Door medewerkers van ATS en SBAB voor USZV bij belanghebbende uitgevoerde ZV/OV-looncontrole niet onbevoegd of onrechtmatig: zorgvuldigheidsbeginsel niet geschonden. De bepalingen in de Lar die zien op een adviescommissie zijn in casu niet van toepassing: de aan SBAB verbonden personen waren bevoegd tot het houden van de hoorzitting. De enkele omstandigheid dat de hoorzitting telefonisch heeft plaatsgevonden maakt deze niet onzorgvuldig. ZV/OV-premie wordt berekend naar een percentage van het dagloon zoals bij aanvang van de werkzaamheden vastgesteld en geregistreerd bij USZV, niet naar een percentage van het daadwerkelijk uitbetaalde loon. USZV heeft geen inzicht verschaft in de berekening van het dagloon en de wijze waarop overgelegde mutatieformulieren zijn verwerkt, waardoor niet zondermeer van de juistheid van het gehanteerde dagloon kan worden uitgegaan: schending van het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense bestuursrechtelijke (lar-)zaak (ECLI:NL:OGEAM:2024:125) is het volgende aan de orde. Een controlemedewerkster van de Stichting Belastingaccountantsbureau (hierna: SBAB) heeft een onderzoek ingesteld, waarbij over de jaren 2017 tot en met 2021 een looncontrole is uitgevoerd bij belanghebbende inzake de loonsommen voor de Ziekteverzekering en de Ongevallenverzekering. Op basis van het definitieve looncontrolerapport heeft het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekeringen (hierna: USZV) naheffingsaanslagen opgelegd (de primaire ...
Naar het oordeel van het Gerecht worden de ingevoerde ‘eTorque Hybrid’ motorvoertuigen aangedreven door een combinatie van een electromotor en een verbrandingsmotor en beschikken ze om die reden over een hybride aandrijvingsysteem in de zin der wet. Het piekvermogen van de voor de aandrijving bestemde elektromotor bedraagt bij één model ten minste 15% van het maximumvermogen van de verbrandingsmotor (de 15%-norm), waarmee op dat model dan het bijzondere tarief van invoerrechten van 12% van toepassing is. Het andere model voldoet evenwel niet aan de 15%-norm, waardoor voor dat model het 12%-tarief niet van toepassing is. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel slaagt in die gevallen niet
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:288) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft diverse motorvoertuigen van het merk Wrangler en Ram 1500 ingevoerd. De voertuigen zijn voorzien van een verbrandingsmotor en een electromotor. De voertuigen worden op de markt gebracht als ‘eTorque Hybrid’ en vallen onder de categorie zogenoemde ‘mild-hybrid’ voertuigen. De electromotor bestaat uit een riem aangedreven generator (‘Belt Starter Generator System’) die gebruik maakt van een ...
Geen belang bij vordering tot schorsing van het dwangschrift, nu de invordering gedurende de procedure is gestaakt. Overigens dient de civiele rechter uit te gaan van de rechtsgeldigheid en rechtmatigheid van een aanslag, zolang de aanslag niet is vernietigd
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2025:79) is het volgende aan de orde. Op 9 juli 2024 heeft het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekeringen (USZV) een dwangschrift inzake premieaanslagen ZV/OV (ziekteverzekering/ongevallenverzekering) aan belanghebbende (NV) betekend. NV heeft op 30 juli 2024 verzet ex artikel 4 Landsinvordering Dwanginvordering ingesteld. Bij vonnis van 26 juni 2024 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) de beroepschriften, die ...
Hoge Raad doet cassatieberoep af met toepassing van artikel 81 RO. Kwestie in eerste aanleg betrof de vraag of de Inspecteur het inkomen uit onroerende goederen van de echtgenoot terecht tot het inkomen van belanghebbende (de meestverdienende partner) heeft gerekend. Belanghebbende stelde zonder succes dat de echtgenoot buiten Sint Maarten woonde en dat de verhuurinkomsten kwalificeren als winst uit onderneming
Op vrijdag 18 april 2025 heeft de Hoge Raad het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (hierna: het Hof) van 2 augustus 2023 (zaaknummers SXM2022H00171 en SXM2022H00177) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2015 en 2016 opgelegde aanslagen inkomstenbelasting, afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie (ECLI:NL:HR:2025:602). Voor zover wij (red. CFN) ...
