Rechtbank verklaart het beroep van de naar Curaçao geëmigreerde belanghebbende tegen de conserverende aanslag IB/PVV met betrekking tot de pensioenaanspraak en de ter zake van de lijfrenteaanspraak in aftrek gebrachte premies, ongegrond
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RBZWB:2026:3757) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is eind juni 2021 uit Nederland naar Curaçao geëmigreerd. Op het moment van emigratie had belanghebbende een aanspraak op een pensioenuitkering van het ABP. Het pensioen is op 1 september 2021 ingegaan. Het heffingsrecht over de pensioenuitkering is op grond van de Belastingregeling Nederland Curaçao (hierna: de Belastingregeling) aan Nederland toegewezen. Daarnaast had belanghebbende op het ...
Belanghebbende, inwoner van Nederland, maakt ook bij het Hof niet aannemelijk dat hij jaarlijks meer aan eigenwoningrente heeft betaald aan de in Nederland gevestigde Curaçaose N.V. dan het door de inspecteur geaccepteerde bedrag. Dat de inspecteur in het verleden het recht op renteaftrek al eens heeft beoordeeld en heeft geaccepteerd, maakt dit niet anders
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:GHSHE:2026:950) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, inwoner van Nederland, was in de onderhavige jaren (2016, 2018 en 2020) eigenaar en bewoner van een woning en heeft in zijn aangiften IB/PVV, naast het huurwaardeforfait en inkomsten uit eigen woning, ook aftrekbare rente aangegeven. De rentebedragen die belanghebbende in de aangiften heeft vermeld, heeft hij betaald op een drietal leningen bij banken (een ‘Flexibel ...
Aan belastingadviseur opgelegde vergrijpboete door Rechtbank Gelderland om meerdere redenen vernietigd. Geen feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige van beboetbare gedragingen van Curaçaose vennootschappen
Samenvatting zaak De inspecteur heeft aan een belastingadviseur werkzaam bij een belastingadvieskantoor (ECLI:NL:RBGEL:2025:10883) en aan een fiscalist werkzaam bij een accountantskantoor (ECLI:NL:RBGEL:2025:10897) vergrijpboetes opgelegd, omdat zij feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige zouden zijn van beboetbare gedragingen van diverse vennootschappen, die onderdeel uitmaken van een belastingbesparende structuur. In beide gevallen wordt de boete door de Rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) om meerdere redenen vernietigd. Samenvatting van ECLI:NL:RBGEL:2025:10883 Aangezien de inhoudelijk overwegingen ...
Belanghebbende kan niet worden verweten dat hij met zijn gedragingen opzet of grove schuld heeft gehad op het (vermeende) beboetbare feit van de Curaçaose vennootschappen met betrekking tot de heffing van (Nederlandse) Vpb. Hij mocht afgaan op de adviezen van het belastingadvieskantoor. Geen sprake van feitelijk leidinggeven, medeplegen of medeplichtigheid: vergrijpboete vernietigd
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RBGEL:2025:10887) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is woonachtig in Nederland en (middellijk respectievelijk onmiddellijk) enig aandeelhouder van een aantal vennootschappen, waaronder vennootschappen die zijn opgericht naar het recht van Curaçao en statutair zijn gevestigd op Curaçao. De inspecteur van de (Nederlandse) belastingdienst heeft een vestigingsplaatsonderzoek ingesteld bij enkele van de Curaçaose vennootschappen. In het kader van het vestigingsplaatsonderzoek heeft de inspecteur informatie ...
Rechtbank Gelderland komt tot het oordeel dat de werkelijke leiding van de Curaçaose vennootschappen in de betreffende jaren is uitgeoefend in Nederland en de vestigingsplaats van belanghebbende in die jaren daarom Nederland is. Navorderingsaanslagen Vpb blijven in stand, maar de opgelegde boetes worden vernietigd omdat belanghebbende geen opzet of grove schuld kan worden verweten
In deze Nederlandse zaken (ECLI:NL:RBGEL:2025:10888, ECLI:NL:RBGEL:2025:10940 en, later toegevoegd, ECLI:NL:RBGEL:2025:10892) komt de Rechtbank Gelderland tot het oordeel dat de werkelijk leiding van de betreffende Curaçaose vennootschappen in de betreffende jaren is uitgeoefend in Nederland en dat de vestigingsplaats van de vennootschappen in die jaren daarom Nederland is. Hieronder nemen wij slechts een samenvatting op van de zaak ECLI:NL:RBGEL:2025:10888. Samengevat is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een naar het recht ...
Door Curaçaose belanghebbende ingediend verzet tegen een uitspraak van de Rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzetschrift niet tijdig is ingediend en er geen verontschuldiging voor dit verzuim is gebleken
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RBZWB:2025:9092) is het volgende aan de orde. Het betreft een uitspraak op het verzet van een Curaçaose belanghebbende. Meer specifiek gaat het over de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: “de Rechtbank”) waarin de Rechtbank het beroep van belanghebbende wegens het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar ongegrond heeft verklaard en het verzoek om een dwangsom heeft afgewezen. De Rechtbank heeft in ...
