Gerecht van oordeel dat de in Nederland wonende belanghebbende ten aanzien van de verhuur van de villa’s in Curaçao als belastingplichtige voor de omzetbelasting dient te worden aangemerkt. Geen concrete controleerbare gegevens overgelegd waarmee overtuigend wordt aangetoond dat de Inspecteur is uitgegaan van een onjuiste berekening van de verschuldigde omzetbelasting: naheffingsaanslagen blijven in stand. Wel matiging van de vergrijpboeten met 5%, nu de naheffingsaanslagen op basis van schatting en met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast zijn vastgesteld. Naar het oordeel van het Gerecht is ook geen sprake van een ongerechtvaardigde inbreuk op artikel 8 EVRM: de middels een derden-onderzoek bij Aqualectra verkregen informatie wordt niet buiten beschouwing gelaten. En het Gerecht ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de tijdige mandaatverlening aan de SBAB-medewerker. Dat geen schriftelijk mandaat aanwezig was, vormt een gebrek. Maar gesteld noch gebleken dat belanghebbende hierdoor is benadeeld
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:170) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, woonachtig in Nederland, is eigenaar van onroerende zaken (villa’s), gelegen te Curaçao. In opdracht van de Inspecteur heeft de Stichting Belasting Accountants Bureau (SBAB) een boekenonderzoek ingesteld om te bepalen of en zo ja in hoeverre belanghebbende belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting en/of de omzetbelasting (OB). Aanleiding voor het onderzoek was het bezit van de villa’s ...
MAN-PIN vraagt of de minister van Justitie beschikt over vervolgingsbeleid of instructies aan het OM inzake ambtsmisdrijven. Zulks naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak heeft vernietigd (Curaçao)
Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Justitie een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het recente arrest van 10 juli 2026 waarin een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof in een belastingzaak door de Hoge Raad, in het belang der wet, werd vernietigd (ECLI:NL:HR:2026:1245). Bij brief van gelijke datum (21 juli 2026) werden door de MAN-PIN fractie ook al vragen ...
Gerecht oordeelt dat de door belanghebbende pas in februari 2024 ontvangen naheffingsaanslagen over het jaar 2018 wél tijdig zijn opgelegd. De Inspecteur heeft de verwerking van de aanslagbiljetten op 8 december 2023 in het systeem van de Landsontvanger aannemelijk gemaakt en ter zitting is afgesproken dat dan aannemelijk is dat de aanslagbiljetten binnen drie dagen daarna ter post zijn bezorgd
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:124) is het volgende aan de orde. Naar aanleiding van een bij belanghebbende ingesteld boekenonderzoek zijn op 20 december 2023 naheffingsaanslagen en boetes OB en premies AOV/AWW en BVZ over het jaar 2018 opgelegd. Op 15 maart 2024 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen en op 4 november 2025 heeft belanghebbende vervolgens beroep ingesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar ...
Gerecht van oordeel dat de correcties niet onredelijk of willekeurig zijn vastgesteld en dat met de enkele stelling dat belanghebbende tijdens COVID niet operationeel zou zijn geweest, niet op overtuigende wijze de onjuistheid van de schatting is aangetoond. Door Inspecteur overgelegde stukken niet tardief: het gaat om stukken waarover belanghebbende zelf al zou moeten beschikken en de stellingen zien met name op de ontvankelijkheid van de bezwaren en zijn niet omvangrijk of complex. Enkele bezwaarschriften niet-ontvankelijk omdat deze niet binnen de wettelijke termijn zijn ingediend en er geen feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Belastingrechter niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep inzake de naheffingsaanslagen premies ZV/OV, omdat de ALL niet van toepassing is verklaard op de LvZV en de LvOV
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:123) is het volgende aan de orde. Omdat belanghebbende geen aangiften heeft gedaan, zijn aan haar over de jaren 2019 tot en met 2021 en de periode januari 2022 tot en met september 2022 (taxatieve) naheffingsaanslagen en verzuimboetes (vanwege niet tijdige betaling) LB, premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ opgelegd. Verder zijn aan belanghebbende voor de periode 2019 tot en met september 2022 naheffingsaanslagen premies ...
