Gerecht oordeelt dat de Ontvanger bevoegd was om over te gaan tot dwanginvordering, omdat ten tijde van het uitvaardigen van het dwangschrift geen betaling was gedaan en geen regeling was getroffen. De bevoegdheid tot dwanginvordering is volgens het Gerecht niet teniet gegaan door het tussen het uitvaardigen van het dwangschrift en het doen betekenen daarvan alsnog verzocht hebben tot het treffen van een (nieuwe) betalingsregeling
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:118) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn definitieve aanslagen premie AOV, AVBZ en BVZ opgelegd. In september 2024 heeft belanghebbende met de Ontvanger een betalingsregeling getroffen met betrekking tot de aanslagen premie AOV en BVZ over het jaar 2022, maar belanghebbende heeft in dit verband geen betalingen gedaan. Op 20 februari 2025 heeft de Ontvanger deze betalingsregeling ingetrokken. In april 2025 ...
