MAN-PIN vraagt of de minister van Justitie beschikt over vervolgingsbeleid of instructies aan het OM inzake ambtsmisdrijven. Zulks naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak heeft vernietigd (Curaçao)

Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Justitie een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het recente arrest van 10 juli 2026 waarin een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak door de Hoge Raad, in het belang der wet, werd vernietigd (ECLI:NL:HR:2026:1245). Bij brief van gelijke datum (21 juli 2026) werden door de MAN-PIN fractie ook al vragen ...

Statenlid Camelia-Römer stelt reeks van vragen aan MinFin naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof vernietigt. De zaak betrof de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de Ontvanger

Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Financiën een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2026 op het ingestelde beroep tot cassatie in het belang der wet in de zaak over de vraag of het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (het Hof) als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te ...

Hoge Raad vernietigt, in het belang der wet, de uitspraak van het Hof. Het Hof had het hoger beroep niet op de grond dat de NV geen belang heeft, niet-ontvankelijk mogen verklaren. De zaak betreft de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de ontvanger

Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 10 juli 2026, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:1245) op het beroep in cassatie in het belang der wet van Advocaat-Generaal P.J. Wattel namens de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (het Hof) van 10 augustus 2023, nr. CUR2022H00249. De Hoge Raad oordeelt dat de ...

Annotatie bij Conclusie A-G Wattel 28 maart 2025, 25/00155, ECLI:NL:PHR:2025:385 – mr. J. Starreveld

door mr. J. (Jeroen) Starreveld Betreft: ECLI:NL:PHR:2025:385. Voor een samenvatting van de conclusie van AG Wattel, zie dit artikel in het CFN van 28 maart 2025, met als INHOUDSINDICATIE: Advies AG aan Hoge Raad: Facebookposts van de minister van Financiën van Curaçao wekken geen gerechtvaardigd vertrouwen. Annotatie* De invloed van de Hoge Raad op ‘fiscale’ jurisprudentie in Aruba, Sint Maarten, Curaçao en de BES eilanden wordt het meest gevoeld met ...

Aangepaste Richtlijnen voor de invordering (extern) op de website van de Belastingdienst (Curaçao)

Op de website van de Belastingdienst Curaçao is een (kennelijk aangepaste) versie van de Richtlijnen voor de invordering (extern) van de Ontvanger gepubliceerd. Deze versie zelf is niet gedateerd, maar de documentnaam bevat een aanduiding ‘2024-03-06’. Als inwerkingtredingsdatum geldt, nog steeds, 3 april 2023. Het doel van de publicatie van de reeds bestaande richtlijnen is om uniformiteit en structuur te brengen in het invorderingsproces. Met deze richtlijnen wordt tevens getracht de ...

Aangezien belanghebbende door de uitspraak van het Hof niet in een betere positie kan komen te verkeren omdat het daarmee voor belanghebbende meest gunstig te behalen resultaat (een inhoudelijke behandeling door het Gerecht inzake de alsnog door de Inspecteur gedane uitspraken op bezwaar) reeds is bereikt, is het belang aan de hogerberoepsprocedure komen te ontvallen: hoger beroep niet-ontvankelijk

Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde (samengevat en enigszins geparafraseerd). Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de douanewaarde van een drietal zendingen van  goederen (cosmetische artikelen). Het betrof in twee gevallen een bezwaar tegen de door de Douane, in afwijking van de aangegeven waarde, vastgestelde douanewaarde en in één geval een bezwaar tegen de in de aangifte, conform de eerder door de Douane vastgestelde waarde, ...

Belastingadviseur in civiele procedure inzake invorderingskwestie niet toegelaten als gemachtigde, is geen advocaat of deurwaarder en is ook niet als zaakwaarnemer toegelaten. Hof verbindt hieraan in casu echter geen gevolgen voor de ontvankelijkheid van appellant

Samenvatting zaak In deze Curaçaose civielrechtelijke zaak is onder meer het volgende aan de orde (samengevat en enigszins geparafraseerd). De Ontvanger heeft dwangschriften doen uitvaardigen tegen een vennootschap voor openstaande belasting- en premieschulden (loonbelasting, omzetbelasting en diverse soorten premies). Vervolgens heeft de Ontvanger op grond van artikel 10 van de Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943 (P.B. 1942 no. 248) bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van Curaçao een ...

