Hoge Raad: De opvatting dat de vestigingsplaatsfictie in artikel 7.5 lid 6 Wet IB 2001 (tekst van vóór 2016) niet is bedoeld om een aanmerkelijkbelangclaim te vestigen op waardeaangroei ontstaan na verplaatsing van de werkelijke leiding van de vennootschap uit Nederland, kan uit de tekst noch de totstandkomingsgeschiedenis van die bepaling worden afgeleid. Betreft in dit geval een verplaatsing naar Curaçao en een latere terugverplaatsing naar Nederland in combinatie met een emigratie en latere remigratie van de aanmerkelijkbelanghouder

Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is sinds 22 maart 1995 houder van alle aandelen in een naar Nederlands recht opgerichte besloten vennootschap (hierna: de BV). De verkrijgingsprijs van de aandelen bedraagt € 18.151. In 2001 is belanghebbende geëmigreerd naar het Verenigd Koninkrijk. In verband hiermee is hem voor dat jaar op grond van artikel 4.16, lid 1, aanhef en letter h, Wet ...

Op Curaçao gevestigde naar Nederlands recht opgerichte BV is om niet fiscale motieven verplaatst naar Curaçao en niet valt in te zien waarom de wijziging van de BRK in de BRNC ertoe leidt dat BV een ontgaansmotief heeft of alsnog krijgt: geen ontgaansmotief en dus geen plaats voor toepassing van de antimisbruikbepaling van artikel 17(3)(b) Wet Vpb

Samenvatting zaak In deze Nederlandse vennootschapsbelastingzaak is het volgende aan de orde. Een besloten vennootschap is in 2007 opgericht naar Nederlands recht en sinds 31 december 2011 gevestigd op Curaçao. BV is de persoonlijke houdstervennootschap van “F”, die ook de enig aandeelhouder is van BV. F is op moment van oprichting van BV geruime tijd woonachtig op Curaçao. Bestuurder van BV is “G”, de vader van F. BV participeert sinds ...