Tussenuitspraak over ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ in de verwijzingszaak waarin het Hof opnieuw moet beoordelen of belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen
Samenvatting zaak In de zaak waarin het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden – na verwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:241) – opnieuw moet beoordelen of belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen, heeft het Hof in een tussenuitspraak met betrekking tot bepaalde ‘nieuwe stukken’ geoordeeld dat het verzoek om beperkte kennisneming gerechtvaardigd is ter zake van enkele passages en alinea’s (ECLI:NL:GHARL:2025:7348). De Inspecteur wordt in de ...
Verzoek om teruggaaf van griffierecht door het Gerecht niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende niet tegelijk met de intrekking van het beroep, maar pas een dag later en nadat de intrekking aan haar is bevestigd, heeft verzocht om vergoeding van het griffierecht
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:247) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is een verzuimboete opgelegd vanwege het niet (tijdig) indienen van de aangifte winstbelasting. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en ook ambtshalve geen aanleiding gezien aan belanghebbende tegemoet te komen. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Inspecteur en daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald ...
Hoge Raad: De enkele omstandigheid dat een belanghebbende bij het indienen van zijn digitale bezwaarschrift zijn e-mailadres in het verplichte veld van het online contactformulier heeft vermeld, betekent niet dat hij kenbaar heeft gemaakt langs die elektronische weg voldoende bereikbaar te zijn voor correspondentie in de bezwaarprocedure. Als de uitspraak op bezwaar daadwerkelijk naar dit e-mailadres is verzonden, is die uitspraak dus niet op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. De Rechtbank moet alsnog een oordeel geven over de dag waarop de beroepstermijn is aangevangen, zijnde de dag waarop belanghebbende een afschrift van de uitspraak onder ogen heeft gekregen
Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 21 november 2025, heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een zaak waarin het ‘kenbaarmakingsvereiste’ aan de orde komt. Meer in het bijzonder gaat het in deze zaak over de vraag of belanghebbende langs elektronische weg kenbaar heeft gemaakt bereikbaar te zijn door op een verplicht invulveld zijn e-mailadres in te vullen in een onlineformulier waarmee bezwaar is gemaakt (ECLI:NL:HR:2025:1728). Zie hierover ook dit nieuwsbericht op de ...
Arrest Hoge Raad over de vraag of een vergrijpboete ook mogelijk is als de belanghebbende niet correct is uitgenodigd tot het doen van aangifte en of bovendien een aanmaning vereist is
Samenvatting zaak Op 10 oktober 2025 heeft de Hoge Raad in een Nederlandse zaak (ECLI:NL:HR:2025:1500) arrest gewezen op het ingediende beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:2592) op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland. Het ging in die zaak om een aan belanghebbende over het jaar 2017 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de voor ...
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag en een verzuimboete opgelegd wegens niet tijdige betaling van de op de aangifte verschuldigde omzetbelasting, maar belanghebbende had op dat moment de verschuldigde belasting inmiddels al betaald waardoor de naheffingsaanslag wordt vernietigd. Nu het bedrag van de naheffingsaanslag na vernietiging nihil is en gelet op de duidelijke tekst van art. 4.6 lid 1 aanhef en letter a van de MR formeel belastingrecht, is het Gerecht van oordeel dat de verzuimboete dient te worden verminderd naar het minimum van NAf 50. Een burger moet erop kunnen vertrouwen dat de boete beperkt blijft tot 5% van de naheffingsaanslag (of het genoemde minimumbedrag). Het Gerecht volstaat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden, nu de boete minder bedraagt dan NAf 1.000 en de overschrijding slechts 8 dagen langer dan één jaar is
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:228) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft (tijdig) aangifte omzetbelasting (OB) over het tijdvak juli 2022 gedaan naar een bedrag aan verschuldigde OB van NAf 2.850, maar heeft het voornoemde bedrag op 14 oktober 2022 betaald. Op 20 oktober 2022 heeft de Inspecteur een naheffingsaanslag en een verzuimboete opgelegd vanwege het niet (tijdig) betalen van de op aangifte aangegeven verschuldigde belasting. Bij ...