De niet voor meerdere uitleg vatbare, zonder voorbehoud gedane uitlatingen van de Minister dat aanslagen betrekking hebbende op de belastingjaren 2017 en ouder niet meer actief worden ingevorderd, leiden ertoe dat belanghebbende uit die handelwijze redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat de Ontvanger de aanslag niet meer kan en zal invorderen. Daaraan doet niet af dat later (in een persbericht van 3 april 2023) door het Ministerie drie uitzonderingen op het tot dat moment ongeclausuleerde invorderingsbeleid worden geformuleerd: aan dit vanaf 3 april 2023 geldende beleid komt geen terugwerkende kracht toe

Samenvatting zaak Op donderdag 10 augustus 2023 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (hierna: het Hof) uitspraak gedaan in een drietal voor de Caribische belastingpraktijk belangwekkende hoger beroep procedures (ECLI:NL:OGHACMB:2023:147, ECLI:NL:OGHACMB:2023:148 en ECLI:NL:OGHACMB:2023:149). Met dit artikel in deze speciale uitgave van het CFN willen wij u alvast kort en bondig op deze uitspraken attenderen. Kort samengevat en enigszins geparafraseerd is het volgende aan de orde (op basis van de zaak ...

Tegen een tussenuitspraak van het Gerecht of het Hof kan slechts worden opgekomen tegelijkertijd met het hoger beroep of het beroep in cassatie tegen de einduitspraak. In de onderhavige zaak is door het Gerecht geen einduitspraak gedaan: hoger beroep niet-ontvankelijk. Daaraan doet niet af dat de beslissing is gedaan in de vorm van een uitspraak

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is, zeer summier samengevat en enigszins geparafraseerd, het volgende aan de orde. De heer ‘C’ is op basis van een civielrechtelijke overeenkomst werkzaam bij de inspectie der Belastingen. Hij is door de Inspecteur gemandateerd om daar alle werkzaamheden namens de Inspecteur te verrichten. Belanghebbende stelt dat het mandaat ongeldig is omdat volgens artikel 2a van de Algemene landsverordening Landsbelastingen alleen ambtenaren gemandateerd kunnen worden ...

Te laat hoger beroep ingesteld. Omstandigheid dat de reguliere belastingadviseur in het buitenland verkeerde komt voor rekening van belanghebbende. Naar het oordeel van het Hof valt bovendien niet in te zien dat de gemachtigde niet in staat zou zijn geweest om in ieder geval ter behoud van rechten een pro forma hoger beroepschrift in te dienen. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar, hoger beroep niet-ontvankelijk

Samenvatting zaak Op 22 april 2021 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) uitspraak gedaan in de zaak met zaaknummer CUR2019H00394 (ECLI:NL:OGHACMB:2021:103) op het door belanghebbende ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, (het Gerecht) van 17 mei 2019 in de zaak BBZ nr. CUR201500117 (ECLI:NL:OGEAC:2019:109). In deze Curaçaose ...

Belanghebbende wel ontvangen in zijn hoger beroep, omdat hij door het hoger beroep ten aanzien van bijkomende (rechterlijke) beslissingen – namelijk met betrekking tot het in eerste aanleg betaalde griffierecht – in een betere positie kan geraken. Het Gerecht achtte de overschrijding van de wettelijke bewaartermijn niet verschoonbaar, het Hof volgt het Gerecht in zijn overwegingen

Samenvatting zaak De bezwaarschriften tegen de aanslagen inkomstenbelasting, premies AOV/AWW en AVBZ over de jaren 2000 en 2002 t/m 2005 zijn buiten de wettelijke termijn van twee maanden als bedoeld in artikel 29, eerste lid van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) ingediend. Bij uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende is in beroep gekomen tegen de uitspraken op bezwaar. Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao ...

Hof oordeelt dat er voor het jaar 2011 een wettelijk basis bestond voor het Land Curaçao om opcenten te heffen over inkomstenbelasting

Samenvatting zaak De inspecteur der belastingen van Curaçao heeft in de aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2011 op de berekende inkomstenbelasting een verhoging van 30% toegepast vanwege zogenoemde “opcenten”. Belanghebbende bestrijdt de toepassing van de opslag, zijnde de opcenten. In eerste aanleg is het beroep van belanghebbende door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) verworpen op de grond dat de eilandsverordeningen die golden voor het eiland ...