Belanghebbende stelt dat de douanewaarde van de producten moet worden berekend op basis van de factuurprijzen, maar tussen haar en de leverancier is sprake van verbondenheid: de factuurprijs kan niet als de ‘normale prijs’ dienen. De Inspecteur meent dat de douanewaarde moet worden vastgesteld aan de hand van de ‘retrogade methode’. Geen der partijen slaagt erin de voorgestane douanewaarde aannemelijk te maken: het Gerecht stelt de douanewaarde in goede justitie vast
In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:259) is het volgende aan de orde. Belanghebbende importeert en verkoopt in haar winkels (kleinhandel) schoonheidsproducten in Aruba en heeft aangifte gedaan voor partijen goederen (cosmetische artikelen en papieren zakken). Bij de aangiften ten invoer van de goederen zijn facturen van de buitenlandse leverancier van de goederen overgelegd. De Douane en belanghebbende verschillen van mening over de douanewaarde van de goederen. Belanghebbende neemt het standpunt in ...
