Hoger beroep in Arubaanse grondbelastingzaak slaagt om een procedurele reden – schending hoorplicht – maar belanghebbende krijgt inhoudelijk geen gelijk. Het Gerecht heeft volgens het Hof juist geoordeeld dat jaarlijks de aanslag grondbelasting en jaarlijks een dagtekening wordt vastgesteld: de aanslagen zijn geen ‘tweede aanslagen’. En het staat de wetgever vrij om bij Landsverordening het geldende tarief in de loop van een vijfjarig tijdvak te wijzigen. Ook geen (gedeeltelijke) ontheffing van grondbelasting op grond van artikel 35 of artikel 37. Ondersteunende rol extern IT-bedrijf in het proces van de aanslagoplegging leidt niet tot schending van de geheimhoudingsplicht door de Inspecteur
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2025:118) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is eigenaar van een onroerende zaak. De onroerende zaak betreft twee percelen en een opstal. Aan belanghebbende zijn ter zake van de onroerende zaak aanslagen grondbelasting voor de jaren 2019, 2020 en 2021 opgelegd waartegen belanghebbende bezwaar heeft gemaakt. Ook heeft belanghebbende in maart 2021 (i) een verzoek ingediend om gedeeltelijke ontheffing van de grondbelasting over ...
Hof stelt vast dat belanghebbende in de bezwaarfase ten onrechte op haar verzoek niet is gehoord en door dit gebrek is benadeeld, maar verwerpt de stelling van belanghebbende dat mede door het schenden van de hoorplicht de aanslag grondbelasting moeten worden vernietigd. Inspecteur opgedragen om belanghebbende te horen en uitspraak op bezwaar te doen
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2024:245) is het volgende aan de orde (zie overigens voor een vergelijkbare zaak ook: ECLI:NL:OGHACMB:2024:244). Aan belanghebbende is op 31 mei 2019 ter zake van een onroerende zaak een aanslag grondbelasting voor het jaar 2019 opgelegd. Het vijfjarige tijdvak, als bedoeld in artikel 14, lid 2, Landsverordening grondbelasting (hierna: LGB) loopt van 2017 tot en met 2021. Belanghebbende heeft tegen de aanslag bezwaar gemaakt ...
Belastingrechter verklaart zich bevoegd om uitspraak te doen in zaak over (afgewezen) verzoeken om ontheffing van grondbelasting wegens minstens 6 achtereenvolgende maanden ongebruikt en onverhuurd zijn gebleven resp. wegens gehele of gedeeltelijke vernieling door een onvoorziene ramp, maar oordeelt dat daarop in casu geen recht bestaat. Voor wat betreft de tariefkwestie van de grondbelasting 2019, 2020 en 2021 wordt verwezen naar de eerdere vergelijkbare zaak en het arrest van de Hoge Raad waarin prejudiciële vragen werden beantwoord. Geen immateriële schadevergoeding: redelijke termijn van berechting weliswaar overschreden, maar wet- en regelgeving in Aruba voorziet niet in de bevoegdheid van de belastingrechter tot het toekennen van een schadevergoeding
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is eigenaar van een onroerende zaak. De onroerende zaak betreft twee percelen en een opstal. Aan belanghebbende zijn ter zake van de onroerende zaak aanslagen grondbelasting voor de jaren 2019, 2020 en 2021 opgelegd waartegen belanghebbende bezwaar heeft gemaakt. Vervolgens heeft belanghebbende beroepen ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op de bezwaren. Ook heeft belanghebbende ...
Onmiddellijk beroep ingesteld tegen beslissing Inspecteur om geen ontheffing grondbelasting te verlenen: beroep niet-ontvankelijk. Onder meer het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in aanmerking nemend (tegen de beslissing op het ontheffingsverzoek staat geen bezwaar open) ziet het Gerecht af van doorzending aan de Inspecteur
Samenvatting zaak In deze Arubaanse grondbelastingzaak is het volgende aan de orde. Aan een NV zijn ter zake van een onroerende zaak te Oranjestad (hierna: de onroerende zaak) aanslagen in de grondbelasting voor de jaren 2013 tot en met 2016 opgelegd. Belanghebbende, een te Aruba gevestigde VBA, heeft verzocht om ontheffing van grondbelasting voor de jaren 2012 tot en met 2017. De Inspecteur heeft uitsluitend ontheffing van grondbelasting verleend voor ...
