MAN-PIN vraagt of de minister van Justitie beschikt over vervolgingsbeleid of instructies aan het OM inzake ambtsmisdrijven. Zulks naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak heeft vernietigd (Curaçao)
Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Justitie een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het recente arrest van 10 juli 2026 waarin een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak door de Hoge Raad, in het belang der wet, werd vernietigd (ECLI:NL:HR:2026:1245). Bij brief van gelijke datum (21 juli 2026) werden door de MAN-PIN fractie ook al vragen ...
F&B sector Aruba mocht volgens het Gerecht redelijkerwijs uit de brief van de minister afleiden dat recht bestond op aftrek van de bij invoer betaalde BBO en BAZV. Dat de nadien vastgestelde ministeriële regeling dit aftrekrecht beperkte, doet niet af aan het eerder gewekte vertrouwen. Ook openbare uitlatingen van een verantwoordelijke bewindspersoon, zonder formele publicatie als beleidsbesluit, kunnen onder omstandigheden gerechtvaardigd vertrouwen wekken. De ministeriële regeling kon dit vertrouwen wel beëindigen, maar niet met terugwerkende kracht ten nadele van belastingplichtigen
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2026:185) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft over de maand augustus 2023 goederen ingevoerd en ter zake daarvan BBO en BAZV bij invoer betaald. De goederen hebben betrekking op eetwaren en dranken en zijn bestemd om te worden gebruikt voor de restaurants van belanghebbende ter bereiding van maaltijden en het verstrekken van dranken aan haar hotelgasten. Belanghebbende heeft de bij invoer betaalde ...
Statenlid Camelia-Römer stelt reeks van vragen aan MinFin naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof vernietigt. De zaak betrof de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de Ontvanger
Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Financiën een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2026 op het ingestelde beroep tot cassatie in het belang der wet in de zaak over de vraag of het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (het Hof) als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te ...
Hoge Raad vernietigt, in het belang der wet, de uitspraak van het Hof. Het Hof had het hoger beroep niet op de grond dat de NV geen belang heeft, niet-ontvankelijk mogen verklaren. De zaak betreft de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de ontvanger
Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 10 juli 2026, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:1245) op het beroep in cassatie in het belang der wet van Advocaat-Generaal P.J. Wattel namens de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (het Hof) van 10 augustus 2023, nr. CUR2022H00249. De Hoge Raad oordeelt dat de ...
Beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Gerecht is van oordeel dat belanghebbende aan het (online) aangiftebiljet/portaal niet het in rechte te honoreren vertrouwen heeft mogen ontlenen dat dient te worden overgegaan tot een hoger (onjuist) bedrag aan teruggaaf
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:72) is het volgende aan de orde. In februari 2023 heeft belanghebbende voorlopige aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan en het op deze voorlopige aangifte verschuldigde bedrag aan winstbelasting betaald. In december 2023 heeft belanghebbende vervolgens de definitieve aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan. Gelet op het aangegeven bedrag van de voorlopige aangifte resulteert deze definitieve aangifte in een door belanghebbende terug ...
Gerecht oordeelt dat de Inspecteur bevoegd was om het juiste bedrag aan toeristenheffing nader na te heffen, omdat belanghebbende wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat de eerste naheffingsaanslagen niet aansloten bij de bevindingen van het boekenonderzoek en tot een te laag bedrag waren vastgesteld. Beroep op vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:131) is het volgende aan de orde. Belanghebbende bezit twee onroerende goederen op Aruba, waarvan de exploitatie is uitbesteed aan het bedrijf ‘Y’. De onroerende goederen worden door Y via verschillende platforms ter verhuur aangeboden aan het publiek. In het jaar 2024 heeft er een boekenonderzoek plaats gevonden bij belanghebbende. Dit resulteerde in het concept controlerapport van 4 juni 2024 dat op 12 juni ...