Niet beschikken over de kennis waar een verzoek om toepassing van de vrijstelling van invoerrechten uit hoofde van de belastingfaciliteiten investeringen (LBI) moet worden ingediend, komt voor rekening en risico van belanghebbende. Maar geen sprake van te late indiening van het verzoek. In het behandelingstraject zijn bij belanghebbende gerechtvaardigde verwachtingen gewekt dat een inhoudelijke beslissing zou worden genomen en op cruciale momenten is verzuimd de tijdigheid van het verzoek ter sprake te brengen. Afwijzing vanwege te late indiening verdraagt zich dan ook niet met het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Daarnaast is het Gerecht van oordeel dat uit het bepaalde in de LBI niet (duidelijk) volgt dat het verzoek binnen een bepaalde termijn moet worden gedaan
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een op Curaçao gevestigd telecommunicatiebedrijf dat telecommunicatiediensten aanbiedt aan het publiek op grond van bij Landsbesluit verkregen concessies en heeft in juli 2017 een verzoek gedaan om vrijstelling van invoerrechten ter zake van de invoer van goederen voor de verbetering en uitbreiding van de mobiele en vaste glasvezel netwerken. Dit verzoek heeft zij gericht aan het ...
Niet de werkgeefster maar de werkneemster heeft uit eigen hoofde een verzoek ingediend om vergoeding van de door haar geleden schade wegens het voeren van juridische procedures met betrekking tot de loonsubsidie. Het betoog van werkgeefster dat zij ook nadeel heeft geleden slaagt niet: bezwaar van werkgeefster op goede grond niet-ontvankelijk verklaard
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Werkgeefster exploiteert een bedrijf en heeft in mei 2020 en in juni 2021 loonsubsidie aangevraagd. De werkneemster, tevens procuratiehouder, heeft rechtsmiddelen aangewend tegen het uitblijven van een tijdige beschikking op de verzoeken. De beroepschriften zijn vervolgens telkens ingetrokken. In een brief van 10 januari 2022, gericht aan de Sociale Verzekeringsbank (SVb), heeft de werkneemster verzocht om vergoeding van de ...
Hoge Raad doet cassatieberoep af met toepassing van artikel 81 RO in zaak waarin – in eerste aanleg – werd geoordeeld dat belanghebbende de omzetbelasting op de voet van artikel 12b, lid 1, LOB verschuldigd is, nu zij facturen heeft uitgereikt waarop het bedrag aan omzetbelasting is vermeld
Samenvatting zaak Vorige week vrijdag, 5 april 2024, heeft de Hoge Raad het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) van 10 februari 2022, zaaknummer CUR2019H00405, afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie (ECLI:NL:HR:2024:546). Helaas beschikken wij niet over ...
‘Belastingstaker voor het klimaat’ krijgt geen korting op belastingaanslag
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak is het volgende aan de orde, deels gebaseerd op dit nieuwsbericht op de website van de Rechtspraak. Belanghebbende – een inwoonster van Overijssel, Nederland, die zich presenteert als ‘belastingstaker voor het klimaat’ – heeft aangifte voor de inkomstenbelasting gedaan volgens de wet en heeft de opgelegde aanslag betaald. Zij heeft daartegen bezwaar gemaakt en vervolgens stelde beroep ingesteld bij de Rechtbank Gelderland (hierna: de ...
Einduitspraak in grondbelastingzaak: met implementatie van de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad verklaart het Gerecht het beroep van belanghebbende ongegrond. Gerecht geeft context aan waartegen die implementatie plaatsvindt en de beperkte bewegingsvrijheid die het Gerecht daarbij heeft
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde (samengevat en enigszins geparafraseerd). Op basis van de Landsverordening grondbelasting (hierna: LGB) wordt in Aruba jaarlijks een belasting op onroerende zaken geheven en de zakelijke genotsrechten waaraan deze zijn onderworpen. Uitgangspunt daarbij is dat de waarde van onroerende zaken wordt vastgesteld voor een periode van vijf jaar. Voor wat betreft de onderhavige zaak geldt het tijdvak 2017-2021. Per ...
