Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen

Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak is het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) tot het oordeel gekomen dat belanghebbende in de onderhavige jaren 2011 en 2012 over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen (ECLI:NL:GHARL:2026:5188). Het betreft hier de eindbeslissing in een zaak waarin het Hof op 18 november 2025 al een tussenuitspraak had gedaan. In deze zaak moest het Hof – na verwijzing ...

Tussenuitspraak over ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ in de verwijzingszaak waarin het Hof opnieuw moet beoordelen of belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen

Samenvatting zaak In de zaak waarin het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden – na verwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:241) – opnieuw moet beoordelen of belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen, heeft het Hof in een tussenuitspraak met betrekking tot bepaalde ‘nieuwe stukken’ geoordeeld dat het verzoek om beperkte kennisneming gerechtvaardigd is ter zake van enkele passages en alinea’s (ECLI:NL:GHARL:2025:7348). De Inspecteur wordt in de ...

Ander Hof moet opnieuw beoordelen of belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen. Verzoek van belanghebbende om overlegging van bepaalde interne e-mailcorrespondentie van de Belastingdienst had niet tardief mogen worden verklaard

Vandaag, vrijdag 14 februari 2025, heeft de Hoge Raad het door belanghebbende(n) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 december 2022 (ECLI:NL:GHSHE:2022:4440) gegrond verklaard. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest (ECLI:NL:HR:2025:241). In de bovengenoemde uitspraak van 7 december ...