Belanghebbende, inwoner van Nederland, maakt ook bij het Hof niet aannemelijk dat hij jaarlijks meer aan eigenwoningrente heeft betaald aan de in Nederland gevestigde Curaçaose N.V. dan het door de inspecteur geaccepteerde bedrag. Dat de inspecteur in het verleden het recht op renteaftrek al eens heeft beoordeeld en heeft geaccepteerd, maakt dit niet anders
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:GHSHE:2026:950) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, inwoner van Nederland, was in de onderhavige jaren (2016, 2018 en 2020) eigenaar en bewoner van een woning en heeft in zijn aangiften IB/PVV, naast het huurwaardeforfait en inkomsten uit eigen woning, ook aftrekbare rente aangegeven. De rentebedragen die belanghebbende in de aangiften heeft vermeld, heeft hij betaald op een drietal leningen bij banken (een ‘Flexibel ...
Naar het oordeel van het Gerecht worden de ingevoerde ‘eTorque Hybrid’ motorvoertuigen aangedreven door een combinatie van een electromotor en een verbrandingsmotor en beschikken ze om die reden over een hybride aandrijvingsysteem in de zin der wet. Het piekvermogen van de voor de aandrijving bestemde elektromotor bedraagt bij één model ten minste 15% van het maximumvermogen van de verbrandingsmotor (de 15%-norm), waarmee op dat model dan het bijzondere tarief van invoerrechten van 12% van toepassing is. Het andere model voldoet evenwel niet aan de 15%-norm, waardoor voor dat model het 12%-tarief niet van toepassing is. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel slaagt in die gevallen niet
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:288) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft diverse motorvoertuigen van het merk Wrangler en Ram 1500 ingevoerd. De voertuigen zijn voorzien van een verbrandingsmotor en een electromotor. De voertuigen worden op de markt gebracht als ‘eTorque Hybrid’ en vallen onder de categorie zogenoemde ‘mild-hybrid’ voertuigen. De electromotor bestaat uit een riem aangedreven generator (‘Belt Starter Generator System’) die gebruik maakt van een ...
Inwoner van Aruba is belastingplichtig over zijn wereldinkomen, inclusief de WAO-uitkering uit Nederland. De uitkering behoort tevens tot het premie-inkomen voor AOV/AWW en AZV. Beroep op het vertrouwensbeginsel faalt
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:229) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, inwoner van Aruba, heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2015 een bedrag aan periodieke uitkeringen (WAO-uitkering van het UWV in Nederland) aangegeven. De Inspecteur heeft de aanslagen overeenkomstig de aangifte opgelegd. In geschil is of de aanslagen IB en premies AOV/AWW en AZV terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd. Belanghebbende stelt ...
Lening bij in Nederland gevestigde Curaçaose NV kwalificeert als eigenwoningschuld, maar belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hij aan NV jaarlijks meer rente heeft betaald dan het door de inspecteur geaccepteerde bedrag. Het enkele feit dat volgens de overeenkomst 4% rente verschuldigd was, is onvoldoende voor aftrek
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RBZWB:2025:4587) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, inwoner van Nederland, was in 2019 eigenaar en bewoner van een woning in Nederland en heeft (Nederlandse) aangifte IB/PVV voor het jaar 2019 gedaan. Bij het opleggen van een navorderingsaanslag IB/PVV heeft de inspecteur van de Nederlandse belastingdienst de in de aangifte opgevoerde bedragen aan rente niet (geheel) in aftrek geaccepteerd. Het betreft onder andere rente ...
A-G Koopman meent dat een herijking of beperking van het woonplaatsbegrip onnodig en ongewenst is en niet goed zou aansluiten bij de bedoeling van de wetgever
Samenvatting zaak Op 24 april 2025 heeft Advocaat-Generaal (A-G) R.J. Koopman conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2025:500) betreffende het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (het Hof) van 10 juli 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:2230) waarin het Hof oordeelde dat belanghebbende heel 2016 in Nederland woonde en zich niet met succes kan beroepen op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. In deze conclusie gaat de A-G in op de vraag ...