Naheffingsaanslag winstbelasting en vergrijpboete door de Inspecteur tijdig op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. Naar het oordeel van het Gerecht kan de Inspecteur in casu ingevolge artikel 27 lid 3 ALL een verzuimboete in de plaats stellen van een vergrijpboete voor hetzelfde feit
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:226) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft aangifte winstbelasting (WB) voor het jaar 2018 gedaan en de daarbij horende jaarcijfers verstrekt. Naar aanleiding van een stoelcontrole is van de aangifte afgeweken, omdat belanghebbende van de belastbare winst ten onrechte een bedrag aan verschuldigde winstbelasting heeft afgetrokken. De Inspecteur heeft op 28 december 2023 een naheffingsaanslag WB over het jaar 2018 opgelegd. Gelijktijdig ...
Aan belanghebbende is een taxatieve naheffingsaanslag winstbelasting opgelegd omdat zij geen aangifte heeft ingediend: omkering en verzwaring van de bewijslast. Belanghebbende heeft met de enkele stelling dat zij met de activiteiten in het onderhavige jaar enkel uitgaven heeft gehad, niet op overtuigende wijze de onjuistheid van de schatting van de Inspecteur aangetoond. Verzuimboete van NAf 1.000 blijft in stand en wordt door het Gerecht passend en geboden geacht
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:227) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft geen aangifte winstbelasting (WB) over het jaar 2022 gedaan. Vanwege het niet doen van de aangifte is aan belanghebbende een (taxatieve) naheffingsaanslag. Gelijktijdig met de naheffingsaanslag is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000 wegens het niet indienen van aangifte. De verzuimboete WB 2022 is opgelegd uitgaande van een derde verzuim. Geschil In geschil is of ...
Gerecht oordeelt dat de stichting particulier fonds de verplichting had om jaarlijks tijdig aangifte winstbelasting te doen, ook zonder winst: verzuimboetes wegens niet tijdig indienen van de aangifte terecht opgelegd. Uit de toelichting van de wetgever leidt het Gerecht af dat de wetgever nadrukkelijk beoogd heeft de stichting particulier fonds aan te merken als subjectief belastingplichtige, onder andere om zodoende een aangiftetoets te kunnen doen plaatsvinden. Ook het beroep op de Nederlandse situatie wordt afgewezen, omdat Curaçao een eigen autonome wet- en regelgeving kent, onafhankelijk van wat in Nederland te gelden heeft
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:225) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een stichting particulier fonds (SPF) opgericht met als doel het doen van uitkeringen uit haar vermogen aan zodanige instellingen en personen als het bestuur zal bepalen en het verschaffen van financiële bijstand aan die instellingen en personen door middel van leningen, het stellen van zekerheid, lijfrenteovereenkomsten en daarmee vergelijkbare regelingen. Aan belanghebbende zijn in juni ...
Hoge Raad doet cassatieberoepen af met toepassing van artikel 81 RO in Nederlandse zaken waarin het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de aanslagen schenkbelasting terecht zijn opgelegd, omdat de vader van belanghebbenden kon blijven beschikken over het vermogen van de Curaçaose SPF als ware het zijn eigen vermogen en de aan belanghebbenden gedane schenkingen daarom aan vader moeten worden toegerekend
Samenvatting zaak Op vrijdag 14 november 2025 heeft de Hoge Raad de door belanghebbenden ingestelde beroepen in cassatie tegen uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 maart 2025 betreffende de aan belanghebbenden opgelegde aanslagen schenkbelasting, afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie (ECLI:NL:HR:2025:1690, ECLI:NL:HR:2025:1691, ECLI:NL:HR:2025:1692 en ECLI:NL:HR:2025:1693). Kort samengevat en enigszins geparafraseerd, werd in deze zaken door het Gerechtshof onder meer geoordeeld ...