Conclusie Advocaat-Generaal naar aanleiding van het verzoek van het Gerecht in eerste aanleg om een prejudiciële beslissing over de fiscale gevolgen van de wijziging van de Arubaanse Landsverordening Grondbelasting per 1 januari 2019
Samenvatting zaak Op 29 november 2022 heeft Advocaat-Generaal (A-G) R.L.H. IJzerman conclusie genomen naar aanleiding van naar aanleiding van het verzoek om een prejudiciële beslissing van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 4 februari 2022 (zaaknummer AUA202002936; ECLI:NL:OGEAA:2022:15). Deze voor de praktijk belangwekkende Arubaanse grondbelastingzaak betreft vragen over de fiscale gevolgen van de wijziging van de Arubaanse Landsverordening Grondbelasting per 1 januari 2019. Bij het ...
Conclusie Advocaat-Generaal in zaak over de vraag of – gelet op de vijfjarige heffingssystematiek van de Arubaanse grondbelasting – na een tussentijdse tariefsverhoging binnen dat tijdvak, kan worden nagevorderd met ingang van het jaar van tariefverhoging
Samenvatting zaak Op 29 november 2022 heeft Advocaat-Generaal (A-G) R.L.H. IJzerman conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van de minister van Financiën en Cultuur van Aruba (hierna: de Minister) tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Gemeenschappelijk Hof) van 30 juli 2021 (zaaknummers AUA2020H00035 tot en met AUA2020H00037; ECLI:NL:OGHACMB:2021:223) op het ...
Gerecht oordeelt dat bij de berekening van de pensioenvoorziening per 31 december 2014 uitgegaan mag worden van een opbouwpercentage van 3% tot 2002. Indexatie mag op grond van regelgeving niet worden toegepast maar in casu is sprake van in rechte te honoreren gewekt vertrouwen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in eigen beheer een pensioenvoorziening gevormd voor de enig aandeelhouder-directeur (hierna: de digra). Bij de berekening van de waarde van de pensioenvoorziening per 31 december 2014 is belanghebbende ervan uitgegaan dat tot 1 januari 2002 een jaarlijks opbouwpercentage toegepast kon worden van 3% en daarna van 2%. Tevens heeft zij er bij de berekening van de ...
Inspecteur heeft het inkomen uit onroerende goederen van de echtgenoot terecht tot het inkomen van belanghebbende (de meestverdienende partner) gerekend. Belanghebbende stelt zonder succes dat de echtgenoot buiten Sint Maarten woonde en dat de verhuurinkomsten kwalificeren als winst uit onderneming
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is in de onderhavige jaren woonachtig te Sint Maarten. Zij is gehuwd en is samen met haar echtgenoot (hierna, waar van toepassing, ook aangeduid als ‘Z’) mede-eigenaar van meerdere onroerende zaken. Over de jaren 2015 en 2016 heeft belanghebbende aangifte inkomstenbelasting gedaan als binnenlands belastingplichtige, haar echtgenoot als buitenlands belastingplichtige. In de aangiften hebben beiden inkomsten ...
Het door een offshorebedrijf via een magazijn op Sint Maarten verkopen van scheepsbenodigdheden aan buitenlandse consumenten die op dat moment (tijdelijk) in Sint Maarten verblijven betreft geen ‘offshore-activiteit’: ondernemer voor de BBO. Belanghebbende geen ‘exportondernemer’ omdat zij de goederen niet zelf vervoert of laat vervoeren naar het buitenland: geen recht op vrijstelling BBO
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is gevestigd in Sint Maarten en drijft een onderneming die bestaat uit de verkoop van benodigdheden voor de pleziervaart. Aan belanghebbende is in 1998 een vestigingsvergunning voor offshore bedrijven verleend. De vergunning is verleend “voor zover de activiteiten voortvloeiende uit doelstellingen buiten de Nederlandse Antillen plaatsvinden”. Tevens is belanghebbende in het bezit van een “ontheffing van de ...
