Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag en een verzuimboete opgelegd wegens niet tijdige betaling van de op de aangifte verschuldigde omzetbelasting, maar belanghebbende had op dat moment de verschuldigde belasting inmiddels al betaald waardoor de naheffingsaanslag wordt vernietigd. Nu het bedrag van de naheffingsaanslag na vernietiging nihil is en gelet op de duidelijke tekst van art. 4.6 lid 1 aanhef en letter a van de MR formeel belastingrecht, is het Gerecht van oordeel dat de verzuimboete dient te worden verminderd naar het minimum van NAf 50. Een burger moet erop kunnen vertrouwen dat de boete beperkt blijft tot 5% van de naheffingsaanslag (of het genoemde minimumbedrag). Het Gerecht volstaat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden, nu de boete minder bedraagt dan NAf 1.000 en de overschrijding slechts 8 dagen langer dan één jaar is
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:228) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft (tijdig) aangifte omzetbelasting (OB) over het tijdvak juli 2022 gedaan naar een bedrag aan verschuldigde OB van NAf 2.850, maar heeft het voornoemde bedrag op 14 oktober 2022 betaald. Op 20 oktober 2022 heeft de Inspecteur een naheffingsaanslag en een verzuimboete opgelegd vanwege het niet (tijdig) betalen van de op aangifte aangegeven verschuldigde belasting. Bij ...