Naheffingsaanslag winstbelasting en verzuimboete terecht opgelegd. Belanghebbende kan niet zelfstandig overgaan tot verrekening van verschuldigde winstbelasting met terug te ontvangen winstbelasting over eerdere jaren. Temeer niet, nu de terug te ontvangen bedragen nog niet waren geformaliseerd in (negatieve) aanslagen en rechtens nog niet vorderbaar waren. Ook geen sprake van AVAS. Beroep op vertrouwensbeginsel slaagt evenmin
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:57) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft definitieve aangiften winstbelasting voor de jaren 2017 en 2018 gedaan. Deze aangiften hebben volgens belanghebbende geresulteerd in terug te ontvangen bedragen winstbelasting van respectievelijk NAf 203 en NAf 9.900. Op grond van de door belanghebbende voor het jaar 2019 ingediende definitieve aangifte winstbelasting gedaan, bedraagt de verschuldigde winstbelasting over dat jaar NAf 23.005. Belanghebbende heeft ...
Hoge Raad doet cassatieberoep af met toepassing van artikel 81 RO. Kwestie in eerste aanleg betrof de vraag of de Inspecteur het inkomen uit onroerende goederen van de echtgenoot terecht tot het inkomen van belanghebbende (de meestverdienende partner) heeft gerekend. Belanghebbende stelde zonder succes dat de echtgenoot buiten Sint Maarten woonde en dat de verhuurinkomsten kwalificeren als winst uit onderneming
Op vrijdag 18 april 2025 heeft de Hoge Raad het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (hierna: het Hof) van 2 augustus 2023 (zaaknummers SXM2022H00171 en SXM2022H00177) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2015 en 2016 opgelegde aanslagen inkomstenbelasting, afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie (ECLI:NL:HR:2025:602). Voor zover wij (red. CFN) ...
Pensioenpremies niet aftrekbaar in de inkomstenbelasting omdat deze door de N.V. van belanghebbende zijn betaald en niet door belanghebbende persoonlijk. Verrekening in rekening-courant van de door de N.V. verschuldigde premies leidt niet tot het verleggen van de premie-aftrek: het in materiële zin onverplicht overnemen van de betaling leidt enkel tot een informele kapitaalstorting in de N.V. Beroep op vertrouwensbeginsel ook afgewezen. Iets hogere aftrek ziektekosten na opnieuw berekenen van de drempel voor de buitengewone lasten
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:34) is het volgende aan de orde. De activiteiten van belanghebbende als adviseur worden uitgeoefend door tussenkomst van een N.V. waarvan belanghebbende alle aandelen bezit. In de aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2019 heeft belanghebbende onder andere premies pensioenverzekering en ziektekosten in aftrek genomen. De Inspecteur heeft de premies pensioenverzekering niet geaccepteerd en heeft de ziektekosten gecorrigeerd. Tussen partijen zijn de door de Inspecteur aangebrachte ...
SZV mocht de toegang tot de FZOG-regeling niet weigeren op de enkele grond dat de werkgever geen premies heeft betaald. SZV heeft jarenlang een pasje ten bewijze van verzekering tegen ziektekosten verstrekt en heeft daarmee bij belanghebbende het vertrouwen gewekt dat hij daadwerkelijk verzekerd was
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense bestuursrechtelijke zaak (ECLI:NL:OGEAM:2018:154) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft tot aan de datum van zijn ontslag wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in maart 2008, gewerkt bij de Stichting Voortgezet Onderwijs B.E. (SVOBE). Daarna is hij als arbeidscontractant in dienst gebleven bij SVOBE tot 1 augustus 2016 en tot aan die datum heeft hij een SZV-garantiekaart gehad. Vervolgens heeft belanghebbende op ...
Seminar Fiscale Actualiteiten – University of Curaçao – 20 maart 2025
Land/gebiedsdeel: Caribisch gebied Betreft: fiscale actualiteiten, belastingrechtspraak, cassatierechtspraak, cassatieprocedure, Caribische belastingzaken, pillar 2 Curaçao, pijler 2 Curaçao, minimumbelasting Curaçao, global minimum tax, fiscaal verdragsbeleid Curaçao, belastingverdragen Curaçao, vertrouwensbeginsel in het Caribisch belastingrecht, vertrouwensbeginsel, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, schadelijke belastingconcurrentie, harmful tax competition, internationaal belastingrecht, Regeling: Seminar Fiscale Actualiteiten door: Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao, Mr. Raymond Kertokarijo (Decaan). datum: 20 maart 2025 locatie: University of Curaçao ...