Gerecht van oordeel dat belastingbesparing het volstrekt overwegende motief is geweest van het door belanghebbende (een bank) onderbrengen van de beleggingsactiviteiten in de vrijgestelde dochtervennootschap en dat daarmee in strijd met doel en strekking van de wet is gehandeld: winst dochtervennootschap met toepassing van het leerstuk van fraus legis bij belanghebbende in de belastingheffing betrokken
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een bankinstelling die is onderworpen aan het toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: de Centrale Bank) en heeft op 3 maart 2005 een BV (hierna aan te duiden als: “Investments BV”) opgericht dan wel laten oprichten, waarvan ze (indirect) 100% aandeelhouder is. Investments BV heeft geen bankvergunning en is niet als ...
Ontslagvergoeding vormt inkomsten uit vroegere arbeid ofwel uit vroegere dienstbetrekking: belanghebbende is het werkgeversdeel van de premies AOV/AWW en AZV over de vergoeding verschuldigd. Beroep op gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en evenredigheidsbeginsel verworpen
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende was vanaf 2007 tot eind november 2013 werkzaam bij ‘X’. In november 2013 ontving belanghebbende een ontslagvergoeding. Belanghebbende heeft een verzoek ingediend tot toepassing door de werkgever van het bijzonder tarief in de loonbelasting op de ontslagvergoeding. Dit verzoek is ingewilligd. Aan belanghebbende zijn op 30 november 2018 aanslagen premies AOV/AWW voor het jaar 2013 opgelegd naar ...
Gelet op poststempel is uitspraak op bezwaar na dagtekening ter post bezorgd: beroepstermijn vangt pas de dag na datum poststempel aan. De in het bezwaar aangevoerde argumenten zijn geheel onbesproken gebleven en het bezwaar is zonder motivering afgewezen. Gerecht acht een dergelijke handelwijze – die (veel) vaker voorkomt – niet alleen onjuist, maar die druist ook in tegen wat van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde (kort samengevat en enigszins geparafraseerd). Belanghebbende heeft aangifte inkomstenbelasting en sociale premies over het jaar 2016 gedaan. Het belastbaar inkomen bedraagt volgens de aangifte NAf 24.796. Aan belanghebbende is een aanslag premies AOV/AWW opgelegd naar een premie-inkomen van NAf 25.708. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag, maar de Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd ...
Autoverhuurbedrijf slaagt er ook bij het Hof niet in de schending van het gelijkheidsbeginsel (meerderheidsregel) aannemelijk te maken: geen teruggaaf verhuurbelasting motorrijtuigen (Bonaire)
Samenvatting zaak In deze zaak op het gebied van de Bonairiaanse verhuurbelasting motorrijtuigen (VBM) is het volgende aan de orde. Belanghebbende exploiteert een autoverhuurbedrijf op Bonaire. Vrijwel de gehele omzet bestaat uit opbrengsten uit de verhuur van auto’s aan toeristen. Ter zake van deze verhuur is belanghebbende – ingevolge de Eilandsverordening van 30 december 2010, nr. 4, op de heffing en de invordering van verhuurbelasting motorrijtuigen – verhuurbelasting motorrijtuigen (VBM) ...
Gerecht stelt prejudiciële vragen in grondbelastingzaak waarin belanghebbende zich op het standpunt stelt dat de aanslag niet naar het met ingang van 2019 geldende hogere tarief kan worden opgelegd
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde (kort samengevat en enigszins geparafraseerd). Bij Landsverordening van 21 december 2018 (AB 2018 no. 81) is onder meer de Landsverordening grondbelasting (LGB) gewijzigd. Deze wetswijziging in de grondbelasting per 1 januari 2019 brengt (onder meer) met zich mee dat met ingang van die datum, dat wil zeggen gedurende het vijfjarige tijdvak (2017-2022), het belastingtarief van de grondbelasting voor ...