De inspecteur van de Nederlandse belastingdienst heeft na een vestigingsplaatsonderzoek vastgesteld dat de Curaçaose vennootschap in werkelijkheid in Nederland is gevestigd, maar weigert een verliesvaststellingsbeschikking af te geven. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur het bezwaar tegen de weigering ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard: een verliesbeschikking kan ook buiten de aanslagtermijn worden vastgesteld en een verzoek dat buiten de aanslagtermijn is ingediend kan niet louter op die grond worden afgewezen. Omdat over de hoogte van de verliezen geen geschil meer bestaat, stelt de Rechtbank de verliesbeschikkingen vast
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RBGEL:2025:10896) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een naar het recht van Curaçao opgerichte vennootschap en in de jaren 2010 tot en met 2015 statutair gevestigd op Curaçao. Vanaf 10 september 2016 is belanghebbende ingeschreven in het handelsregister van de (Nederlandse) Kamer van Koophandel. Hierin is als bezoekadres het adres van de aandeelhouder vermeld en is de aandeelhouder vanaf 1 september 2016 ...
Lening bij in Nederland gevestigde Curaçaose NV kwalificeert als eigenwoningschuld, maar belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hij aan NV jaarlijks meer rente heeft betaald dan het door de inspecteur geaccepteerde bedrag. Het enkele feit dat volgens de overeenkomst 4% rente verschuldigd was, is onvoldoende voor aftrek
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RBZWB:2025:4587) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, inwoner van Nederland, was in 2019 eigenaar en bewoner van een woning in Nederland en heeft (Nederlandse) aangifte IB/PVV voor het jaar 2019 gedaan. Bij het opleggen van een navorderingsaanslag IB/PVV heeft de inspecteur van de Nederlandse belastingdienst de in de aangifte opgevoerde bedragen aan rente niet (geheel) in aftrek geaccepteerd. Het betreft onder andere rente ...
Belanghebbende, inwoner van Nederland, maakt niet aannemelijk dat hij jaarlijks meer rente heeft betaald aan de Curaçaose N.V. dan het door de inspecteur geaccepteerde bedrag. Enkele feit dat volgens de overeenkomst 4% rente verschuldigd was, is onvoldoende voor aftrek (als eigenwoningrente)
In deze Nederlandse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende, inwoner van Nederland, was in de onderhavige jaren (2016, 2018 en 2020) eigenaar en bewoner van een woning en heeft in zijn aangiften IB/PVV, naast het huurwaardeforfait en inkomsten uit eigen woning, ook aftrekbare rente aangegeven. De rentebedragen die belanghebbende in de aangiften heeft vermeld, heeft hij betaald op een drietal leningen bij banken (een ‘Flexibel Krediet’ en een ...
Hoge Raad: De opvatting dat de vestigingsplaatsfictie in artikel 7.5 lid 6 Wet IB 2001 (tekst van vóór 2016) niet is bedoeld om een aanmerkelijkbelangclaim te vestigen op waardeaangroei ontstaan na verplaatsing van de werkelijke leiding van de vennootschap uit Nederland, kan uit de tekst noch de totstandkomingsgeschiedenis van die bepaling worden afgeleid. Betreft in dit geval een verplaatsing naar Curaçao en een latere terugverplaatsing naar Nederland in combinatie met een emigratie en latere remigratie van de aanmerkelijkbelanghouder
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is sinds 22 maart 1995 houder van alle aandelen in een naar Nederlands recht opgerichte besloten vennootschap (hierna: de BV). De verkrijgingsprijs van de aandelen bedraagt € 18.151. In 2001 is belanghebbende geëmigreerd naar het Verenigd Koninkrijk. In verband hiermee is hem voor dat jaar op grond van artikel 4.16, lid 1, aanhef en letter h, Wet ...
Hof Den Bosch oordeelt dat de Curaçaose SPF voor de heffing van de Nederlandse Vpb niet kan worden aangemerkt als transparant, niet vergelijkbaar is met een naar Nederlands recht opgerichte stichting of met een ‘STAK’, en wél Nederlands inkomen genoot: SPF buitenlands belastingplichtige voor de Vpb
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak met is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een in oktober 2011 door de naamloze vennootschap ‘NV1’ opgerichte Stichting Particulier Fonds (SPF) met rechtspersoonlijkheid naar Curaçaos recht. Op 2 december 2011 heeft NV1 de heer ‘A’ benoemd als haar ‘opvolger’. Bij vergelijkbare overeenkomst van 10 december 2011 heeft A zijn zonen ‘B’ en ‘C’ als opvolgers benoemd. Laatstgenoemden zijn tevens de houders van ...
