Samenvatting zaak In deze Curaçaose winstbelastingzaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende, gevestigd te Curaçao, vormde vanaf 1 januari 2007 tot en met 1 januari 2012 een fiscale eenheid met haar dochtermaatschappij (hierna: “de NV”). In het jaar 2011 was de NV de enige klant van belanghebbende. Op 19 november 2012 heeft belanghebbende materiële ...
Naar het oordeel van het Gerecht vormt de door de Inspecteur gestelde omstandigheid dat offshore vennootschappen “met fluwelen handschoenen worden behandeld” geen reden om de (in jurisprudentie vastgestelde) aanslagtermijn van 10 jaar te verlengen, ook niet als sprake is van slecht aangiftegedrag
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde (samengevat en enigszins geparafraseerd). Belanghebbende was vóór 1 januari 2002 onderworpen aan het zogenoemde ‘offshore-regime’. Ingevolge artikel VI, lid 10 van de Overgangsregeling 2001 (P.B. 1999, no. 244) is de Landsverordening op de Winstbelasting 1940, zoals deze luidde op 31 december 1999 (hierna: ...
Beroep tegen niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding: geen proceskostenveroordeling. Volledig tegemoetgekomen aan bezwaren: beroep niet geacht mede betrekking te hebben op de reële uitspraak. Ondanks verlenging redelijke termijn met vier maanden vanwege brand belastingkantoor, toch termijnoverschrijding van zes maanden: immateriële schadevergoeding toegekend
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een te Curaçao gevestigd lichaam dat vóór 1 januari 2002 onderworpen was aan het zogenoemde ‘offshore-regime’ en ten aanzien waarvan ingevolge artikel VI, lid 10 van de Overgangsregeling 2001 (P.B. 1999, no. 244) de Landsverordening op de Winstbelasting 1940 zoals deze ...
Offshore vennootschap waarop de bepalingen van de ‘LWB oud’ nog van toepassing zijn, stelt bijna 15 maanden nadat de beslistermijn voor de Inspecteur was verstreken beroep in tegen het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar: Gerecht verklaart beroep niet-ontvankelijk, onredelijk laat ingediend
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een te Curaçao gevestigd lichaam dat vóór 1 januari 2002 onderworpen was aan het zogenoemde ‘offshore-regime’ en ten aanzien waarvan ingevolge artikel VI, lid 10 van de Overgangsregeling 2001 (P.B. 1999, no. 244) de Landsverordening op de Winstbelasting 1940 zoals deze ...
Verzuimboete opgelegd aan belanghebbende die één werkdag na de indieningstermijn een herziene aangifte winstbelasting indient en de aanvullende belasting betaalt: geen sprake van afwezigheid van alle schuld maar boete in casu wel gematigd
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 2 juli 2018 de aangifte winstbelasting voor het jaar 2017 ingediend (tijdig, de Algemene termijnenlandsverordening in aanmerking nemend) en het bedrag van de verschuldige belasting op 3 juli 2018 betaald. Op 4 juli 2018 heeft belanghebbende een herziene aangifte winstbelasting ...
Geen schijnlening, geen deelnemerschapslening en geen bodemlozeputlening: Hof bevestigt uitspraak van het Gerecht. Sprake van een onjuiste waardering van de schuld op de winstbepalende balans, toepassing foutenleer
Samenvatting zaak In deze Arubaanse winstbelastingzaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een naar Arubaans recht opgerichte vennootschap. De directeur van belanghebbende was ‘C’. De in Zwitserland gevestigde vennootschap ‘Y’ was op dat moment voor 99,5% aandeelhouder, voor het overige werden de aandelen in belanghebbende gehouden door C. In 2006 is door Y ...
In zaak over verliesverrekening bij een tax-holidaybedrijf: Hof met het Gerecht van oordeel dat uit de tekst van de wettelijke bepaling in combinatie met de toelichting volgt dat de regel dat het oudste verlies eerst voor verrekening in aanmerking komt onverkort geldt voor aanloopverliezen
Samenvatting zaak In deze Arubaanse winstbelastingzaak is het volgende aan de orde. Bij landsbesluit is belanghebbende, een N.V. gevestigd te Aruba, voor het beheren en exploiteren van een hotelonderneming aangemerkt als een bedrijf in de zin van de Landsverordening bevordering industrievestiging en hotelbouw (hierna: LBIH). In het landsbesluit is onder meer bepaald dat aan belanghebbende ...
Belanghebbende heeft vier dagen vóór afloop van de indieningstermijn om uitstel voor de indiening van de aangifte gevraagd en het uitstel is met terugwerkende kracht verleend. De aangifte winstbelasting is vervolgens tijdig ingediend, er was geen belasting verschuldigd. Bezwaarkostenvergoeding nu de Inspecteur tegen beter weten in een belastingaanslag en boete heeft opgelegd, zodat sprake is van een aan de Inspecteur te wijten ernstige onzorgvuldigheid. Ook proceskostenvergoeding en vergoeding griffierecht, geen integrale kostenvergoeding
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft een gebroken boekjaar dat loopt van 1 mei tot en met 30 april. Ingevolge artikel 15, vierde lid, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) was belanghebbende gehouden om uiterlijk op de laatste dag van de zesde maand na afloop van het ...