Statenlid Camelia-Römer stelt reeks van vragen aan MinFin naar aanleiding van het recente arrest waarin de Hoge Raad, in het belang der wet, een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof vernietigt. De zaak betrof de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de Ontvanger
Bij brief d.d. 21 juli 2026 heeft het Statenlid S.F.C. Camelia-Römer (MAN-PIN) aan de minister van Financiën een reeks van vragen gesteld naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2026 op het ingestelde beroep tot cassatie in het belang der wet in de zaak over de vraag of het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (het Hof) als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te ...
Hoge Raad vernietigt, in het belang der wet, de uitspraak van het Hof. Het Hof had het hoger beroep niet op de grond dat de NV geen belang heeft, niet-ontvankelijk mogen verklaren. De zaak betreft de vraag of het Hof als belastingrechter bevoegd was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang op de grond dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan invordering van de naheffingsaanslag door de ontvanger
Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 10 juli 2026, heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:1245) op het beroep in cassatie in het belang der wet van Advocaat-Generaal P.J. Wattel namens de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (het Hof) van 10 augustus 2023, nr. CUR2022H00249. De Hoge Raad oordeelt dat de ...
Gerecht van oordeel dat de Inspecteur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Feiten of omstandigheden die kunnen leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zijn gesteld noch gebleken. De bijzondere omstandigheid dat belanghebbende buiten de termijn in bezwaar is gekomen, vormt aanleiding voor verlenging van de redelijke termijn
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:81) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is met dagtekening 30 juni 2021 een naheffingsaanslag winstbelasting (WB) over het jaar 2019 opgelegd. Gelijktijdig is een verzuimboete opgelegd van NAf 2.700. Op 26 februari 2025 heeft belanghebbende tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en ook ambtshalve geen aanleiding gezien de naheffingsaanslag en verzuimboete ...
Beroep wegens het niet tijdig beslissen gegrond: Inspecteur opgedragen alsnog uitspraak te doen op de bezwaren. Het Gerecht acht het niet verschijnen van de Inspecteur, omdat hij de zaak is vergeten, ‘bijzonder kwalijk’ en kwalificeert het optreden van de Inspecteur in deze procedure als (zeer) ernstig onzorgvuldig. De opeenstapeling van vormverzuimen door de Inspecteur vormt aanleiding om vanwege bijzondere omstandigheden artikel 2 lid 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht toe te passen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:82) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn met dagtekening 30 september 2022 aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ voor het jaar 2019 opgelegd en met dagtekening 29 februari 2024 aanslagen IB en premie AVBZ voor het jaar 2021. Hiertegen heeft belanghebbende op 7 augustus 2024 respectievelijk op 29 mei 2024 bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft belanghebbende op 14 januari ...
Inspecteur is gedeeltelijk aan het bezwaar van belanghebbende tegemoetgekomen en heeft de aanslagen verminderd tot nihil. Door de vermindering ontbreekt het procesbelang, nu het beroep belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. Gerecht merkt overigens op dat verliezen niet bij voor bezwaar vatbare beschikking worden vastgesteld. Een negatief zuiver inkomen kan verrekend worden met de (positieve) zuivere inkomens van de volgende vijf belastingjaren: dat betekent dat in die jaren alsnog de hoogte van het verlies van het onderhavige jaar ter discussie gesteld kan worden
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:83) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW en AVBZ voor het jaar 2021 opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij uitspraken is de Inspecteur gedeeltelijk aan het bezwaar van belanghebbende tegemoetgekomen en heeft hij de aanslagen verminderd [tot nihil, zie hierna]. Belanghebbende heeft vervolgens beroep ingesteld tegen de uitspraken van de Inspecteur. Overwegingen Kort samengevat ...
Gerecht oordeelt dat de Ontvanger wel degelijk de wettelijke bevoegdheid heeft X als bestuurder aansprakelijk te stellen voor belastingschulden van de vennootschap. Voor aansprakelijkheid van X als bestuurder geldt hier niet de eis dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan kennelijk onbehoorlijk bestuur
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:77) is het volgende aan de orde. X is bestuurder van een Curaçaose vennootschap. Hij is door de Ontvanger aansprakelijk gesteld voor de betaling van openstaande belasting- en premieschulden van de vennootschap. Daarna heeft de Ontvanger voor deze belastingschuld een dwangschrift betekend, gevolgd door een ten laste van de vennootschap gelegd bodembeslag en een derdenbeslag op vorderingen van X op de Sociale Verzekeringsbank (SVB) ...
