Hoge Raad: Hof heeft juist geoordeeld dat de voorlopige aanslag na de vernietiging van de definitieve aanslag blijft gehandhaafd indien en voor zover deze niet hoger is dan de materiële belastingschuld
Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 17 oktober 2025, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2025:1571) op het tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 3 juni 2022 (ECLI:NL:OGHACMB:2022:57) ingestelde beroep in cassatie betreffende aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting voor het jaar 2010. Kort samengevat en enigszins geparafraseerd, oordeelt de Hoge Raad in het door belanghebbende ingestelde (principale) beroep, dat het oordeel van het Hof juist is ...
Gerecht vernietigt aanslag grondbelasting omdat op het tijdstip waarop de aanslag is opgelegd (2018) de Grondbelastingverordening 1908 was ingetrokken zonder te voorzien in enige bepaling van overgangsrecht
Samenvatting zaak In deze Curaçaose grondbelastingzaak is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is ter zake van een onroerende zaak een aanslag grondbelasting voor het jaar 2013 met dagtekening 7 december 2018 opgelegd naar een waarde van NAf 75.000. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag. De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende betoogt dat de ...
De OZB is geen tijdvakbelasting maar een tijdstipbelasting, zodat artikel 11 ALL naar het oordeel van het Gerecht geen wettelijke grond biedt om voor de OZB een voorlopige aanslag op te leggen
Samenvatting zaak Belanghebbende heeft een perceel grond in erfpacht, met daarop gebouwd een woning (hierna: de onroerende zaak). Bij het opleggen van de voorlopige aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) 2014 en 2015, met dagtekening van respectievelijk 10 oktober 2014 en 27 mei 2015, is de belastbare waarde van de onroerende zaak vastgesteld op NAf 90.000. Belanghebbende is op 1 juni 2015 (2014) en 9 juni 2015 (2015) tegen de voorlopige aanslagen in ...
Ontvanger mag in principe belastingteruggaven aan de ex-echtgenote uit de periode ná het huwelijk verrekenen met de belastingschulden van de ex-echtgenoot uit de huwelijksperiode, maar moet de ex-echtgenote eerst in de gelegenheid stellen om de materiële belastingschuld vast te stellen aangezien het hier ambtshalve aanslagen betreft
Samenvatting zaak Naar aanleiding van een verzoek om uitbetaling van teruggaven van bedragen AVBZ 2009/2010 en IB 2010, stelt de Ontvanger van Sint Maarten dat verzoekster (eiseres in deze zaak) aansprakelijk is voor de helft van de belastingschulden van haar ex-echtgenoot uit de periode dat zij nog met haar ex-echtgenoot gehuwd was (tot augustus 2007). De Ontvanger haalt daarbij artikel 1:102 van het Burgerlijk Wetboek van Sint Maarten (hierna: BW) ...
