Belanghebbende moet op straffe van niet-ontvankelijkheid in hoger beroep aantonen dat de belasting, bijdrage, vergoeding, rente, verhogingen en kosten zijn geconsigneerd in handen van de Ontvanger. Betreft volgens het Hof een verzetprocedure (tegen de tenuitvoerlegging van dwangschriften) in de zin van art. 4 Lv dwanginvordering, en niet een executiegeschil ex art. 438 Rv zoals als additioneel verweer is aangevoerd
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGHACMB:2026:134) is het volgende aan de orde. Deze procedure betreft verzet tegen de tenuitvoerlegging van dwangschriften als bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake belastingen, bijdragen en vergoedingen (P.B. 1942 no. 246, zoals gewijzigd) (hierna: de Lv Dwanginvordering). Het derde lid van artikel 4 Lv Dwanginvordering bepaalt ...
Belanghebbende stelt pas door de betekening van het dwangschrift in 2019 kennis te hebben genomen van de loonbelastingschuld uit 2012 en tekent verzet aan wegens verjaring. Aan fiscaal verzet kan verjaring van de belastingschuld ten grondslag worden gelegd, maar het Gerecht houdt verdere beslissing aan tot vaststaat of het naheffingsaanslagbiljet uit 2017 juist is geadresseerd
Samenvatting zaak In deze Curaçaose invorderingszaak is het volgende aan de orde. Op 24 juli 2019 heeft de Ontvanger een dwangschrift laten betekenen aan belanghebbende (eiseres in deze zaak) in verband met een loonbelastingschuld uit 2012 (hierna: het dwangschrift). Eiseres heeft op 7 augustus 2019 pro forma bezwaar aangetekend tegen de loonbelastingaanslag uit 2012 en heeft op 19 augustus 2019 een verzetschrift tegen het dwangschrift laten betekenen aan de Ontvanger ...