Hoge Raad actualiseert de richtlijnen voor de behandeling van een beroep op betalingsonmacht ter zake van het griffierecht. In casu wordt het beroep op betalingsonmacht niet gehonoreerd, omdat de Hoge Raad het niet aannemelijk acht dat het maandelijkse netto-inkomen van belanghebbende in de relevante periode minder bedraagt dan 95% van de voor een alleenstaande geldende (maximale) bijstandsnorm
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:HR:2025:1651) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in 2024 tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beroep in cassatie ingesteld en heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan met betrekking tot het voor de cassatieprocedure verschuldigde griffierecht. De griffier van de Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien van heffing van griffierecht af te zien. Vervolgens heeft de gemachtigde van belanghebbende het griffierecht onder ...
Naar het oordeel van het Gerecht heeft belanghebbende bewust de aanmerkelijke kans aanvaard op het niet volledig betalen van de verschuldigde winstbelasting: voorwaardelijk opzet, vergrijpboete van 50%. Gerecht ziet geen reden om de 25%-boetes ter zake van overige correcties te verminderen o.g.v. art. 4.8 lid 5 Ministeriële regeling formeel belastingrecht (samenhangend complex van feiten). Wel matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:164) is het volgende aan de orde. Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld voor onder andere het belastingmiddel winstbelasting. In het door de controlerend ambtenaar opgestelde controlerapport wordt een aantal correcties voorgesteld. De controlerend ambtenaar stelt daarbij dat, kort samengevat, belastingplichtige willens en wetens onjuiste aangifte heeft gedaan door niet het totaal gefactureerde bedrag voor de verrichte diensten aan het advieskantoor als omzet te ...
USZV heeft gebruik mogen maken van zijn bevoegdheid de bezwaarschriften van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen ZV/OV niet-ontvankelijk te verklaren. Ook het Hof is van oordeel dat er bij belanghebbende, die de gehele procedure is bijgestaan door personen die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, geen misverstand kan hebben bestaan dat het niet voldoen aan de verlengde termijn voor het indienen van de bezwaargronden kon leiden tot niet-ontvankelijkverklaring. Versoepeling in recente bestuursrechtspraak op het punt van de verschoonbaarheid van termijnoverschrijdingen is eerst en vooral bedoeld voor burgers, die incidenteel met bezwaar- en beroepsprocedures te maken hebben. In casu is belanghebbende evenwel een instelling/onderneming en geen burger
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:254) is het volgende aan de orde. Bij beschikking van 24 november 2023 heeft het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekeringen (hierna: het SZV) aan belanghebbende een naheffingsaanslag ZV/OV-premie (ziekteverzekering/ongevallenverzekering) opgelegd over het jaar 2018. Belanghebbende heeft bij brief van 11 december 2023 bezwaar gemaakt tegen deze beschikking. Bij brieven van 20 februari 2024 heeft belanghebbende ook bezwaar gemaakt tegen beschikkingen van 19 januari ...
De aan de eenmanszaak zonder werknemers opgelegde boetes wegens het niet tijdig doen van aangiften LB en sociale premies, zijn naar het oordeel van het Gerecht uit het oogpunt van normhandhaving passend en geboden. Geen afwezigheid van alle schuld (avas), omdat belanghebbende moet hebben geweten dat ook nihil-aangiften dienen te worden ingediend. Ook geen matiging, omdat de mate van verwijtbaarheid bij verzuimboetes geen rol speelt. Tegen de weigering van de inspecteur om ambtshalve te verminderen staat geen rechtsmiddel open, zodat daartegen geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld. Beroepschrift was overigens tijdig ingediend, na verlenging van de beroepstermijn o.g.v. de Algemene termijnenverordening
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:305) is het volgende aan de orde. Belanghebbende drijft een onderneming in de vorm van een eenmanszaak. Hij heeft geen werknemers in dienst. Toch zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen loonbelasting (LB) en premies AOV/AWW en AZV opgelegd. Tevens zijn verzuimboetes voor het niet tijdig doen van aangifte en voor het niet (tijdig) betalen van de verschuldigde bedragen opgelegd. Geschil Niet in geschil is dat de ...