Gang van zaken vormt gegronde reden voor twijfel aan de juistheid van het standpunt van belanghebbende dat zij het aanslagbiljet nooit heeft ontvangen. Het Gerecht acht aannemelijk dat belanghebbende reeds geruime tijd op de hoogte was van de naheffingsaanslag: bezwaarschrift niet tijdig ingediend, beroep ongegrond
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:71) is het volgende aan de orde. Omdat belanghebbende geen aangifte winstbelasting (WB) heeft gedaan is aan haar op 15 februari 2024 een (taxatieve) naheffingsaanslag WB over onder andere het jaar 2022 opgelegd. Gelijktijdig met de naheffingsaanslag is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000. Op 4 oktober 2024 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag. Met dagtekening 21 juli 2025 heeft de Inspecteur uitspraak ...
Beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Gerecht is van oordeel dat belanghebbende aan het (online) aangiftebiljet/portaal niet het in rechte te honoreren vertrouwen heeft mogen ontlenen dat dient te worden overgegaan tot een hoger (onjuist) bedrag aan teruggaaf
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:72) is het volgende aan de orde. In februari 2023 heeft belanghebbende voorlopige aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan en het op deze voorlopige aangifte verschuldigde bedrag aan winstbelasting betaald. In december 2023 heeft belanghebbende vervolgens de definitieve aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan. Gelet op het aangegeven bedrag van de voorlopige aangifte resulteert deze definitieve aangifte in een door belanghebbende terug ...
Veroordeling wegens het feitelijke leiding hebben gegeven aan het door een rechtspersoon niet binnen de gestelde termijn doen van aangifte en het niet verstrekken van inlichtingen. Beroep op afwezigheid van alle schuld vanwege omstandigheden door het overlijden van de accountants en een storing in het belastingportaal, slaagt niet. Maar het Gerecht ziet wel enkele factoren om bij de strafmaat te betrekken
In deze Curaçaose strafzaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:330) is de verdachte door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) veroordeeld voor het feitelijk leiding hebben gegeven aan het door een rechtspersoon, een naamloze vennootschap, niet binnen de door de Inspecteur der belastingen gestelde termijn hebben gedaan van aangiften winstbelasting en het niet hebben verstrekt van bij de belastingverordening voorziene inlichtingen, gegevens of aanwijzingen. Bewezenverklaring, strafbaarheid en kwalificatie Het Gerecht acht ...
Zaak teruggewezen naar de bezwaarfase wegens schending hoorplicht
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:60) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft aangifte inkomstenbelasting en sociale premies voor het jaar 2020 gedaan, maar bij het opleggen van de aanslag is de Inspecteur daarvan afgeweken. Belanghebbende heeft tijdig bezwaar gemaakt tegen de aanslag, maar de Inspecteur is bij uitspraak op bezwaar slechts gedeeltelijk aan het bezwaar tegemoet gekomen. Belanghebbende heeft vervolgens beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar ...
Gerecht van oordeel dat de voormalig vereffenaar gerechtigd was om namens belanghebbende bezwaar en beroep in te stellen. Omdat de bezwaartermijn pas is aangevangen op het tijdstip dat belanghebbende eerst kennis heeft gekregen van de naheffingsaanslag en de verzuimboete, heeft belanghebbende in dit geval tijdig bezwaar gemaakt. De aanslag en de boete zijn echter wel terecht opgelegd: de Inspecteur had het bezwaar derhalve niet niet-ontvankelijk moeten verklaren, maar ongegrond. Gerecht merkt nog op dat aanslagen en boetes niet eerder ingevorderd kunnen worden dan na heropening van de vereffening van de ontbonden rechtspersoon
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:54) is het volgende aan de orde. Omdat belanghebbende geen aangifte heeft gedaan, terwijl zij daartoe wel was uitgenodigd, is aan haar op 29 juni 2023 een (taxatieve) naheffingsaanslag winstbelasting (WB) over het jaar 2021 opgelegd van NAf 6.000. Gelijktijdig met de naheffingsaanslag is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000. Persoon ‘A’ heeft op 14 mei 2024 op naam van of namens belanghebbende bezwaar ...
