Wél recht op aftrek als buitengewone lasten van kinderalimentatie voor uitwonende wettige dochter, niet ‘slechts’ kinderaftrek. Naar het oordeel van het Gerecht bestaat voor het onderscheid in behandeling tussen wettige kinderen en natuurlijke kinderen geen redelijke en objectieve rechtvaardiging: dit onderscheid is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod in de Staatsregeling. Gerecht biedt rechtsbescherming door het discriminerend element buiten toepassing te laten
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft onder andere een minderjarige dochter woonachtig in Nederland. In zijn aangifte inkomstenbelasting 2017 heeft hij een bedrag aan betaalde kinderalimentatie ten behoeve van de dochter aangegeven als buitengewone lasten als bedoeld in artikel 16a van de Landsverordening inkomstenbelasting (hierna: de LIB). Het aftrekbaar bedrag aan buitengewone lasten is daarin – na toepassing van de drempel van ...