Gerecht acht de verzuimboete wegens het niet tijdig doen van aangifte winstbelasting passend en geboden, geen sprake van afwezigheid van alle schuld (avas). De gemachtigde heeft niet tijdig bij de Inspectie gereclameerd over de systeemtechnische problemen bij het doen van de aangifte in het online portaal. De boete is wel met 5% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Overigens werd het verzoek om uitstel van de zitting door het Gerecht afgewezen omdat de gemachtigde ruimschoots de tijd heeft gehad om de zitting voor te bereiden
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:212) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is gevestigd te Curaçao en aangifteplichtig voor de winstbelasting. De aangifte winstbelasting voor het jaar 2021 had uiterlijk op 30 juni 2022 moeten worden gedaan. De gemachtigde heeft op 21 maart 2022 een aanvraag tot machtiging ingediend om namens belanghebbende online aangifte te doen. Deze aanvraag is op 21 maart 2022 goedgekeurd waarna de machtiging eveneens ...
De Inspecteur heeft nog immer geen beslissing op de bezwaren tegen de aanslagen IB en AVBZ genomen: beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard. Omdat overeenstemming is bereikt over de afwikkeling in de IB, ziet het Gerecht ervan af om de Inspecteur op te dragen alsnog een beslissing te nemen op de bezwaren tegen de aanslagen IB. Wel wordt de Inspecteur opgedragen alsnog uitspraak te doen op de bezwaren tegen de aanslagen AVBZ, waarbij het Gerecht bepaalt dat hoofdstuk VI ALL (verplichtingen ten dienste van de belastingheffing) in casu van toepassing is tot 1 december 2025
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:210) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premie AVBZ voor de jaren 2019 en 2020 opgelegd. De aanslagen IB zijn opgelegd naar een penshonado-tarief van 10% (artikel 23b, lid 1 Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943) en zonder toepassing van aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Belanghebbende heeft op 6 juni 2023 (2019) en 6 december 2023 (2020) ...
Geen schriftelijke machtiging overgelegd: beroep niet-ontvankelijk. Ten overvloede informeert het Gerecht partijen nog over de regels omtrent een bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:211) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag winstbelasting opgelegd. Bij gelijktijdige beschikking is aan belanghebbende een verzuimboete opgelegd. Vervolgens is tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en ook ambtshalve geen aanleiding gezien om de naheffingsaanslag en verzuimboete te verminderen. Daarna is beroep ingesteld tegen de uitspraak van de ...
Gerecht van oordeel dat belanghebbende met haar beroepschrift en het bijgevoegde bezwaarschrift aan de motiveringseis heeft voldaan: verzet gegrond verklaard
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:296) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aan haar opgelegde naheffingsaanslag winstbelasting. De Inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan, waarna belanghebbende pro forma beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van de Inspecteur. De griffier van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld uiterlijk 5 augustus 2024 het beroep te ...