Gerecht oordeelt dat de aan de dochtermaatschappij verstrekte lening onzakelijk is en het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar. Wel aftrek van geïmputeerde rente op renteloze lening van moedermaatschappij op grond van Zweedse grootmoederarrest. Belanghebbende mocht op goede gronden aannemen dat de verminderingsaanslag moet worden beschouwd als een uitspraak op bezwaar: geen terugwijzing van de zaak naar de Inspecteur. Overigens heeft de Inspecteur tweemaal verzocht om heropening van de zaak omdat hij gedurende de zitting niet de beschikking heeft gekregen over de leningsovereenkomsten, maar het Gerecht heeft de verzoeken afgewezen
Samenvatting zaak n deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:55) is het volgende aan de orde. Belanghebbende, opgericht naar het recht van de voormalige Nederlandse Antillen en statutair en feitelijk gevestigd te Curaçao, houdt alle aandelen in een Nederlandse vennootschap ‘Y’. De aandelen van belanghebbende worden voor 100% gehouden door een Bermudaanse vennootschap ‘X’. De voornaamste activiteiten van belanghebbende zijn het inlenen van gelden van haar moedermaatschappij X en het doorlenen van die ...
Gerecht verklaart het namens de ontbonden vennootschap ingestelde beroep niet-ontvankelijk. Het beroep is ingesteld op het moment dat belanghebbende reeds had opgehouden te bestaan en er is niet gebleken dat de vereffening op enig moment is heropend
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:39) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn op 21 juni 2024 een naheffingsaanslag winstbelasting (WB) over het jaar 2022 en een verzuimboete opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen op 19 augustus 2024 bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslag en verzuimboete op 9 januari 2025 bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd. Belanghebbende was evenwel inmiddels al ontbonden, namelijk op 30 december 2024. Vervolgens heeft ...
Niet hebben voldaan aan de administratieplicht en de bewaarplicht leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Correctie en berekeningen door de Inspecteur gebaseerd op gegevens uit de eigen administratie van belanghebbende en objectief vastgestelde verschillen: Gerecht oordeelt dat sprake is van een redelijke schatting. Wel matiging van de vergrijpboeten (5%) in verband met de toepassing van de omkering en verzwaring van de bewijslast en een verdere matiging (10%) wegens overschrijding van de redelijke termijn
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:28) is het volgende aan de orde. Belanghebbende drijft haar onderneming (een groothandel die bouwmaterialen -voornamelijk houtplaten- importeert en verkoopt) in de vorm van een NV. Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld voor de middelen winstbelasting (WB), omzetbelasting (OB) en loonbelasting (LB)over de perioden 2018 t/m 2021. De bevindingen van het boekenonderzoek zijn vastgelegd in een controlerapport. Daarin staat, kort samengevat, dat tijdens het ...
Belastingambtenaar veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf wegens opzettelijke schending van het ambtsgeheim. Het Gerecht ziet in deze zaak evenwel geen aanleiding voor een voorwaardelijke ontzetting uit het ambt van belastingambtenaar
In deze Curaçaose strafzaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:317) is de verdachte, een belastingambtenaar, door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 uren wegens, kortweg, opzettelijke schending van het ambtsgeheim. Indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht, wordt de straf vervangen door 60 dagen vervangende hechtenis. De verdachte heeft zich als belastingambtenaar schuldig gemaakt aan herhaalde ...
Belanghebbende heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar tegen de beschikking om geen (negatieve) aanslag inkomstenbelasting op te leggen. Het Gerecht ziet aanleiding de Inspecteur te verzoeken alsnog een uitspraak op bezwaar te doen, omdat de feiten onvoldoende helder zijn om een voldragen oordeel te kunnen vormen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:23) is het volgende aan de orde. De Inspecteur heeft op 29 december 2022 bij voor bezwaar vatbare beschikking (ex artikel 12 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) besloten geen (negatieve) aanslag inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2019 op te leggen (hierna: de beschikking geen aanslag). Belanghebbende heeft daartegen op 8 december 2023 bezwaar gemaakt en heeft vervolgens op 8 september 2025 beroep ingesteld ...
Verzoeken om aanslagen op te leggen aangemerkt als bezwaarschriften tegen het niet tijdig opleggen van (negatieve) aanslagen premie BVZ. Maar de bezwaarschriften waren prematuur en dus niet-ontvankelijk, omdat de aanslagtermijn nog niet verstreken was
Samenvatting zaak In deze twee inhoudelijk vergelijkbare Curaçaose zaken (ECLI:NL:OGEAC:2026:20 en ECLI:NL:OGEAC:2026:22) is het volgende aan de orde (op basis van ECLI:NL:OGEAC:2026:22). De Inspecteur heeft ondanks de door belanghebbende ingediende aangiften geen aanslagen premie BVZ voor de jaren 2018 tot en met 2020 opgelegd. De Inspecteur heeft evenmin bij voor bezwaar vatbare beschikking het besluit genomen geen aanslagen op te leggen als bedoeld in artikel 12 van de Algemene Landsverordening ...
