Inwoner van Aruba is belastingplichtig over zijn wereldinkomen, inclusief de WAO-uitkering uit Nederland. De uitkering behoort tevens tot het premie-inkomen voor AOV/AWW en AZV. Beroep op het vertrouwensbeginsel faalt
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:229) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, inwoner van Aruba, heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2015 een bedrag aan periodieke uitkeringen (WAO-uitkering van het UWV in Nederland) aangegeven. De Inspecteur heeft de aanslagen overeenkomstig de aangifte opgelegd. In geschil is of de aanslagen IB en premies AOV/AWW en AZV terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd. Belanghebbende stelt ...
Gerecht oordeelt dat de naheffingsaanslagen loonbelasting en premies ter zake van betalingen aan losse krachten, kilometervergoedingen en privégebruik auto terecht en correct zijn opgelegd. Gezien de omstandigheden acht het Gerecht het uitgesloten dat de nageheven belasting ter zake van de correctie privégebruik auto alsnog op de (voormalig?) werknemer verhaald zal (kunnen) worden, mede gezien de lange tijd nadat het belastbaar feit zich heeft voorgedaan: brutering heeft terecht plaatsgevonden. Beroep op het vertrouwensbeginsel faalt ook
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende exploiteert een restaurant/pizzeria. Bij belanghebbende heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden om de juistheid en de aanvaardbaarheid van de aangiften loonbelasting, premies AOV/AWW en AVBZ en BBO over de jaren 2012 tot en met 2016 vast te stellen. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat belanghebbende betalingen heeft gedaan aan onbekende personen die werkzaamheden hebben verricht voor belanghebbende, maar ...
Gerecht oordeelt dat geen sprake is van een eigen woning die belanghebbende ter beschikking staat, reeds daarom renteaftrek terecht geweigerd door Inspecteur. Beroep op vertrouwensbeginsel faalt ook
Samenvatting zaak In deze Curaçaose inkomstenbelastingzaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende woont in een woning waarvan haar moeder de grond in erfpacht heeft. Belanghebbende heeft in september 2013 een leningsovereenkomst gesloten met een bank. Ten behoeve van de bank is op de woning een recht van hypotheek gevestigd tot zekerheid van nakoming door belanghebbende van haar verplichtingen uit de leningsovereenkomst. Belanghebbende heeft voor het jaar 2015 aangifte gedaan ...