Het Gerecht handhaaft de naheffingsaanslagen BBO met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast. Belanghebbende (een handelaar) wordt ook voor de BBO geacht inwoner van Sint Maarten te zijn en maakt niet aannemelijk dat de goederen niet door hem maar door een vennootschap in de VS worden geleverd. Ook geen sprake van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. Vergrijpboetes zijn door het Gerecht wel verminderd omdat de Inspecteur niet overtuigend heeft aangetoond dat sprake is van opzet (wel van grove schuld) en omdat omkering van de bewijslast is toegepast, alsook vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Overigens stelde het Gerecht in deze zaak voorop dat de e-mail van belanghebbende aan de controlerend ambtenaar was op te vatten als bezwaarschrift: de controlerend ambtenaar had het bezwaar moeten doorsturen naar het orgaan dat bevoegd was op het bezwaar te beslissen en de Inspecteur had belanghebbende de gelegenheid tot herstel moeten bieden
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2025:101) is het volgende aan de orde. Belanghebbende houdt zich bezig met de handel in onder meer sieraden. Hij levert goederen aan winkeliers in Sint Maarten. Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld met als doel om te bepalen of hij aan belasting op bedrijfsomzetten (BBO) onderworpen is in Sint Maarten. Naar aanleiding van het boekenonderzoek zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen BBO over de jaren ...
Gerecht oordeelt dat de stichting particulier fonds de verplichting had om jaarlijks tijdig aangifte winstbelasting te doen, ook zonder winst: verzuimboetes wegens niet tijdig indienen van de aangifte terecht opgelegd. Uit de toelichting van de wetgever leidt het Gerecht af dat de wetgever nadrukkelijk beoogd heeft de stichting particulier fonds aan te merken als subjectief belastingplichtige, onder andere om zodoende een aangiftetoets te kunnen doen plaatsvinden
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:218) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een stichting particulier fonds (SPF) opgericht met als doel het doen van uitkeringen uit haar vermogen aan zodanige instellingen en personen als het bestuur zal bepalen en het verschaffen van financiële bijstand aan die instellingen en personen door middel van leningen, het stellen van zekerheid, lijfrenteovereenkomsten en daarmee vergelijkbare regelingen. Aan belanghebbende zijn in juni ...
Belanghebbende is uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen via de verkorte versie van het aangiftebiljet. Zij heeft deze versie ingediend met het verzoek om de uitgebreide versie, maar ontving door fouten bij de Inspecteur een nihil-aanslag en niet het uitgebreide biljet. Gerecht oordeelt dat de daarna opgelegde navorderingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat het hier een samenloop van fouten betreft die evident voortvloeien uit de door de Inspecteur gekozen werkwijze, hetgeen de mogelijkheid tot navordering verhindert. Ook is geen sprake van het niet-doen van de vereiste aangifte, belanghebbende heeft gedaan wat van haar verwacht had mogen worden. En aan toepassing van het bepaalde in artikel 7 lid 4 ALB (verplichting om te verzoeken om een aangifte uit te reiken) wordt in het geheel niet toegekomen omdat die bepaling ziet op het geval waarin niet binnen zes maanden na het ontstaan van de belastingschuld een aangiftebiljet is uitgereikt
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:306) is het volgende aan de orde. In het systeem van de Belastingdienst stond belanghebbende voor de jaren vóór 2017 geregistreerd als een persoon aan wie de uitgebreide versie van het aangiftebiljet diende te worden toegezonden. Maar voor het belastingjaar 2017 is belanghebbende uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen via de verkorte versie van het aangiftebiljet. Daarop heeft belanghebbende een definitieve aangifte inkomstenbelasting 2017 ...
Gerecht overweegt over ontvankelijkheid van diverse bezwaren en beroepen inzake naheffingsaanslagen winstbelasting en verzuimboetes. Tegen een aanslag moet eerst bezwaar worden aangetekend voordat beroep kan worden ingesteld, maar het Gerecht ziet om proceseconomische redenen af van het doorzenden van het beroepschrift naar de Inspecteur. Inzake de boetes wordt ambtshalve beoordeeld of inbreuk is gemaakt op het recht van belanghebbende op behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn. In één geval is sprake van een bijzondere omstandigheid die aanleiding vormt voor een verlenging van de redelijke termijn. Dat belanghebbende geen activiteiten verricht, geen bedrijfsvoering voert, geen omzet maakt en geen inkomsten heeft, maakt niet dat zij geen aangifte hoeft te doen. Ook geen sprake van afwezigheid van alle schuld (AVAS)
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:209) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen en/of verzuimboetes winstbelasting (WB) over de jaren 2018 tot en met 2022 alsmede naheffingsaanslagen en/of verzuimboetes omzetbelasting (OB) over de jaren 2022 en 2023 opgelegd. Op 28 oktober 2022 heeft belanghebbende tegen (een aantal van) de naheffingsaanslagen en/of verzuimboetes bezwaar gemaakt en zo ook op 8 oktober 2023 tegen de naheffingsaanslag en/of verzuimboete ...