Afwijzing bezwaar en niet-ontvankelijkverklaring zijn rechtens niet gelijk te stellen en hebben verschillende rechtsgevolgen. Belanghebbende door SFZ niet op duidelijke en juiste wijze gewezen op mogelijke processuele gevolgen van niet herstellen motiveringsverzuim: bezwaarschrift ontvankelijk. Airco’s en keuken inbouwapparatuur naar aard en functie bestemd voor de bouw van gelegenheden tot verblijf en ontspanning ter bevordering van het vreemdelingenbezoek (LBI), geen goederen van ‘eerste inrichting’: vrijstelling invoerrechten
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:16) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is opgericht met als doel (o.m.) het ontwikkelen van exclusieve, luxe appartementen en woningen in Curaçao om het toeristen- en vreemdelingenbezoek te bevorderen. Praktisch gesproken investeert belanghebbende in Curaçao door het ontwikkelen van appartementen en woningen die – nadat deze zijn verkocht aan buitenlandse investeerders – voor de vakantieverhuur kunnen worden aangeboden. Ter realisering van haar ...
Naheffingsaanslag en boetebeschikking op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt: te laat ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijk. Gerecht oordeelt dat de onjuiste adressering niet aan de Inspecteur is toe te rekenen, maar het gevolg is van het door belanghebbende niet voldoen aan zijn verplichting als bedoeld in artikel 4 lid 4 ALL (om schriftelijk aan de Inspecteur gegevens omtrent diens woon- of vestigingsplaats te verstrekken)
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:15) is het volgende aan de orde. Belanghebbende drijft zijn onderneming in de vorm van een eenmanszaak. Aan hem zijn met dagtekening 20 december 2023 naheffingsaanslagen loonbelasting, premies AOV/AWW en premie AVBZ voor het jaar 2018 opgelegd. Gelijktijdig met de naheffingsaanslagen zijn vergrijpboetes van 25% opgelegd. Na ontvangst op 22 maart 2024 van een aanmaning van de Ontvanger (gedagtekend 11 maart 2024), heeft belanghebbende ...
Annotatie bij GEA Curaçao (civiel) 27 oktober 2025, ECLI:NL:OGEAC:2025:269 – door prof. dr. A.J.H. van Suilen
Annotatie door prof. dr. A.J.H. (Arno) van Suilen Betreft: ECLI:NL:OGEAC:2025:269. Voor een samenvatting van deze uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (civiel), lees dit artikel in het CFN van 11 december 2025 nr. 2025/115, met als INHOUDSINDICATIE: Land door de civiele rechter veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan belanghebbende, bestaande uit renteverlies over het door belanghebbende teveel betaalde bedrag aan onroerendezaakbelasting. Met de vernietiging en vermindering van ...
Bestuurder van de vennootschap veroordeeld wegens het niet binnen de gestelde termijn doen van aangiften WB en het niet verstrekken van gevorderde inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, aan welke verboden gedragingen hij feitelijke leiding heeft gegeven. Gerecht heeft daarbij vastgesteld dat sprake is geweest van een rechtsgeldige uitnodiging tot het doen van aangifte. Voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd en met de bijzondere voorwaarden dat hij de niet gedane aangiften alsnog indient en hij, zolang hij bestuurder is van de vennootschap, erop zal toezien dat de vennootschap tijdens de proeftijd de uitgereikte aangiftebiljetten tijdig zal indienen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose strafzaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:2) is de verdachte door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) veroordeeld voor het als feitelijk leidinggevende van een naamloze vennootschap niet binnen de daarvoor gestelde termijn doen van aangiften winstbelasting en voor het niet verstrekken van bij de belastingverordening gevorderde inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, meermalen gepleegd. Juridisch kader Door het Gerecht werd vooropgesteld dat artikel 49 lid 1 sub ...
