Gemeenschappelijk Hof stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in een zaak waarin een bestuurder aansprakelijk is gesteld voor belasting- en premieschulden van de vennootschap. Het gaat, kortweg, om de rechtsvraag of de bestuurder voor een rechter zijn aansprakelijkheid en de hoogte van de belasting- of premieschuld kan aanvechten en, zo ja, bij welke rechter. Ook komt de rechtsvraag aan de orde of de bestuurder ten aanzien van de aansprakelijkheid een disculpatiemogelijkheid heeft, ook als deze niet in de wet is neergelegd, en, zo neen, of het concordantiebeginsel het verschil vermag te verhelpen
Share
Gemeenschappelijk Hof stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in een zaak waarin een bestuurder aansprakelijk is gesteld voor belasting- en premieschulden van de vennootschap. Het gaat, kortweg, om de rechtsvraag of de bestuurder voor een rechter zijn aansprakelijkheid en de hoogte van de belasting- of premieschuld kan aanvechten en, zo ja, bij welke rechter. Ook komt de rechtsvraag aan de orde of de bestuurder ten aanzien van de aansprakelijkheid een disculpatiemogelijkheid heeft, ook als deze niet in de wet is neergelegd, en, zo neen, of het concordantiebeginsel het verschil vermag te verhelpen
Deze inhoud is alleen toegankelijk voor abonnees van het CFN. Bent u abonnee? Log in. Bent u nog geen abonnee van het Caribisch Fiscaal Nieuwsblad? Word Abonnee!