Het pas ná het eerste jaar in het vijfjarig tijdvak eigenaar worden van de onroerende zaak behoort niet tot de limitatief opgesomde gevallen waarin in de loop van het vijfjarige tijdvak (ná het eerste jaar) bezwaar kan worden gemaakt tegen de waarde, ook niet als de waarde dan inmiddels is gedaald
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:208) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in 2020 een onroerende zaak (een appartementsrecht) aangekocht voor een bedrag van NAf 390.000. Aan belanghebbende zijn ter zake van de onroerende zaak aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) voor de jaren 2021 tot en met 2023 opgelegd naar een belastbare waarde van NAf 475.000. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft het bezwaar tegen de ...
Hoge Raad: Hof heeft juist geoordeeld dat de voorlopige aanslag na de vernietiging van de definitieve aanslag blijft gehandhaafd indien en voor zover deze niet hoger is dan de materiële belastingschuld
Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 17 oktober 2025, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2025:1571) op het tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 3 juni 2022 (ECLI:NL:OGHACMB:2022:57) ingestelde beroep in cassatie betreffende aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting voor het jaar 2010. Kort samengevat en enigszins geparafraseerd, oordeelt de Hoge Raad in het door belanghebbende ingestelde (principale) beroep, dat het oordeel van het Hof juist is ...
AG concludeert weliswaar ook, zij het op andere gronden dan het Hof, dat het bewijs onrechtmatig is verkregen, maar volgens de AG heeft het Hof het bewijs ten onrechte uitgesloten voor de belastingheffing
Op 22 augustus 2025 heeft Advocaat-Generaal (AG) R.J. Koopman conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2025:782) in een Nederlandse belastingzaak waarin de rechtsvragen aan de orde komen (1) of de bewijsmiddelen onrechtmatig zijn verkregen en, zo ja, (2) of die bewijsmiddelen gebruikt mogen worden voor de belastingheffing. Weliswaar komt AG, net als het Hof in ECLI:NL:GHSHE:2024:3846, tot de slotsom dat het bewijs onrechtmatig is verkregen, maar wel op andere gronden dan het Hof. Verder ...
Procesregeling belastingrecht Gerechten in eerste aanleg 2025 (Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Caribisch Nederland)
Onlangs is op de website van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie de Procesregeling belastingrecht Gerechten in eerste aanleg 2025 gepubliceerd. Deze regeling is op 3 juli 2025 vastgesteld door de Hofvergadering van het Gemeenschappelijk Hof en is met ingang van 3 juli 2025 in werking getreden. Hierbij attenderen wij u op deze door de Hofvergadering vastgestelde procesregeling. Met deze procesregeling wordt beoogd partijen in een geding, waarin de belastingrechter van ...
Berichtgeving in werkgeversportaal over stopzetting van behandeling van bezwaren kan niet als een beschikking op bezwaar worden aangemerkt. Belanghebbende heeft de berichtgeving mogen opvatten als een weigering om een beschikking op de bezwaren te geven. Gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 2 Lar wordt deze weigering met een beschikking gelijkgesteld, waartegen belanghebbende tijdig beroep heeft ingesteld
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense bestuursrechtelijke (Lar-)zaak (ECLI:NL:OGEAM:2025:91) is het volgende aan de orde. Het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekeringen (USZV) heeft bij afzonderlijke beschikkingen (hierna: de primaire beschikkingen) naheffingsaanslagen ziekteverzekering en ongevallenverzekering (ZV/OV) opgelegd aan belanghebbende. Belanghebbende heeft bezwaren ingediend tegen de primaire beschikkingen. USZV heeft belanghebbende via het werkgeversportaal bericht dat de behandeling van de hiervoor vermelde bezwaren is stopgezet (discontinued). USZV heeft belanghebbende namelijk, in reactie ...