Navordering inkomstenbelasting omdat bij de definitieve aanslag teveel ingehouden loonbelasting was verrekend: beroep op ontbreken nieuw feit verworpen omdat op grond van artikel 13 lid 2 ALL ook zonder nieuw feit nagevorderd kan worden. Beroepen op vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel ook verworpen
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak is het volgende aan de orde (samengevat en enigszins geparafraseerd). Belanghebbende (van beroep controleur bij de belastingdienst) was in 2015 als door Nederland uitgezonden controle-ambtenaar werkzaam in Sint Maarten. Met belanghebbende is de afspraak gemaakt dat de werkgever de loonbelasting voor haar rekening neemt (expatriates-regeling). Belanghebbende heeft de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2015 ingediend naar een belastbaar inkomen en een bedrag aan ...
Afwijzing verzoek om vrijstelling van invoerrechten op havenkraan. Hof: schrijven van de Minister geen beschikking als bedoeld in artikel 128 vierde lid Liud (en dus geen Lar-beschikking), bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard
Samenvatting zaak In deze Arubaanse bestuursrechtelijke zaak (Lar) is het volgende aan de orde (kort samengevat). Bij de Ministeriële Beschikking van 18 februari 2011 (de Ministeriële Beschikking) heeft de minister van Financiën, Economische Zaken en Cultuur van Aruba (de Minister) bepaald dat – zakelijk weergegeven – vrijstelling van heffing van invoerrecht wordt toegepast bij de invoer van: materialen en benodigdheden voor de aanleg en uitbreiding van zeehavens; containerkranen, laadkranen, alsmede ...
Hoge Raad wijst arrest in zaak over aanslagen vastgoedbelasting waarin in geschil was of het expireren van de tax holiday in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en waarin het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij is getroffen door een buitensporige last
Samenvatting zaak Op 19 november 2021 heeft de Hoge Raad in zaaknummer 20/01785 (ECLI:NL:HR:2021: 1718) arrest gewezen op het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 7 april 2020 (nrs. BON2019H00027 en BON2019H00028; ECLI:NL:OGHACMB:2020:69), betreffende aan belanghebbende voor de jaren 2011 en 2012 opgelegde aanslagen in de vastgoedbelasting en ...
Aanslag onroerendezaakbelasting over 2014 hangende de beroepsprocedure vernietigd omdat de aanslag te laat is opgelegd. Gerecht oordeelt dat in het onderhavige geval 2015 als eerste jaar van het vijfjarig tijdvak moet gelden. Beroep op gelijkheidsbeginsel faalt: aanslag 2015 niet vernietigd
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn ter zake van een onroerende zaak op respectievelijk 22 juni 2019 (voor het jaar 2014) en 10 juli 2019 (voor het jaar 2015) aanslagen onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) opgelegd naar een waarde van NAf 145.000. Belanghebbende heeft op 21 augustus 2019 bezwaar gemaakt. Bij uitspraken op bezwaar van 16 juni 2020 heeft de Inspecteur de aanslagen ...
Hoge Raad doet cassatieberoep af met toepassing van artikel 81 RO. Betreft zaak waarin het Hof (wederom) oordeelde dat de appartementen niet kunnen worden aangemerkt als zelfstandige woningen voor de vrijstelling in de vastgoedbelasting en ook dat het verlaagde hoteltarief niet van toepassing is
Samenvatting zaak Op 12 november 2021 heeft de Hoge Raad het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) van 13 februari 2020 (nr. BON2019H00011; ECLI:NL:OGHACMB:2020:28) betreffende voor het jaar 2016 opgelegde aanslagen vastgoedbelasting afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke ...
Cassatieberoep ingesteld in zaak over de aanslag grondbelasting 2019 met het verhoogde tarief. Ook prejudiciële vragen aan Hoge Raad in een zaak in eerste aanleg over verhoging tarief grondbelasting in vijfjarig tijdvak 2017-2021
Naar aanleiding van een artikel in de Amigoe van Aruba van 4 oktober 2021, attenderen wij u er hierbij kort op dat, volgens dat artikel, door de belastingdienst van Aruba beroep in cassatie is ingesteld bij de Hoge Raad tegen – naar wij begrijpen – de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (hierna: het Hof) van 30 juli 2021 (zaaknummers AUA2020H00035 tot en met AUA2020H00037; ECLI:NL:OGHACMB:2021:223). Het geschil in ...
