Gerecht van oordeel dat de in Nederland wonende belanghebbende ten aanzien van de verhuur van de villa’s in Curaçao als belastingplichtige voor de omzetbelasting dient te worden aangemerkt. Geen concrete controleerbare gegevens overgelegd waarmee overtuigend wordt aangetoond dat de Inspecteur is uitgegaan van een onjuiste berekening van de verschuldigde omzetbelasting: naheffingsaanslagen blijven in stand. Wel matiging van de vergrijpboeten met 5%, nu de naheffingsaanslagen op basis van schatting en met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast zijn vastgesteld. Naar het oordeel van het Gerecht is ook geen sprake van een ongerechtvaardigde inbreuk op artikel 8 EVRM: de middels een derden-onderzoek bij Aqualectra verkregen informatie wordt niet buiten beschouwing gelaten. En het Gerecht ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de tijdige mandaatverlening aan de SBAB-medewerker. Dat geen schriftelijk mandaat aanwezig was, vormt een gebrek. Maar gesteld noch gebleken dat belanghebbende hierdoor is benadeeld
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:170) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, woonachtig in Nederland, is eigenaar van onroerende zaken (villa’s), gelegen te Curaçao. In opdracht van de Inspecteur heeft de Stichting Belasting Accountants Bureau (SBAB) een boekenonderzoek ingesteld om te bepalen of en zo ja in hoeverre belanghebbende belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting en/of de omzetbelasting (OB). Aanleiding voor het onderzoek was het bezit van de villa’s ...
Hof oordeelt dat aannemelijk was dat er een concreet heffingsbelang was voor de Nederlandse fiscus voor een verzoek om inlichtingen aan Curaçao. Aan alle voorwaarden voor inlichtingensuitwisseling voldaan, de Curaçaose Minister heeft niet onrechtmatig gehandeld. De omstandigheid dat voor offshore-vennootschappen afwijkende regelingen gelden verhindert niet dat zij ook onder de bepalingen voor inlichtingenverstrekking in het kader van internationale bijstandverlening vallen
Samenvatting zaak Namens de Staatssecretaris van Financiën van Nederland is aan het Ministerie van Financiën - Directie Fiscale Zaken van Curaçao (de Minister) een verzoek gedaan om inlichtingen, onder verwijzing naar artikel 37 van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK). Op verzoek van de Inspecteur der Belastingen, is door de Stichting Belastingaccountantsbureau (SBAB) een deelonderzoek bij belanghebbende ingesteld dat, kort samengevat, de volgende onderdelen betrof: vastleggen van de bedrijfsactiviteiten, aandeelhoudersregister, ...
