Ook in hoger beroep integrale vrijspraak van het opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting

Samenvatting zaak Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op donderdag 13 december 2018 de verdachte in deze fiscale strafzaak ook in hoger beroep integraal vrijgesproken van het opzettelijk onjuist doen van aangiften van de inkomstenbelasting. Zo blijkt uit een persbericht van het Hof van 13 december 2018. In eerste aanleg werd de verdachte bij vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 17 november 2017, zaaknummer 810.00001/17, ECLI:NL:OGEAC:2017:167 ...
LEES VERDER

Gerecht acht nieuw feit aanwezig. Belanghebbende kan geen opzet verweten worden, wel grove schuld

Samenvatting zaak Belanghebbende heeft voor de jaren 2011 en 2012 aangifte inkomstenbelasting gedaan. De Inspecteur heeft op 5 juli 2013 over het jaar 2011 en op 31 oktober 2014 over het jaar 2012 overeenkomstig de aangiften aanslagen inkomstenbelasting opgelegd. Op basis van door de Stichting Bureau Ziektekostenvoorzieningen (Stichting BZV) verstrekte gegevens, kondigt de Inspecteur in een brief met dagtekening 25 maart 2015 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en boetes over de jaren 2011 ...
LEES VERDER

Standpunt van de verdediging fiscaal pleitbaar, hetgeen met zich brengt dat niet kan worden bewezen dat sprake was van een aanmerkelijke kans dat de aangiften onjuist zouden zijn. Geen sprake van (voorwaardelijk) opzet

Samenvatting zaak Het betreft hier een strafvonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht). Aan de verdachte is ten laste gelegd dat (zeer kort samengevat) aangifte(n) inkomstenbelasting, onjuist en/of onvolledig heeft gedaan. Primair gaat het om opzettelijk onjuiste aangifte doen in de zin van artikel 49, eerste en tweede lid, van de Algemene Landsverordening Landsbelasting (hierna: ALL) en subsidiair gaat het om het commune delict valsheid ...
LEES VERDER