Inspecteur te Aruba verleent geen voorkoming van dubbele belasting ter zake van door de inwoner van Aruba genoten opbrengsten uit dienstbetrekking uit een Curaçaose NV, maar nadien bij de Inspecteur te Curaçao ingediende teruggaafverzoek (bezwaar) niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Het Gerecht oordeelt dat een nadien opgekomen reden – in casu de afwijking van de aangiften in Aruba – niet kan bewerkstelligen dat een inmiddels plaatsgehad hebbende niet-verschoonbare termijnoverschrijding alsnog verschoonbaar wordt. Het Gerecht onderkent dat zijn beslissing leidt tot dubbele belastingheffing, maar wijst op de regeling voor onderling overleg tussen de belastingautoriteiten in artikel 35 BRK. Beroepschrift zèlf wél ontvankelijk: mede gelet op de omstandigheid dat belanghebbende in Aruba woonachtig is en gemachtigde kantoor houdt in Curaçao, hadden de uitspraken (tevens) naar de gemachtigde moeten worden verzonden
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende was gedurende de onderhavige jaren 2011 tot en met 2016 woonachtig in Aruba en ontving in loon uit dienstbetrekking van een naar Curaçaos recht opgerichte vennootschap (‘NV’). NV heeft ter zake van die inkomsten in Curaçao maandelijks loonbelasting en premies ingehouden en afgedragen en belanghebbende heeft voor deze jaren in Curaçao aangifte inkomstenbelasting (IB) gedaan als buitenlands ...