Uitspraken van het Gerecht over de handhavingsbesluiten die zijn opgelegd aan eigenaren van woningen in de wijk Sabal Palm die volgens het bestuurscollege het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Bonaire overtreden door hun woning voor een periode korter dan drie maanden te verhuren aan toeristen
Samenvatting zaak In deze Bonairiaanse bestuursrechtelijke zaak is het volgende aan de orde (op basis van een persbericht dat is uitgegeven door de persrechter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en hieronder enigszins geparafraseerd is opgenomen). Het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Gerecht) heeft donderdag 19 december jl. uitspraak gedaan over handhavingsbesluiten die door het bestuurscollege van Bonaire zijn opgelegd aan negen eigenaren ...
Gerecht oordeelt dat de naheffingsaanslagen loonbelasting en premies ter zake van betalingen aan losse krachten, kilometervergoedingen en privégebruik auto terecht en correct zijn opgelegd. Gezien de omstandigheden acht het Gerecht het uitgesloten dat de nageheven belasting ter zake van de correctie privégebruik auto alsnog op de (voormalig?) werknemer verhaald zal (kunnen) worden, mede gezien de lange tijd nadat het belastbaar feit zich heeft voorgedaan: brutering heeft terecht plaatsgevonden. Beroep op het vertrouwensbeginsel faalt ook
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende exploiteert een restaurant/pizzeria. Bij belanghebbende heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden om de juistheid en de aanvaardbaarheid van de aangiften loonbelasting, premies AOV/AWW en AVBZ en BBO over de jaren 2012 tot en met 2016 vast te stellen. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat belanghebbende betalingen heeft gedaan aan onbekende personen die werkzaamheden hebben verricht voor belanghebbende, maar ...
Gerecht oordeelt in zaak over de verhoging van het tarief van de toeristenheffing dat door de Inspecteur een toezegging is gedaan waaraan belanghebbende een in rechte te honoreren vertrouwen heeft kunnen ontlenen. Toezegging hield – kortweg – in dat in het geval de reservering en de betaling voor een verblijf ná 1 januari 2023 vóór 1 januari 2023 hebben plaatsgevonden, volstaan kan worden met toeristenheffing tegen het (oude) tarief van 9,5% over de vergoeding die de logeergast in 2022 heeft betaald
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende exploiteert een hotel. De ondernemingsactiviteiten van belanghebbende bestaan onder andere uit het tegen vergoeding ter beschikking stellen van hotelruimtes aan logeergasten. Het hotel is lid van AHATA (Aruba Hotel and Tourism Association). Het tarief voor de Arubaase toeristenheffing (voorheen ‘logeerbelasting’ genaamd) bedroeg vanaf inwerkingtreding 5% en wijzigde hierna naar 6% tot en met eind april 2010. Daarna ...
Belanghebbende, inwoner van Nederland, maakt niet aannemelijk dat hij jaarlijks meer rente heeft betaald aan de Curaçaose N.V. dan het door de inspecteur geaccepteerde bedrag. Enkele feit dat volgens de overeenkomst 4% rente verschuldigd was, is onvoldoende voor aftrek (als eigenwoningrente)
In deze Nederlandse zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende, inwoner van Nederland, was in de onderhavige jaren (2016, 2018 en 2020) eigenaar en bewoner van een woning en heeft in zijn aangiften IB/PVV, naast het huurwaardeforfait en inkomsten uit eigen woning, ook aftrekbare rente aangegeven. De rentebedragen die belanghebbende in de aangiften heeft vermeld, heeft hij betaald op een drietal leningen bij banken (een ‘Flexibel Krediet’ en een ...