Rechtbank ZWB oordeelt dat de Inspecteur de door de inwoner van Curaçao verschuldigde inkomstenbelasting juist heeft berekend: hij heeft terecht de pensioenuitkering in aanmerking genomen voor de toepassing van het progressieve tabeltarief en heeft in overeenstemming met artikel 17 lid 3 Belastingregeling Nederland Curaçao de belastingheffing over de pensioenuitkering beperkt tot 15 percent van het brutobedrag
Samenvatting zaak In deze (Europees) Nederlandse zaak is het volgende aan de orde. Erflater woonde tot 1 mei 2018 in Nederland. Vanaf 1 mei 2018 tot zijn overlijden in 2022 woonde erflater op Curaçao. Het inkomen van erflater bestond in 2018 uit een AOW-uitkering, een ‘particuliere’ pensioenuitkering van ‘X’ [niet zijnde een pensioen uit een ‘overheidsfunctie’; red CFN], een AOV-uitkering, en (negatieve) inkomsten uit eigen woning. In 2019 bestond het ...
Rechtbank oordeelt dat de onderhavige Stichting Particulier Fonds buitenlands belastingplichtige is voor de (Nederlandse) vennootschapsbelasting
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak met raakvlakken met de Caribische praktijk is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een Stichting Particulier Fonds (hierna: “de SPF”), gevestigd in [land]. In 2011 heeft de SPF 34 onroerende zaken in een nieuwbouwproject te Drimmelen (Nederland) gekocht. Belanghebbende was van plan deze onroerende zaken te verhuren, maar heeft daarvan afgezien na invoering van de verhuurdersheffing. In 2012, 2013, 2014 en 2015 zijn ...
Rechtbank oordeelt dat in Nederland woonachtige persoon feitelijk het bestuur binnen de onderhavige Stichting Particulier Fonds (SPF) heeft gevoerd en vrijelijk kon beschikken over de in de SPF aanwezige inkomens- en vermogensbestanddelen als ware het zijn eigen vermogen: schenkingen uit het vermogen van de SPF aangemerkt als schenkingen van de inwoner waarover (Nederlands) schenkingsrecht verschuldigd is
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak met raakvlakken met de Caribische praktijk is het volgende aan de orde. Belanghebbende is de zoon en tevens enig kind van de vader. In 2011 heeft vader zich met zijn echtgenote uitgeschreven in Nederland en ingeschreven op een adres op “[land 1]”. Op of omstreeks 17 december 2001 heeft vader aan “NV A”, gevestigd in “[land 4]”, opdracht gegeven tot oprichting van een Stichting ...
Nederlandse inspecteur mag bij de berekening van de afbouw van het inkomstenbelastingdeel van de algemene heffingskorting rekening houden met de inkomsten van belanghebbende die voor de heffing van inkomstenbelasting toegewezen zijn aan Aruba. Uit de bewoordingen van artikel 15 BRK volgt niet dat dit artikel meebrengt dat deze vorm van indirecte heffing achterwege moet blijven in die zin dat het loon buiten beschouwing moet blijven bij de berekening van de afbouw van de algemene heffingskorting
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak met raakvlakken met de Caribische praktijk is het volgende aan de orde. In 2017 is belanghebbende door het Ministerie van Justitie en Veiligheid uitgezonden naar Aruba. Hij was aldaar werkzaam voor het Ministerie van Justitie. Voor Nederlandse inkomstenbelastingdoeleinden wordt belanghebbende gedurende zijn uitzending aangemerkt als binnenlandse belastingplichtige op grond van de zogenoemde woonplaatsfictie als omschreven in artikel 2.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting ...
Belanghebbende (inwoner van Nederland) hoeft vragen van Nederlandse inspecteur over Antilliaanse rechtspersoon niet te beantwoorden. De enkele mededeling van gemachtigde dat belanghebbende gerechtigd is geweest tot een (in 2000 geliquideerde) Antilliaanse rechtspersoon, is onvoldoende om hieromtrent een informatiebeschikking te geven. Inspecteur heeft niet gemotiveerd dat en in hoeverre deze informatie van belang kan zijn voor de belastingheffing
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaken met raakvlakken met de Caribische belastingpraktijk is het volgende aan de orde. Het betreft hier een tweetal vergelijkbare zaken (ECLI:NL:RBNHO:2021:5126 en ECLI:NL:RBNHO:2021:5127) . Hieronder nemen wij alleen een samenvatting op van zaak met nummer ECLI:NL:RBNHO:2021:5126. Belanghebbende (eiser in deze zaak) is binnenlands belastingplichtige. In zijn aangiften Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) 2004 en verder heeft belanghebbende geen melding gemaakt van een Liechtensteinse AG, noch inkomsten ...