Ontbrekend procesbelang voor aanslag inkomstenbelasting 2018 leidt tot niet-ontvankelijk beroep. Had belanghebbende mede bezwaar en beroep willen instellen tegen de aanslagen sociale premies voor dat jaar, dan had hij daartegen afzonderlijk bezwaar en beroep moeten instellen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:3) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is op 26 augustus 2022 een (taxatieve) aanslag inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2018 opgelegd naar een belastbaar inkomen en een verschuldigde belasting van NAf 969. Belanghebbende heeft daartegen op 19 april 2023 bezwaar gemaakt en op 29 juni 2023 zijn (nihil) aangifte inkomsten voor het jaar 2018 ingediend. Op 8 september 2023 vermindert de ...
Aan belanghebbende zijn verzuimboetes opgelegd, maar er zijn geen naheffingsaanslagen opgelegd. Gelet op de tekst van art. 4.6 lid 1 aanhef en letter a MR formeel belastingrecht, is het Gerecht van oordeel dat de verzuimboete dient te worden verminderd naar het minimum van NAf 50. Een burger moet erop kunnen vertrouwen dat de boete beperkt blijft tot 5% van de naheffingsaanslag (of het genoemde minimumbedrag)
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:1) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 10 januari 2024 nihilaangiften loonbelasting (LB) en premies over het tijdvak december 2023 gedaan en heeft op 11 januari 2024 bedragen aan LB en premies over het tijdvak december 2023 betaald. Op 9 februari 2024 heeft belanghebbende herziene aangiften over het tijdvak december 2023 gedaan en (additionele) bedragen aan LB en premies over het ...
Directeur van NV veroordeeld wegens het niet tijdig doen van aangiften WB door een rechtspersoon en het niet, onjuist of onvolledig verstrekken van gevraagde fiscale informatie, terwijl hij feitelijk leiding gaf aan deze gedragingen. Voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd en met de bijzondere voorwaarden dat hij binnen 10 maanden de openstaande aangiften indient, een betalingsregeling treft en ervoor zorgdraagt dat toekomstige aangiften en betalingen tijdig worden gedaan
Samenvatting zaak In deze Curaçaose strafrechtelijke zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:276) is de verdachte door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) veroordeeld wegens het niet tijdig doen van aangiften winstbelasting (WB) door een rechtspersoon (een naamloze vennootschap, NV) en het niet, onjuist of onvolledig verstrekken van gevraagde fiscale informatie, terwijl verdachte feitelijk leiding gaf aan deze gedragingen. Daarvoor is aan verdachte is een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden opgelegd ...
Het Gerecht komt in deze Curaçaose zaak tot het oordeel dat de inwoner van Aruba niet-ontvankelijk is in zijn bezwaar. Betreft de zaak waarin door de Inspecteur te Aruba geen voorkoming van dubbele belasting werd verleend ter zake van door belanghebbende genoten opbrengsten uit dienstbetrekking bij een Curaçaose NV en het nadien bij de Inspecteur te Curaçao ingediende teruggaafverzoek (bezwaar) niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. Het Gerecht onderkent overigens dat zijn beslissing leidt tot dubbele belastingheffing, maar wijst op artikel 35 BRK alwaar een regeling voor onderling overleg is opgenomen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:282) is het volgende aan de orde. Belanghebbende was woonachtig in Aruba en heeft aldaar als binnenlands belastingplichtige aangifte inkomstenbelasting (IB) gedaan. Hij ontving loon uit dienstbetrekking van een naar Curaçaos recht opgerichte vennootschap “X”. X heeft in de onderhavige jaren ter zake van voornoemde inkomsten in Curaçao maandelijks loonbelasting en premies ingehouden en afgedragen. Belanghebbende heeft voor deze jaren in Curaçao aangifte IB ...
Gerecht oordeelt dat belanghebbende de op aangifte verschuldigde WB niet tijdig heeft betaald: volgens vaste jurisprudentie vindt bij betaling door overschrijving op de rekening van de Ontvanger, deze betaling eerst plaats op de dag waarop de belasting op die rekening wordt bijgeschreven. Maar omdat belanghebbende de belasting heeft betaald vóór het tijdstip waarop de naheffingsaanslag is opgelegd, moet die aanslag worden vernietigd en moet de verzuimboete worden verminderd naar het minimum van NAf 50
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:283) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 21 april 2022 verzocht om uitstel voor het indienen van de definitieve aangifte winstbelasting (WB) voor het jaar 2021. Dit verzoek is op 28 april 2022 toegewezen, waarbij belanghebbende de definitieve aangifte vóór 1 januari 2023 moest indienen. De definitieve aangifte is vervolgens op 19 december 2022 ingediend. Volgens deze aangifte bedroeg de verschuldigde ...