Conclusie AG over de onderzoeks- en verantwoordingsplicht van de bestuursrechter ten aanzien van de beoordeling of bij digitaal procederen de uitnodiging voor de zitting tijdig en op regelmatige wijze digitaal is aangeboden
Samenvatting zaak Op 22 augustus 2025 heeft Advocaat-Generaal (AG) R.J. Koopman conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2025:858) in een Nederlandse belastingzaak waarin de vraag aan de orde komt welke feiten in de rechterlijke uitspraak dienen te worden opgenomen zodat daaruit blijkt dat bij digitaal procederen de uitnodiging voor zitting tijdig en op regelmatige wijze digitaal is aangeboden. AG Koopman komt tot de slotsom dat wanneer een digitaal procederende partij zonder afmelding niet op ...
Conclusie AG inzake het cassatieberoep tegen de uitspraak van het Hof dat belanghebbende de verschuldigde belastingen niet mocht verrekenen met van het Land te vorderen bedragen. De AG meent dat het cassatieberoep moet worden verworpen en dat ‘poko poko’ dit niet anders maakt. Wel aan te bevelen dat het land Aruba zich zal inzetten voor een soepele toepassing van het nuttige en praktische beleidsmatige verrekeningsbeleid
Op 15 augustus 2025 heeft Advocaat-Generaal (AG) R.J. Koopman conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2025:850) in een Arubaanse zaak waarin het Gerecht en het Hof oordeelden dat belanghebbende de verschuldigde belastingen (loonbelasting en BBO/BAZV) niet mocht verrekenen met door haar van het Land te vorderen bedragen; de verschuldigde belasting was derhalve niet tijdig betaald en de onderhavige naheffingsaanslagen en verzuimboeten werden door het Gerecht en het Hof in stand gelaten (ECLI:NL:OGHACMB:2024:248). De AG ...
Actualiteiten Caribisch formeel belastingrecht 2024-2025 – Prof. dr. A.J.H. van Suilen
In deze bijdrage van Prof. dr. A.J.H. (Arno) van Suilen worden ontwikkelingen en bijzonderheden besproken op het terrein van het Caribisch formeel belastingrecht in de periode van oktober 2024 tot en met september 2025. Onderwerpen die in deze bijdrage aan de orde komen zijn: de ontwerplandsverordening Belastingherziening 2025 in Curaçao; de vordering tot cassatie in het belang der wet inzake de buiten invorderingstelling van oudere Curaçaose belastingaanslagen; de rol van ...
Verzuimboete wegens niet tijdig betalen winstbelasting is overeenkomstig wet- en regelgeving uitgaande van een derde of volgend verzuim opgelegd. Geen sprake van AVAS en ook geen aanleiding om de boete te matigen (anders dan wegens overschrijding redelijke termijn). Niet van belang dat de eerdere verzuimen hebben plaatsgevonden tijdens het bestuur van de vorige aandeelhouder. En nu het een verzuimboete betreft speelt ook de mate van verwijtbaarheid geen rol
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:168) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 11 augustus 2022 de definitieve aangifte winstbelasting 2021 gedaan en heeft de volgens de definitieve aangifte verschuldigde belasting ad NAf 309.588 op 16 augustus 2022 betaald. Door de Inspecteur is een verzuimboete van NAf 10.000 opgelegd vanwege het niet tijdig betalen van de op aangifte verschuldigde winstbelasting. Bij de hoogte van de boete is de ...