Veroordeling in hoger beroep van notaris wegens verduistering als ambtenaar door overdrachtsbelasting niet af te dragen aan de Ontvanger. “Ne bis in idem”-beginsel heeft slechts betrekking op eerdere beslissingen van strafrechtelijke aard; tuchtrechtelijke of fiscale maatregelen vallen daar in beginsel niet onder
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense strafzaak is het volgende aan de orde. Het betreft overigens een al wat ‘oudere’ zaak, aangezien het een vonnis in hoger beroep is tegen een vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen (zittingsplaats Sint-Maarten) van 22 mei 2002. In deze zaak acht het Hof wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte, een inmiddels uit het ambt ontzette notaris te ...
Hoger beroep. Belanghebbende terecht niet-ontvankelijk in bezwaar tegen de aanslag grondbelasting 2018: vermindering van die aanslag terecht overgelaten aan de Inspecteur. Door (ook) op te komen tegen het belastingtarief (0,6%) is voor het jaar 2019 zowel bezwaar als beroep mogelijk: Gerecht had de aanslag moeten verminderen. Tweede (primitieve) aanslag/geconverteerde navorderingsaanslag grondbelasting 2019 vernietigd, geen grond voor navordering. Waarde onroerende zaak in goede justitie vastgesteld
Samenvatting zaak In deze Arubaanse grondbelastingzaak is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn ter zake van de onroerende zaak, een hotelresort (hierna: de onroerende zaak), aanslagen grondbelasting voor de jaren 2017 tot en met 2019 opgelegd. In de jaarrekening van 2016 heeft belanghebbende de onroerende zaak per 1 januari 2016 op de balans geactiveerd voor USD 218.406.170 (Afl. 390.947.044). In een taxatierapport is aan de opstal van de ...
Voldoende aannemelijk dat de leningen zijn aangegaan voor onderhoud eigen woning: rente aftrekbaar. Niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een dalende overlijdensrisicoverzekering: premie niet aftrekbaar. Betalingen aan voormalige secretaresse geen ondernemingskosten, kwalificeren ook niet als periodieke uitkering
Samenvatting zaak In deze Curaçaose inkomstenbelastingzaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende was jarenlang werkzaam in een vennootschap waarvan hij tevens grootaandeelhouder was. Naast belanghebbende stond een secretaresse op de loonlijst van de vennootschap. Belanghebbende is op 1 januari 2015 als ambtenaar in dienst getreden van de Landsoverheid. Hij was daarbij verplicht om actieve bedrijfsactiviteiten te staken en heeft toen de vennootschap bij de Kamer van Koophandel uitgeschreven. De ...
FASE-uitkering inmiddels bij wijze van voorschot betaald: geen sprake van een situatie waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel een voorlopige voorziening wenselijk is
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende (verzoeker in deze zaak) heeft bij (online)verzoeken van 18 juli 2020, 8 augustus 2020, 10 oktober 2020, 9 november 2020 en 1 december 2020 een aanvraag gedaan om in aanmerking te komen voor financiële hulp van het sociale noodfonds FASE. Tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag heeft verzoeker op 1 december 2020 bezwaar gemaakt ...
Hoge Raad doet cassatieberoep af met toepassing van artikel 81 RO. Betreft zaak waarin het Hof oordeelde dat de spreidingsregeling moet worden beschouwd als begunstigend beleid (niet als toepassing hardheidsclausule) en dat die regeling niet van toepassing is op de heffing van premies AOV/AWW en AZV (geen ‘belasting’)
Samenvatting zaak Op 18 juni 2021 heeft de Hoge Raad het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (hierna: het Hof) van 24 maart 2020 (zaaknummers AUA2019H00177 tot en met AUA2019H00179; ECLI:NL:OGHACMB:2020:50), betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslagen in de premieheffing AOV, AWW en AZV, afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 van de Wet op de ...