Bij belanghebbende, een N.V. die een verzoek heeft ingediend om te worden aangemerkt als ‘transparante vennootschap’, is een in rechte te honoreren vertrouwen gewekt dat de winst door de Inspecteur niet bij haar zou worden belast. Gezien de in onderlinge samenhang te beoordelen omstandigheden is naar het oordeel van het Gerecht sprake van een bewuste standpuntbepaling door de Inspecteur en was de Inspecteur bovendien (uiteindelijk) ook volledig geïnformeerd
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende, een N.V., oefent het bedrijf van hypotheekbank uit, verstrekt uit dien hoofde leningen onder hypothecair verband, verkrijgt en vervreemdt onroerende zaken en verleent bemiddeling bij het sluiten van verzekeringen. Op 30 maart 2015 heeft belanghebbende het verzoek ingediend om met ingang van 1 januari 2015 te worden aangemerkt als transparante vennootschap als bedoeld in artikel 3, lid ...
Niet beschikken over de kennis waar een verzoek om toepassing van de vrijstelling van invoerrechten uit hoofde van de belastingfaciliteiten investeringen (LBI) moet worden ingediend, komt voor rekening en risico van belanghebbende. Maar geen sprake van te late indiening van het verzoek. In het behandelingstraject zijn bij belanghebbende gerechtvaardigde verwachtingen gewekt dat een inhoudelijke beslissing zou worden genomen en op cruciale momenten is verzuimd de tijdigheid van het verzoek ter sprake te brengen. Afwijzing vanwege te late indiening verdraagt zich dan ook niet met het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Daarnaast is het Gerecht van oordeel dat uit het bepaalde in de LBI niet (duidelijk) volgt dat het verzoek binnen een bepaalde termijn moet worden gedaan
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een op Curaçao gevestigd telecommunicatiebedrijf dat telecommunicatiediensten aanbiedt aan het publiek op grond van bij Landsbesluit verkregen concessies en heeft in juli 2017 een verzoek gedaan om vrijstelling van invoerrechten ter zake van de invoer van goederen voor de verbetering en uitbreiding van de mobiele en vaste glasvezel netwerken. Dit verzoek heeft zij gericht aan het ...
Beroep op vertrouwensbeginsel faalt. Aan de brief van de Inspecteur aan de werkgever over de toepassing in de LB van het bijzonder tarief over de beëindigingsvergoeding kan niet het vertrouwen worden ontleend dat ook in de IB het in de brief genoemde percentage van het bijzonder tarief zal gelden. Naar de aard van de regeling kan het (exacte) bijzonder tarief lopende het jaar niet met zekerheid worden vastgesteld
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak is het volgende aan de orde. In het kader van de beëindiging van de arbeidsrelatie heeft belanghebbende in 2019 een cessantiavergoeding genoten (hierna: de beëindigingsvergoeding). Naar aanleiding van een verzoek van de werkgever, heeft de Inspecteur – samengevat en enigszins geparafaseerd – aangegeven akkoord te gaan met het toepassen van het bijzonder tarief, zijnde 24,35% op de beëindigingsvergoeding ten bedrage van (…) onder ...
Online aangifteprogramma bevat structurele fout bij de automatische berekening van de drempel buitengewone lasten: algemene voorlichting of een toezegging? Ook in geval sprake zou zijn van een toezegging slaagt een beroep op het vertrouwensbeginsel in casu niet, omdat belanghebbende (van beroep belastingadviseur) in redelijkheid niet op nakoming van de toezegging mocht rekenen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2018 onder meer een bedrag van NAf 13.060 aan buitengewone lasten in aftrek gebracht. De daarbij door het (online) aangifteprogramma berekende en toegepaste drempel buitengewone lasten bedraagt NAf 4.306. De Inspecteur heeft een aanslag inkomstenbelasting opgelegd in afwijking van de aangifte. Daarbij is onder meer een correctie van de drempel buitengewone lasten ...
Hoge Raad doet cassatieberoep af met toepassing van artikel 81 RO in zaak waarin – in eerste aanleg – werd geoordeeld dat belanghebbende de omzetbelasting op de voet van artikel 12b, lid 1, LOB verschuldigd is, nu zij facturen heeft uitgereikt waarop het bedrag aan omzetbelasting is vermeld
Samenvatting zaak Vorige week vrijdag, 5 april 2024, heeft de Hoge Raad het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) van 10 februari 2022, zaaknummer CUR2019H00405, afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie (ECLI:NL:HR:2024:546). Helaas beschikken wij niet over ...
