Belanghebbende moet op straffe van niet-ontvankelijkheid in hoger beroep aantonen dat de belasting, bijdrage, vergoeding, rente, verhogingen en kosten zijn geconsigneerd in handen van de Ontvanger. Betreft volgens het Hof een verzetprocedure (tegen de tenuitvoerlegging van dwangschriften) in de zin van art. 4 Lv dwanginvordering, en niet een executiegeschil ex art. 438 Rv zoals als additioneel verweer is aangevoerd

Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2026:134) is het volgende aan de orde. Deze procedure betreft verzet tegen de tenuitvoerlegging van dwangschriften als bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake belastingen, bijdragen en vergoedingen (P.B. 1942 no. 246, zoals gewijzigd) (hierna: de Lv Dwanginvordering). Het derde lid van artikel 4 Lv Dwanginvordering bepaalt ...