Het Gerecht komt in deze Curaçaose zaak tot het oordeel dat de inwoner van Aruba niet-ontvankelijk is in zijn bezwaar. Betreft de zaak waarin door de Inspecteur te Aruba geen voorkoming van dubbele belasting werd verleend ter zake van door belanghebbende genoten opbrengsten uit dienstbetrekking bij een Curaçaose NV en het nadien bij de Inspecteur te Curaçao ingediende teruggaafverzoek (bezwaar) niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. Het Gerecht onderkent overigens dat zijn beslissing leidt tot dubbele belastingheffing, maar wijst op artikel 35 BRK alwaar een regeling voor onderling overleg is opgenomen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:282) is het volgende aan de orde. Belanghebbende was woonachtig in Aruba en heeft aldaar als binnenlands belastingplichtige aangifte inkomstenbelasting (IB) gedaan. Hij ontving loon uit dienstbetrekking van een naar Curaçaos recht opgerichte vennootschap “X”. X heeft in de onderhavige jaren ter zake van voornoemde inkomsten in Curaçao maandelijks ...
Gerecht oordeelt dat belanghebbende de op aangifte verschuldigde WB niet tijdig heeft betaald: volgens vaste jurisprudentie vindt bij betaling door overschrijving op de rekening van de Ontvanger, deze betaling eerst plaats op de dag waarop de belasting op die rekening wordt bijgeschreven. Maar omdat belanghebbende de belasting heeft betaald vóór het tijdstip waarop de naheffingsaanslag is opgelegd, moet die aanslag worden vernietigd en moet de verzuimboete worden verminderd naar het minimum van NAf 50
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:283) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 21 april 2022 verzocht om uitstel voor het indienen van de definitieve aangifte winstbelasting (WB) voor het jaar 2021. Dit verzoek is op 28 april 2022 toegewezen, waarbij belanghebbende de definitieve aangifte vóór 1 januari 2023 moest indienen. De ...
Twijfels over tijdstip indiening aangifte BBO/BAZV ten tijde van COVID leidt tot vernietiging van de verzuimboete. De verzuimboete over een andere maand is naar het oordeel van het Gerecht overeenkomstig wet- en regelgeving opgelegd, maar rekening houdend met o.a. de bijzondere omstandigheden in de COVID-periode wordt de boete wel verminderd
Samenvatting zaak In deze Arubaanse zaak (ECLI:NL:OGEAA:2025:359) is het volgende aan de orde. Belanghebbende exploiteerde gedurende het jaar 2020 een eenmanszaak. In verband met het niet (tijdig) ontvangen van de aangiften BBO/BAZV zijn aan belanghebbende ambtshalve aanslagen en/of verzuimboetes opgelegd over de tijdvakken april en mei 2020. Geschil In geschil is of de verzuimboete over ...
Gerecht van oordeel dat de wegens (gedeeltelijk) niet (tijdig) betalen van de op aangifte verschuldigde belasting opgelegde verzuimboete dient te worden verminderd naar het minimum van NAf 1.000. Belanghebbende had een deel van de verschuldigde belasting al betaald vóór het tijdstip waarop de naheffingsaanslag werd opgelegd waarna de grondslag voor de boete op een lager bedrag moet worden gesteld
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:277) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft op 31 maart 2023 de voorlopige aangifte winstbelasting voor het jaar 2022 ingediend. Belanghebbende heeft de op de voorlopige aangifte verschuldigde winstbelasting (ad NAf 5.500) niet betaald. Op 29 december 2023 heeft belanghebbende de definitieve aangifte winstbelasting voor het jaar ...
Land door de civiele rechter veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan belanghebbende, bestaande uit renteverlies over het door belanghebbende teveel betaalde bedrag aan onroerendezaakbelasting. Met de vernietiging en vermindering van de aanslagen door de (onherroepelijk geworden) uitspraak van de belastingrechter staat vast dat de aanvankelijk opgelegde aanslagen, op grond waarvan belanghebbende heeft betaald, onrechtmatig waren
Samenvatting zaak In deze Curaçaose civielrechtelijke zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:269) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende, eiser in deze zaak, zijn door de Inspecteur der Belastingen aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft de aanslagen bij uitspraken op bezwaar gehandhaafd. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Gerecht in ...
