Rechtbank van oordeel dat bij transacties van in Nederland gelegen percelen, onder andere met een Curaçaose stichting, sprake is van een zuiver kunstmatige constructie die er uitsluitend op is gericht om een belastingvoordeel te behalen, namelijk om de vrijstellingsfaciliteit in de Nederlandse omzetbelasting te benutten. Herdefiniëring van de transacties leidt ertoe dat de vrijstellingsfaciliteit wordt ontzegd
Samenvatting zaak In deze Nederlandse zaak (ECLI:NL:RBZWB:2024:8876) is het volgende aan de orde. Op 3 maart 2000 heeft een natuurlijke persoon twee in Nederland gelegen percelen en een woonhuis gekocht. In oktober 2007 heeft een stichting (hierna: “stichting 2”) de percelen en de woning gekocht en op dezelfde dag heeft een andere stichting (hierna: “stichting 3”) de percelen en de woning gekocht van stichting 2. Naar wij uit de op ...
