Hoge Raad: De opvatting dat de vestigingsplaatsfictie in artikel 7.5 lid 6 Wet IB 2001 (tekst van vóór 2016) niet is bedoeld om een aanmerkelijkbelangclaim te vestigen op waardeaangroei ontstaan na verplaatsing van de werkelijke leiding van de vennootschap uit Nederland, kan uit de tekst noch de totstandkomingsgeschiedenis van die bepaling worden afgeleid. Betreft in dit geval een verplaatsing naar Curaçao en een latere terugverplaatsing naar Nederland in combinatie met een emigratie en latere remigratie van de aanmerkelijkbelanghouder

Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is sinds 22 maart 1995 houder van alle aandelen in een naar Nederlands recht opgerichte besloten vennootschap (hierna: de BV). De verkrijgingsprijs van de aandelen bedraagt € 18.151. In 2001 is belanghebbende geëmigreerd naar het Verenigd Koninkrijk. In verband hiermee is hem voor dat jaar op grond van artikel 4.16, lid 1, aanhef en letter h, Wet ...

Gerecht oordeelt dat de term ‘voordeel’ van artikel 11, lid 1, letter c LvIB overeenkomstig artikel 39 (Nederlandse) Wet op de inkomstenbelasting 1964 ook een negatief bedrag behelst: verlies uit vervreemding aanmerkelijk belang moet als een negatief bestanddeel van het onzuiver inkomen worden meegenomen

Samenvatting zaak In deze Arubaanse inkomstenbelastingzaak is het volgende aan de orde. Blanghebbende bezit 100 percent van de aandelen van een in Aruba gevestigde N.V. De verkrijgingsprijs van de aandelen bedroeg Afl. 10.000. Belanghebbende heeft de aandelen verkocht voor een bedrag van Afl. 1.000. Dit bedrag is door de koper in het onderhavige jaar 2012 betaald. Belanghebbende heeft in de aangifte inkomstenbelasting ter zake van de verkoop van de aandelen ...