Tussenuitspraak over ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ in de verwijzingszaak waarin het Hof opnieuw moet beoordelen of belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen
Samenvatting zaak In de zaak waarin het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden – na verwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:241) – opnieuw moet beoordelen of belanghebbende over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen, heeft het Hof in een tussenuitspraak met betrekking tot bepaalde ‘nieuwe stukken’ geoordeeld dat het verzoek om beperkte ...
Verzoek om teruggaaf van griffierecht door het Gerecht niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende niet tegelijk met de intrekking van het beroep, maar pas een dag later en nadat de intrekking aan haar is bevestigd, heeft verzocht om vergoeding van het griffierecht
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:247) is het volgende aan de orde. Aan belanghebbende is een verzuimboete opgelegd vanwege het niet (tijdig) indienen van de aangifte winstbelasting. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en ook ambtshalve geen aanleiding gezien aan belanghebbende tegemoet te komen. Vervolgens heeft belanghebbende ...
De Inspecteur maakt bij het Gerecht aannemelijk dat de drie villa’s op Curaçao door belanghebbende zijn geëxploiteerd om daaruit duurzaam opbrengsten te verkrijgen. Het Gerecht oordeelt dan ook dat belanghebbende dient te worden aangemerkt als ondernemer voor de omzetbelasting en dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Verder acht het Gerecht de opgelegde boetes passend en geboden, mede in het licht van het aantal verzuimen
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:257) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is feitelijk woonachtig in Nederland en is eigenaar van drie onroerende zaken gelegen op Curaçao. Er is een boekenonderzoek ingesteld om te bepalen of belanghebbende belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting en/of de omzetbelasting. Aanleiding voor het onderzoek was het bezit van ...
Geen samenwerkingsverband voor de BBO tussen belanghebbende en de dochtervennootschappen waaraan zij onroerende goederen verhuurt. Naar het oordeel van het Gerecht is er in casu ook geen rechtvaardiging om de huur neerwaarts aan te passen, omdat de huur niet (langer) zou overeenkomen met de waarde in het economische verkeer. Ook de omstandigheid dat er geen vergoeding is betaald, maakt naar het oordeel van het Gerecht niet dat heffing van BBO achterwege dient te blijven. De aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag BBO blijft derhalve in stand, maar de vergrijpboete wordt vernietigd omdat de Inspecteur niet heeft voldaan aan zijn bewijsmaatstaf
Samenvatting zaak In deze Sint Maartense zaak (ECLI:NL:OGEAM:2025:116) is het volgende aan de orde. Belanghebbende exploiteerde tot juni 2016 een hotel en casino, maar per juni 2016 zijn de hotelactiviteiten overgedragen aan “Y” en de casinoactiviteiten aan “Z”, vennnootschappen waarvan belanghebbende 100% aandeelhouder is. Sedertdien bestaan de activiteiten van belanghebbende uit de verhuur van onroerend ...
Hoge Raad: De enkele omstandigheid dat een belanghebbende bij het indienen van zijn digitale bezwaarschrift zijn e-mailadres in het verplichte veld van het online contactformulier heeft vermeld, betekent niet dat hij kenbaar heeft gemaakt langs die elektronische weg voldoende bereikbaar te zijn voor correspondentie in de bezwaarprocedure. Als de uitspraak op bezwaar daadwerkelijk naar dit e-mailadres is verzonden, is die uitspraak dus niet op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. De Rechtbank moet alsnog een oordeel geven over de dag waarop de beroepstermijn is aangevangen, zijnde de dag waarop belanghebbende een afschrift van de uitspraak onder ogen heeft gekregen
Samenvatting zaak Vandaag, vrijdag 21 november 2025, heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een zaak waarin het ‘kenbaarmakingsvereiste’ aan de orde komt. Meer in het bijzonder gaat het in deze zaak over de vraag of belanghebbende langs elektronische weg kenbaar heeft gemaakt bereikbaar te zijn door op een verplicht invulveld zijn e-mailadres in te ...
