Gerecht overweegt over ontvankelijkheid van diverse bezwaren en beroepen inzake naheffingsaanslagen winstbelasting en verzuimboetes. Tegen een aanslag moet eerst bezwaar worden aangetekend voordat beroep kan worden ingesteld, maar het Gerecht ziet om proceseconomische redenen af van het doorzenden van het beroepschrift naar de Inspecteur. Inzake de boetes wordt ambtshalve beoordeeld of inbreuk is gemaakt op het recht van belanghebbende op behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn. In één geval is sprake van een bijzondere omstandigheid die aanleiding vormt voor een verlenging van de redelijke termijn. Dat belanghebbende geen activiteiten verricht, geen bedrijfsvoering voert, geen omzet maakt en geen inkomsten heeft, maakt niet dat zij geen aangifte hoeft te doen. Ook geen sprake van afwezigheid van alle schuld (AVAS)
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:209) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen en/of verzuimboetes winstbelasting (WB) over de jaren 2018 tot en met 2022 alsmede naheffingsaanslagen en/of verzuimboetes omzetbelasting (OB) over de jaren 2022 en 2023 opgelegd. Op 28 oktober 2022 heeft belanghebbende tegen (een aantal van) de naheffingsaanslagen en/of verzuimboetes bezwaar gemaakt en zo ook op 8 oktober 2023 tegen de naheffingsaanslag en/of verzuimboete ...
Belanghebbende is direct in beroep gekomen bij het Gerecht tegen naheffingsaanslagen OB en WB en bovendien te laat. Doorzenden van het beroepschrift naar de Inspecteur heeft in casu geen zin, omdat de bezwaren niet-ontvankelijk zouden zijn nu ‘drukte’ geen omstandigheid is die kan leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Hoewel in de ALL voor de belastingrechter geen algemene doorzendplicht vergelijkbaar met artikel 6:15 Awb is opgenomen, is het Gerecht ten aanzien van het wel tijdig ingediende bezwaarschrift van oordeel dat een doorzendplicht eveneens voor het Gerecht dient te gelden
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:17) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen omzetbelasting en winstbelasting alsook boetes opgelegd. Op één aanslag met dagtekening 21 juni 2024 na, zijn de dagtekeningen van de aanslagen gelegen in het jaar 2023 of in januari 2024. Bij e-mail van 21 augustus 2024 heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Gerecht. Kort samengevat en enigszins geparafraseerd heeft het Gerecht in eerste ...
Correctie rentebate voor renteloze lening aan digra en het daarbij gehanteerde rentepercentage blijven in stand: niet gebleken dat de vordering na digra’s overlijden als dividend aan de erfgenamen is uitgekeerd. Toepassing verlengde naheffingstermijn wegens kwade trouw. Geen ‘dubbele boetes’, wel matiging omdat de aangifteverplichting nauw samenhangt met de betalingsverplichting
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een vennootschap waarvan de bedrijfsactiviteiten medio 2008 zijn gestaakt. Tussen belanghebbende en de Inspecteur vinden al geruime tijd onderhandelingen plaats over diverse fiscale geschilpunten in meerdere jaren en over meerdere belastingmiddelen. De fiscale geschillen zijn opgelost tot en met het jaar 2008. Voor de jaren 2009 tot en met 2015 heeft de Inspecteur naheffingsaanslagen winstbelasting met ...
Dat de vennootschap nooit actief is geweest en ‘hoge boetes’ vormen geen bijzondere omstandigheden waaronder niet-ontvankelijkverklaring beroep op grond van termijnoverschrijding achterwege blijft. Niet goed functioneren van adviseur komt voor rekening en risico van belanghebbende, vormt geen bijzondere omstandigheid. Hof bevestigt uitspraak van het Gerecht
Samenvatting zaak In deze Curaçaose formeelbelastingrechtelijke zaak is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende, gevestigd te Curaçao, zijn naheffingsaanslagen in de winstbelasting opgelegd over de jaren 2009, 2011 en 2013. Tegelijkertijd met deze aanslagen zijn verzuimboetes opgelegd van NAf 1.000 per jaar. Belanghebbende is in bezwaar gekomen tegen bovengenoemde aanslagen en verzuimboetes. De uitspraken op bezwaar zijn gedagtekend op 30 juni 2014 (2009), 18 juli 2014 (2011) en 15 ...
