Rechtbank oordeelt dat belanghebbende heel 2018 in Nederland woonde en dat hij ook op grond van de tie-breaker van de Belastingregeling Nederland Curaçao als inwoner van Nederland moet worden aangemerkt
In deze Nederlandse belastingzaak (ECLI:NL:RBZWB:2026:5556) is onder meer het volgende aan de orde (summier samengevat en geparafraseerd). Belanghebbende heeft de Nederlandse nationaliteit. In de (Nederlandse) Basisregistratie Personen (BRP) stond hij vanaf 18 mei 2018 ingeschreven op een adres te Curaçao. In de periode van 21 mei 2018 tot en met 31 december 2018 was belanghebbende ...
Gerechtshof oordeelt dat de rechtbank de aan belanghebbende opgelegde informatiebeschikking terecht in stand heeft gelaten. Wat betreft de administratie van de Curaçaose SPF wordt belanghebbende het niet voldoen aan de in artikel 47 AWR genoemde informatieverplichting aangerekend
Samenvatting zaak In deze Nederlandse belastingzaak (ECLI:NL:GHARL:2026:2718) is het volgende aan de orde (summier samengevat en geparafraseerd). Belanghebbende heeft tot december 2004 in Nederland gewoond, daarna vanaf 7 januari 2009 in Curaçao, vervolgens weer in Nederland en in december 2012 is hij geëmigreerd naar Zwitserland. In augustus 2004 is naar Curaçaos recht een Stichting Particulier ...
Gerecht van oordeel dat de Inspecteur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Feiten of omstandigheden die kunnen leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zijn gesteld noch gebleken. De bijzondere omstandigheid dat belanghebbende buiten de termijn in bezwaar is gekomen, vormt aanleiding voor verlenging van de redelijke termijn
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:81) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is met dagtekening 30 juni 2021 een naheffingsaanslag winstbelasting (WB) over het jaar 2019 opgelegd. Gelijktijdig is een verzuimboete opgelegd van NAf 2.700. Op 26 februari 2025 heeft belanghebbende tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft het ...
Beroep wegens het niet tijdig beslissen gegrond: Inspecteur opgedragen alsnog uitspraak te doen op de bezwaren. Het Gerecht acht het niet verschijnen van de Inspecteur, omdat hij de zaak is vergeten, ‘bijzonder kwalijk’ en kwalificeert het optreden van de Inspecteur in deze procedure als (zeer) ernstig onzorgvuldig. De opeenstapeling van vormverzuimen door de Inspecteur vormt aanleiding om vanwege bijzondere omstandigheden artikel 2 lid 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht toe te passen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:82) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn met dagtekening 30 september 2022 aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ voor het jaar 2019 opgelegd en met dagtekening 29 februari 2024 aanslagen IB en premie AVBZ voor het jaar 2021. Hiertegen heeft belanghebbende op 7 ...
Inspecteur is gedeeltelijk aan het bezwaar van belanghebbende tegemoetgekomen en heeft de aanslagen verminderd tot nihil. Door de vermindering ontbreekt het procesbelang, nu het beroep belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. Gerecht merkt overigens op dat verliezen niet bij voor bezwaar vatbare beschikking worden vastgesteld. Een negatief zuiver inkomen kan verrekend worden met de (positieve) zuivere inkomens van de volgende vijf belastingjaren: dat betekent dat in die jaren alsnog de hoogte van het verlies van het onderhavige jaar ter discussie gesteld kan worden
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:83) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW en AVBZ voor het jaar 2021 opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij uitspraken is de Inspecteur gedeeltelijk aan het bezwaar van belanghebbende tegemoetgekomen en heeft hij de aanslagen verminderd [tot nihil, zie ...
Bezwaar en beroep beide niet-ontvankelijk omdat zij buiten de wettelijke termijnen zijn ingediend. Gerecht verwerpt stelling dat een procedurele hobbel niet in de weg mag staan aan een vermindering van de aanslagen conform hetgeen daadwerkelijk aan belasting verschuldigd is: de bezwaar- en beroepstermijn zijn van openbare orde. Tegen de weigering van de inspecteur om ambtshalve te verminderen, staat geen rechtsmiddel open
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2026:68) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende zijn op 17 oktober 2019 aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW en AVBZ voor de jaren 2013 en 2014 opgelegd. Gelijktijdig met de aanslag IB voor het jaar 2014 is een verzuimboete opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen op 18 maart ...
Gerecht oordeelt dat de Ontvanger wel degelijk de wettelijke bevoegdheid heeft X als bestuurder aansprakelijk te stellen voor belastingschulden van de vennootschap. Voor aansprakelijkheid van X als bestuurder geldt hier niet de eis dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan kennelijk onbehoorlijk bestuur
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:77) is het volgende aan de orde. X is bestuurder van een Curaçaose vennootschap. Hij is door de Ontvanger aansprakelijk gesteld voor de betaling van openstaande belasting- en premieschulden van de vennootschap. Daarna heeft de Ontvanger voor deze belastingschuld een dwangschrift betekend, gevolgd door een ten laste van de ...
Gang van zaken vormt gegronde reden voor twijfel aan de juistheid van het standpunt van belanghebbende dat zij het aanslagbiljet nooit heeft ontvangen. Het Gerecht acht aannemelijk dat belanghebbende reeds geruime tijd op de hoogte was van de naheffingsaanslag: bezwaarschrift niet tijdig ingediend, beroep ongegrond
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:71) is het volgende aan de orde. Omdat belanghebbende geen aangifte winstbelasting (WB) heeft gedaan is aan haar op 15 februari 2024 een (taxatieve) naheffingsaanslag WB over onder andere het jaar 2022 opgelegd. Gelijktijdig met de naheffingsaanslag is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000. Op 4 oktober 2024 heeft ...
Beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Gerecht is van oordeel dat belanghebbende aan het (online) aangiftebiljet/portaal niet het in rechte te honoreren vertrouwen heeft mogen ontlenen dat dient te worden overgegaan tot een hoger (onjuist) bedrag aan teruggaaf
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:72) is het volgende aan de orde. In februari 2023 heeft belanghebbende voorlopige aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan en het op deze voorlopige aangifte verschuldigde bedrag aan winstbelasting betaald. In december 2023 heeft belanghebbende vervolgens de definitieve aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 gedaan. Gelet op het ...
Gerecht oordeelt dat de Inspecteur bevoegd was om het juiste bedrag aan toeristenheffing nader na te heffen, omdat belanghebbende wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat de eerste naheffingsaanslagen niet aansloten bij de bevindingen van het boekenonderzoek en tot een te laag bedrag waren vastgesteld. Beroep op vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:131) is het volgende aan de orde. Belanghebbende bezit twee onroerende goederen op Aruba, waarvan de exploitatie is uitbesteed aan het bedrijf ‘Y’. De onroerende goederen worden door Y via verschillende platforms ter verhuur aangeboden aan het publiek. In het jaar 2024 heeft er een boekenonderzoek plaats gevonden bij ...
Gerecht van oordeel dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de administratieplicht en de bewaarplicht en dat daarmee is voldaan aan de voorwaarden voor omkering en verzwaring van de bewijslast. Gelet op de geconstateerde gebreken in de administratie, de aanwezigheid van niet-verantwoorde inkopen en de toepassing van een op analyse gebaseerde brutowinstmarge, acht het Gerecht de gehanteerde methode van omzetreconstructie niet onredelijk of willekeurig. Verder oordeelt het Gerecht dat de vergrijpboetes wegens (voorwaardelijk) opzet terecht zijn opgelegd, maar matigt deze gezien de toegepaste omkering en verzwaring van de bewijslast en vermindert deze verder wegens overschrijding van de redelijke termijn met bijna elf jaren
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2026:61) is het volgende aan de orde. Bij belanghebbende, die een supermarket exploiteert, is door Stichting Belastingaccountantsbureau (hierna: SBAB) een boekenonderzoek uitgevoerd voor de middelen winstbelasting (WB) en belasting op bedrijfsomzetten (BBO) over de perioden 2008 tot en met 2011. Volgens het door de controlerend ambtenaar opgestelde controlerapport ...
Veroordeling wegens het feitelijke leiding hebben gegeven aan het door een rechtspersoon niet binnen de gestelde termijn doen van aangifte en het niet verstrekken van inlichtingen. Beroep op afwezigheid van alle schuld vanwege omstandigheden door het overlijden van de accountants en een storing in het belastingportaal, slaagt niet. Maar het Gerecht ziet wel enkele factoren om bij de strafmaat te betrekken
In deze Curaçaose strafzaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:330) is de verdachte door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) veroordeeld voor het feitelijk leiding hebben gegeven aan het door een rechtspersoon, een naamloze vennootschap, niet binnen de door de Inspecteur der belastingen gestelde termijn hebben gedaan van aangiften winstbelasting en het niet hebben verstrekt van ...
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in een Nederlandse zaak waarin belanghebbende stelde dat geen aanmaningskosten in rekening mochten worden gebracht omdat hij niet door middel van een e-mailnotificatie van de naheffingsaanslag op de hoogte is gesteld. In de tot 1 januari 2026 in Nederland geldende wettelijke regeling was geen verplichting voor een bestuursorgaan opgenomen een dergelijke emailnotificatie te verzenden. Verzending van e-mailnotificaties vond destijds slechts plaats indien de belanghebbende de wens daartoe kenbaar had gemaakt
Samenvatting zaak Op 1 mei 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2026:734) op het door belanghebbende ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (het Hof) van 19 september 2024 (ECLI:NL:GHDHA:2024:2322) betreffende een door de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting. In deze zaak ...
Zaak teruggewezen naar de bezwaarfase wegens schending hoorplicht
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2026:60) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft aangifte inkomstenbelasting en sociale premies voor het jaar 2020 gedaan, maar bij het opleggen van de aanslag is de Inspecteur daarvan afgeweken. Belanghebbende heeft tijdig bezwaar gemaakt tegen de aanslag, maar de Inspecteur is bij uitspraak op bezwaar slechts gedeeltelijk ...
Gerecht oordeelt dat geen sprake is van een in Sint Maarten vervulde dienstbetrekking tussen belanghebbende en de in de VS wonende consultant. De zeer beperkte aanwezigheid van de consultant op Sint Maarten is daarbij doorslaggevend. Het Gerecht gaat er vanuit dat de frase ‘zijn dienstbetrekking in Sint Maarten vervult’ grammaticaal moet worden opgevat en betekent dat de werknemer fysiek in Sint Maarten werkzaam dient te zijn. Ondanks nadelige schending hoorplicht geen terugwijzing naar de bezwaarfase omdat belanghebbende door het Gerecht in het gelijk is gesteld
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2026:58) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is aanbieder van vluchtondersteuningsdiensten aan inkomende en vertrekkende luchtvaartmaatschappijen en heeft bepaalde aan ‘consultants’ betaalde kosten verwerkt als ‘Management Consulting Fee’. Naar aanleiding van een bij belanghebbende ingesteld boekenonderzoek concludeert de controlerend ambtenaar evenwel, kort samengevat, dat de betalingen aan ...