Arrest Hoge Raad over de vraag of een vergrijpboete ook mogelijk is als de belanghebbende niet correct is uitgenodigd tot het doen van aangifte en of bovendien een aanmaning vereist is
Samenvatting zaak Op 10 oktober 2025 heeft de Hoge Raad in een Nederlandse zaak (ECLI:NL:HR:2025:1500) arrest gewezen op het ingediende beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:2592) op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland. Het ging in die zaak om een ...
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag en een verzuimboete opgelegd wegens niet tijdige betaling van de op de aangifte verschuldigde omzetbelasting, maar belanghebbende had op dat moment de verschuldigde belasting inmiddels al betaald waardoor de naheffingsaanslag wordt vernietigd. Nu het bedrag van de naheffingsaanslag na vernietiging nihil is en gelet op de duidelijke tekst van art. 4.6 lid 1 aanhef en letter a van de MR formeel belastingrecht, is het Gerecht van oordeel dat de verzuimboete dient te worden verminderd naar het minimum van NAf 50. Een burger moet erop kunnen vertrouwen dat de boete beperkt blijft tot 5% van de naheffingsaanslag (of het genoemde minimumbedrag). Het Gerecht volstaat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden, nu de boete minder bedraagt dan NAf 1.000 en de overschrijding slechts 8 dagen langer dan één jaar is
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:228) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft (tijdig) aangifte omzetbelasting (OB) over het tijdvak juli 2022 gedaan naar een bedrag aan verschuldigde OB van NAf 2.850, maar heeft het voornoemde bedrag op 14 oktober 2022 betaald. Op 20 oktober 2022 heeft de Inspecteur een naheffingsaanslag en een ...
Naheffingsaanslag winstbelasting en vergrijpboete door de Inspecteur tijdig op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. Naar het oordeel van het Gerecht kan de Inspecteur in casu ingevolge artikel 27 lid 3 ALL een verzuimboete in de plaats stellen van een vergrijpboete voor hetzelfde feit
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:226) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft aangifte winstbelasting (WB) voor het jaar 2018 gedaan en de daarbij horende jaarcijfers verstrekt. Naar aanleiding van een stoelcontrole is van de aangifte afgeweken, omdat belanghebbende van de belastbare winst ten onrechte een bedrag aan verschuldigde winstbelasting heeft afgetrokken. De ...
Aan belanghebbende is een taxatieve naheffingsaanslag winstbelasting opgelegd omdat zij geen aangifte heeft ingediend: omkering en verzwaring van de bewijslast. Belanghebbende heeft met de enkele stelling dat zij met de activiteiten in het onderhavige jaar enkel uitgaven heeft gehad, niet op overtuigende wijze de onjuistheid van de schatting van de Inspecteur aangetoond. Verzuimboete van NAf 1.000 blijft in stand en wordt door het Gerecht passend en geboden geacht
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:227) is het volgende aan de orde. Belanghebbende heeft geen aangifte winstbelasting (WB) over het jaar 2022 gedaan. Vanwege het niet doen van de aangifte is aan belanghebbende een (taxatieve) naheffingsaanslag. Gelijktijdig met de naheffingsaanslag is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000 wegens het niet indienen van aangifte. De ...
Gerecht oordeelt dat de stichting particulier fonds de verplichting had om jaarlijks tijdig aangifte winstbelasting te doen, ook zonder winst: verzuimboetes wegens niet tijdig indienen van de aangifte terecht opgelegd. Uit de toelichting van de wetgever leidt het Gerecht af dat de wetgever nadrukkelijk beoogd heeft de stichting particulier fonds aan te merken als subjectief belastingplichtige, onder andere om zodoende een aangiftetoets te kunnen doen plaatsvinden. Ook het beroep op de Nederlandse situatie wordt afgewezen, omdat Curaçao een eigen autonome wet- en regelgeving kent, onafhankelijk van wat in Nederland te gelden heeft
Samenvatting zaak In deze Curaçaose zaak (ECLI:NL:OGEAC:2025:225) is het volgende aan de orde. Belanghebbende is een stichting particulier fonds (SPF) opgericht met als doel het doen van uitkeringen uit haar vermogen aan zodanige instellingen en personen als het bestuur zal bepalen en het verschaffen van financiële bijstand aan die instellingen en personen door middel van ...