Gerecht oordeelt dat belanghebbende geen vertrouwen kan ontlenen aan de publicaties van 24 en 27 maart 2020 inzake de covid-steunmaatregelen omdat die gelden voor de tijdvakken april tot en met juni 2020, niet voor het onderhavige tijdvak maart 2020: verzuimboete wegens niet tijdig betalen omzetbelasting terecht opgelegd maar wel ambtshalve gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde (samengevat en enigszins geparafraseerd). Op 24 maart 2020 heeft de regering van Curaçao een solidariteitspakket aangekondigd om de sociaal economische effecten van het COVID 19 virus op de samenleving te verzachten [zie dit artikel in het CFN van 24 maart 2020 en dit artikel in het CFN van 25 maart 2020; red. CFN]. Kort daarna heeft het Ministerie ...
Gerecht oordeelt dat bij de berekening van de pensioenvoorziening per 31 december 2014 uitgegaan mag worden van een opbouwpercentage van 3% tot 2002. Indexatie mag op grond van regelgeving niet worden toegepast maar in casu is sprake van in rechte te honoreren gewekt vertrouwen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft in eigen beheer een pensioenvoorziening gevormd voor de enig aandeelhouder-directeur (hierna: de digra). Bij de berekening van de waarde van de pensioenvoorziening per 31 december 2014 is belanghebbende ervan uitgegaan dat tot 1 januari 2002 een jaarlijks opbouwpercentage toegepast kon worden van 3% en daarna van 2%. Tevens heeft zij er bij de berekening van de ...
Inspecteur heeft het inkomen uit onroerende goederen van de echtgenoot terecht tot het inkomen van belanghebbende (de meestverdienende partner) gerekend. Belanghebbende stelt zonder succes dat de echtgenoot buiten Sint Maarten woonde en dat de verhuurinkomsten kwalificeren als winst uit onderneming
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is in de onderhavige jaren woonachtig te Sint Maarten. Zij is gehuwd en is samen met haar echtgenoot (hierna, waar van toepassing, ook aangeduid als ‘Z’) mede-eigenaar van meerdere onroerende zaken. Over de jaren 2015 en 2016 heeft belanghebbende aangifte inkomstenbelasting gedaan als binnenlands belastingplichtige, haar echtgenoot als buitenlands belastingplichtige. In de aangiften hebben beiden inkomsten ...
Het door een offshorebedrijf via een magazijn op Sint Maarten verkopen van scheepsbenodigdheden aan buitenlandse consumenten die op dat moment (tijdelijk) in Sint Maarten verblijven betreft geen ‘offshore-activiteit’: ondernemer voor de BBO. Belanghebbende geen ‘exportondernemer’ omdat zij de goederen niet zelf vervoert of laat vervoeren naar het buitenland: geen recht op vrijstelling BBO
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is gevestigd in Sint Maarten en drijft een onderneming die bestaat uit de verkoop van benodigdheden voor de pleziervaart. Aan belanghebbende is in 1998 een vestigingsvergunning voor offshore bedrijven verleend. De vergunning is verleend “voor zover de activiteiten voortvloeiende uit doelstellingen buiten de Nederlandse Antillen plaatsvinden”. Tevens is belanghebbende in het bezit van een “ontheffing van de ...
Gerecht van oordeel dat belastingbesparing het volstrekt overwegende motief is geweest van het door belanghebbende (een bank) onderbrengen van de beleggingsactiviteiten in de vrijgestelde dochtervennootschap en dat daarmee in strijd met doel en strekking van de wet is gehandeld: winst dochtervennootschap met toepassing van het leerstuk van fraus legis bij belanghebbende in de belastingheffing betrokken
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een bankinstelling die is onderworpen aan het toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: de Centrale Bank) en heeft op 3 maart 2005 een BV (hierna aan te duiden als: “Investments BV”) opgericht dan wel laten oprichten, waarvan ze (indirect) 100% aandeelhouder is. Investments BV heeft geen bankvergunning en is niet als ...
